de schok

Duitsland en de Zomerspelen vormen geen gelukkige combinatie. In 1936 werd het olympische ideaal besmet door Adolf Hitler, die politieke munt sloeg uit het sportfestijn in Berlijn. In 1972 kregen de West-Duitsers een herkansing in München. En weer raakten de atletische prestaties op de achtergrond. Op de `zwarte dinsdag' van 5 september gijzelden acht Palestijnse kapers elf Israëlische sporters in het olympisch dorp. Twee Israëliërs werden onmiddellijk gedood.

De terroristen eisten de vrijlating van tweehonderd Palestijnse gevangenen door de Israëlische regering. De bevrijdingsactie van de Beierse politie eindigde in een bloedbad op het vliegveld, waar de kapers en de gijzelaars per helicopter aankwamen en in een gereedstaand vliegtuig zouden overstappen voor een vlucht naar Egypte. Na een schotenwisseling werd de helicopter opgeblazen en verongelukten nog eens vijf Palestijnen en de resterende negen Israëliërs. Een Duitse politieman werd ook gedood. De drie Palestijnen overleefden het vuurgevecht. Na het drama hingen de vlaggen halfstok in het olympisch stadion. IOC-voorzitter Avery Brundage wilde van geen afgelasting weten en deed de historische uitspraak: `The Games must go on'. Zes Nederlandse sporters, onder wie de atleet Jos Hermens en de hockeyer Paul Litjens, keerden de Spelen de rug toe. De gouden medailles van judoka Wim Ruska (tweemaal) en Hennie Kuiper raakten ondergesneeuwd. In het olympisch dorp wonen nu studenten.

Dit is de zestiende aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.

    • Jaap Bloembergen