De vastgoedkoning van Den Haag

Gerard Stevers is de onbetwiste vastgoedkoning van Den Haag. Als particuliere investeerder bezit en ontwikkelt hij grote delen van de Haagse binnenstad. Het doel is de stad weer veilig te maken voor zijn vrouw en kinderen. Zijn drijfveer? ,,Ik wil het beter doen dan mijn vader.''

Recentelijk nog gewinkeld in de Haagse binnenstad? Ook zo genoten van de verrassende combinatie van V&D, Etos, Bart Smit en de overal aanwezige Blokker, stuk voor stuk tjokvol met dagjesmensen en `funshoppers'? Project-ontwikkelaar Gerard Stevers heeft er zo zijn eigen gedachten over. ,,Bepaalde winkelstraten denken klanten binnen te trekken door de pui eruit te slopen en harde muziek aan te zetten.'' Nou, dat is Stevers dus zat. ,,Ik wil de binnenstad weer leefbaar maken. Dat ik daar met een gerust hart mijn vrouw en kinderen kan laten rondlopen. Zonder dat ze het gevoel hebben van alle kanten uit bekladde en donkere steegjes aangevallen te kunnen worden.''

Stevers is projectontwikkelaar, door velen geafficheerd als de vastgoedkoning van de Haagse binnenstad. Hij bezit acht panden aan de Denneweg, tien aan het Noordeinde. Hij is met 9.000 verhuurbare vierkante meters de grootste particuliere onroerend-goedbezitter van het Lange Voorhout en heeft verder nog talloze panden rond de Nieuwstraat, Kettingstraat en Venestraat. Ten noorden van de Grote Kerk laat hij een parkeergarage vervangen door een poort met daarachter een plein en woningen.

Zijn nieuwste paradepaardje is de winkelpassage Haagsche Bluf, in het hart van de stad, dat 27 november officieel open gaat. Ook buiten het centrum, aan in aanzien staande wegen als de Bezuidenhoutseweg, de Van Alkemadelaan en de Laan van Meerdervoort bezit Stevers' holding nog flink wat vastgoed.

Hoeveel panden hij exact heeft, wil hij niet zeggen. In totaal meer dan duizend, dat wel. Stevers zegt het zelf niet bij te kunnen houden, maar wil wel kwijt dat de schatting van de markt dat zijn totale portefeuille zo'n 500 miljoen euro (1,1 miljard gulden) bedraagt, in de buurt komt.

Maar ach, dat geld. ,,Ik loop me niet op de borst te slaan dat ik zo goed ben, zoveel geld heb. Ik wil niet op dat commerciële toertje van projectontwikkelaars: goedkoop aankopen en voor zoveel mogelijk meteen weer verkopen. Ik heb mezelf als doel gesteld de omgeving meer recht van leven te verschaffen. Natuurlijk denk ik aan het geld, maar ik wil later terugkijken op al het moois dat ik gedaan heb. Niet op de tien miljoen die ik aan een project verdiende.''

Het is makkelijk praten, voor Stevers. Veertien jaar geleden begonnen als zelfstandig vastgoedontwikkelaar, goedkoop aangekocht en flink geprofiteerd van de explosief stijgende prijzen. Verkopen hoeft hij niet, zegt hij ook nooit te doen, de huuropbrengsten van zijn panden zorgen voor voldoende inkomsten. Geste Groep heet het concern, naar een afkorting van zijn naam. De holding waaronder – wegens de fiscale voordelen – een spinnenweb van meer dan veertig BV's hangt, heeft in totaal 150 werknemers waarvan 120 bij Pharma Pack, de grootste verpakker van medicijnen in Nederland. ,,Maar dat is slechts een cash-cow'', doet hij het af. Een middel dat het doel dichterbij kan brengen.

De stad mooier willen maken, dat wil iedereen wel. Toch zégt Stevers het niet alleen, hij dóet het ook. Kijk maar naar Haagsche Bluf, zijn meest recente project. Op de plek waar eerst het samengeraapte en slecht renderende groepje winkels in het overdekte Passadenha zat, staat nu een open winkelpassage met allure. Aan de voet van de Grote Kerk staan rond een L-vormig binnenplein en zijstraatjes zogenoemde one-brand-stores: winkels die elk maar één merk duurdere kleding verkopen. Lacoste, Mango en Guess. Een exclusieve kapsalon, een boekenzaak, een chocolaterie van Godiva (,,Dat begreep ik ook niet, maar ze moesten en zouden per se op zo'n mooie plek een winkel hebben'') en de on-Haags aandoende hippe sociëteit `Haagsche Lounge', waar een bak met lolly`s e bezoekers bij de uitgang vaarwel zegt.

