De week van het vertrouwen

Het was de week van het vertrouwen. Van de terugkeer van het vertrouwen, het wankelen ervan en het opraken van het laatste restje.

Het vertrouwen in kantoordistributeur Buhrmann was sinds april dit jaar langzaam maar zeker weggezakt. Die maand kwam de handelaar in paperclips en pennen met de eerste winstwaarschuwing. Er zouden er nog verscheidene volgen. Ook afgelopen week vreesde de markt weer voor een bijstelling. Toen deze niet kwam was de reactie euforisch. Ondanks een winstval van maar liefst 64 procent in het derde kwartaal steeg het aandeel met ruim 38 procent tot het hoogste punt sinds het begin van de zomer.

Dat het vertrouwen van de markt soms ongrijpbaar is, bleek maar weer eens. Buhrmann handhaafde dan wel de prognose van een winst per aandeel van 1,00 euro voor 2001, het voegde er wel aan toe dat deze verwachting ervan uitgaat dat de economische situatie niet nog slechter wordt. Een fragiele stelling om een verwachting op te baseren in deze tijden van economische onzekerheid. Dat bleek helemaal uit de woorden van voorzitter Frans Koffrie. Hij zei dat de winst per aandeel dit jaar zowel 10 cent hoger als lager zou kunnen uitkomen omdat het moeilijk was te voorspellen wat de maanden november en december zullen brengen voor het bedrijf dat de helft van de omzet uit de VS haalt.

Het vertrouwen in het aandeel Koninklijke Olie is meestal rotsvast. Eergisteren werden beleggers echter toch nerveus. Niet dat de energiegigant iets had gedaan. Het waren de olieministers van het OPEC-kartel die de koers onder druk zetten. Zij besloten de olieproductie alleen te verlagen als niet-Opeclanden, zoals Rusland, dat ook zouden doen. Het feit dat de Russen daartoe niet genegen waren en de dreiging van een prijsoorlog deden de olieprijs kelderen naar het laagste niveau in ruim twee jaar. Het aandeel Koninklijke Olie, normaal een baken van rust, kreeg een klap van ruim 7 procent, een winst die gisteren weer gedeeltelijk werd goedgemaakt.

Het vertrouwen in kabelbedrijf UPC lijkt nu echt te zijn opgedroogd. De afgelopen anderhalf jaar was al een lijdensweg voor de UPC-belegger, deze week werd het bedrijf door de Amsterdamse beurs op het strafbankje gezet omdat het eigen vermogen negatief bleek te zijn.

Het strafbankje is bedoeld om beleggers te waarschuwen dat een bedrijf in de problemen zit en dat het wellicht in de toekomst niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Als UPC over drie maanden nog steeds een negatief eigen vermogen heeft, kan het uit de AEX-index verdwijnen. Dit zou de situatie voor de beleggers in het noodlijdende bedrijf er niet beter op maken. Fondsen die uit de AEX vallen, zien de interesse in hun bedrijf vaak verdampen, met alle gevolgen voor de prijs van het aandeel.

    • Heleen de Graaf