Maar het zijn niet alleen de winkels die de passage zo bijzonder maken, het is ook niet de betrekkelijke rust die het winkelgebied kenmerkt – ingeklemd tussen massa-winkelstraten als de Spuistraat met zijn H&M en de Venestraat met de Free Record Shop. Wat het onderscheid wél maakt, ligt besloten in Stevers' zucht naar, zoals hij het noemt, `de leefbaarheid'. Die is volgens hem gebaat bij het netjes afronden van het bouwwerk.

Zo heeft de projectontwikkelaar gevels van monumentale Haagse en Delftse panden laten nabouwen – met steen en nagemaakt houtsnijwerk, niet met bordkarton. De hekwerken zijn van smeedijzer en de lichtbakken die verplicht gesteld zijn in de Haagse binnenstad, heeft hij in kroonluchters ingebouwd. In een Frans aandoend steegje spuit een fontein wat water. En hoog boven het plein torent een vierkante Italiaanse toren uit. Een overblijfsel van Stevers' bezoek aan Venetië. ,,Die vond ik zo leuk dat ik hem heb laten namaken.''

Want hoewel Stevers alles zelf zegt te bedenken en te doen, is het duidelijk wie delegeert en wie uitvoert. Tijdens het gesprek staat hij op en belt hij een werknemer. ,,Ja, regel jij eens een pakkie sigaretten voor me'', luidt de opdracht.

De strijd die hij nu al jaren met de gemeente aangaat, en die zich uit in kleine wederzijdse pesterijtjes als de verplichte lichtbakken, is een uitvloeisel van Stevers' vastberadenheid zijn doel te bereiken. ,,Den Haag is natuurlijk een ingeslapen stad. Hagenaars trekken thuis meteen hun pantoffels aan en restaurants zijn al bij opening ten dode opgeschreven'', zegt Stevers, zelf ook afkomstig uit de hofstad en nu kantoor houdend in de Rijswijkse Plaspoelpolder. Of het ooit nog goed komt met de stad? ,,Wel als ze mij m'n gang laten gaan.'' Het uiteindelijke doel is de hele binnenstad in zijn eigendom te hebben. ,,Dan blaas ik de stad nog meer nieuw leven in, en verdien er nog mooi op ook.''

Zo fel als hij over een aantal volgens hem `incompetente ambtenaren' spreekt, zo vertederd kijkt hij wanneer hij over zijn werknemers begint. ,,Ik heb heel lieve mensen hier om me heen, ben een soort... vader voor ze.'' De aarzeling heeft een geschiedenis. ,,Ik heb een rotjeugd gehad. Míjn vader, die ook in vastgoed deed, was kil en zakelijk. Een handelaar. Hij kocht en verkocht. Waar ik het leuk vind om langs een pand te rijden en te zeggen: `dat is van mij', zei hij: `dat wás van mij'. Ik heb tot mijn 33e bij hem gewerkt, en gezien wat niet goed is. Zijn gevoel lag in het financiële, niet in het materiële. Hoewel je van je meester leert, waren we pure opponenten. Elke dag slaande ruzie.''

Na zijn vaders overlijden kocht Stevers de andere drie kinderen uit. ,,Dat is een heel vreemde ervaring hoor, als kind alles van je vader overnemen.'' Acht jaar na zijn eerste aankoop van een vervallen pandje aan het Spui, was zijn portefeuille in 1995 even groot als die van zijn vader aan het eind van zijn leven. ,,Waar hij vijftig jaar over deed, deed ik in acht. Ik wilde beter worden dan hij.''

Stevers staat op, en verruilt zijn werkkamer met talloze kindertekeningen aan de muur even voor een kamer achteraf. Hier hangen de muren vol met meer dan twintig schilderijen – voornamelijk met oude landschappen. Op één staat zijn vader afgebeeld. Streng kijkend, krijtstreeppak en grijs haar. De kamer ruikt muf, de gordijnen zijn dicht. ,,Ik zit hier zelden. Deze kamer is deels uit respect.''

Op de grond ligt een Perzisch tapijt, in de hoek staat een oude bank en op het klassiek aandoende bureau prijken attributen uit vervlogen tijden. In de zilveren lijstjes foto's van heren, de vader in het middelpunt. ,,Hij was egoïstisch en hard. Ik haatte hem net zoveel als ik van hem hield. En nu... ik heb hem allang verslagen.''