De hel van dertig jaar kleuren

Ze zijn allemaal waar, alle negatieve kwalificaties uit een rapport, deze week, over de toestand van de psychiatrische zorg. Een lege dag in een inrichting te Leidschendam.

Kees, halflang roodbruin haar, snorretje, haalt uit de voorraadbox zijn medicijnen voor vandaag. ,,Achttien pillen om te dimmen.'' Hij is moeilijk te verstaan, alsof hij zes borrels heeft gedronken. Kees is bijna vijftig. Hij is schizofreen en heeft een anti-sociale persoonlijkheidstoornis. Dat heeft hij al ,,dertig jaar en drie maanden''. Sinds 1983 woont hij in algemeen psychiatrisch ziekenhuis Robert-Fleury Stichting in Leidschendam.

Het ziekenhuis is vijftig jaar oud en staat in een groot park. De bakstenen paviljoens heten Larikshof, Vlietzicht of Weidezicht. Kees woont met twaalf andere schizofrenen in Weidezicht. Het noodgebouw waar ze eerst zaten, wordt gerenoveerd. Weidezicht zou eigenlijk worden gesloopt maar er is geen geld voor nieuwbouw. Nu zijn er muurtjes geplaatst in de voormalige slaapzaal, bijna iedereen heeft een eigen kamertje.

Het is half elf, de laatste patiënte komt schreeuwend uit bed. ,,Heb je je pillen geslikt'', vraagt verpleegster Kirsten van der Sluis (28). De deur wordt scheldend dichtgesmeten. Alle anderen zijn al op. Kees en Willem roken zware shag in de huiskamer, Cor zit aan tafel te snurken en Rob mag kijken naar de sigaretten op tafel. Hij is 38, een `kwetsbare patiënt' en hoort eigenlijk in de huiskamer aan de andere kant van de gang. Willem heeft hem zijn sigaretten afgetroggeld, hij mag er eentje terugkopen voor 12,50. Maar Rob heeft zijn zakgeld ook al aan Willem uitgeleend.

Iedereen heeft een stimuleringsprogramma. Voor Cor is dat: opstaan en pillen slikken. Claudette moet leren met de deur dicht te poepen en niet de magnetron te stelen. Nico (43) en Willem (50) koken twee keer per week zelf, fietsen, volgen een half uur oriëntatie op de maatschappij (,,dat gaat over de euro'') en een uur psycho-educatie (,,dat gaat over seks'') en doen regelmatig aan ADL (algemene dagelijkse lichaamsverzorging). Als ze alles doen, krijgen ze een beloning: geld en een buskaart of een videofilm.

Onderzoekers van het Trimbos-instituut schreven deze week in een rapport dat het leven van psychiatrische patiënten eruitziet als een `keten van lege zondagen'. Zo heet het rapport ook. De onderzoekers spraken met patiënten, verplegers en managers in zes psychiatrische ziekenhuizen. De langdurige patiënten doen twee derde van hun tijd niets, zitten op de afdeling, zien zelden een behandelaar en hebben nauwelijks recreatiemogelijkheden. Geld om ergens anders heen te gaan is er niet. Hun huisvesting is beroerd.

En dat is allemaal waar. De gebouwen van het Robert-Fleury-ziekenhuis zijn oud en vies. De muren van paviljoen Weidezicht zijn geel, in de linoleum-vloeren zitten brandgaten, in de afgekeurde separeercel die tijdelijk wordt gebruikt als afzonderingskamer, staan papieren po's vol urine. Rob, Kees, Cor en de anderen drinken koffie, roken, en praten over geld en sigaretten. Er is een activiteitengebouw op het terrein, vroeger was het een zwembad, maar niemand van hen heeft zin ,,om dat pokke-end'' te lopen. Rob wil wel, maar hij durft niet naar buiten. ,,Overal honden.''

De onderzoekers van het Trimbos-instituut zien twee oorzaken voor de `zorgverschraling': de ziekenhuizen hebben te weinig geld en te weinig personeel. En het personeel dat er is, moet de helft van de tijd vergaderen en papier invullen. En ook dat is waar. Verpleegster Kirsten van der Sluis en haar collega Ronald van der Eijnden zijn bijna niet samen op de afdeling, er is altijd wel ergens een vergadering. ,,We lullen wat af.''

Het ziekenhuis heeft een jaarbudget van 100 miljoen voor ruim vijfhonderd patiënten. Vroeger, zegt locatiemanager Norman Kentie, kregen instellingen een grote zak geld die ze zelf mochten verdelen. ,,Toen waren de langdurig zorgafhankelijke patiënten de melkkoe. Die kostten weinig geld, je hoefde ze alleen maar op te bergen en te bewaken.'' Maar de tijden zijn veranderd, patiënten die redelijk functioneren zijn ,,in de maatschappij geplaatst'' en de moeilijke groep die achterbleef moet nu een `eigentijds aanbod aan activiteiten' krijgen. En dan is de 280 gulden die ziekenhuizen nu krijgen per langdurige patiënt per dag te weinig.

Van dat geld kan Kentie niet eens zijn personeel betalen, als hij al mensen kan vinden. Een nachtverpleger is bijna niet te krijgen. Een uitzendkracht kost duizend gulden per nacht. Tonnen per maand is hij daaraan kwijt. En met de activiteiten is het hetzelfde verhaal. Er is een computerinstuif, een ouderensoos, fitness en een aquarelleercursus. Als er mensen zijn om die te begeleiden, en als er mensen zijn om de patiënten erheen te brengen. En die zijn er vaak niet.

De onderzoekers, politici, ziekenhuisdirecteuren en familieleden van patiënten vinden het rapport schokkend. De patiënten worden verwaarloosd, hun leven is uitzichtloos. Maar vinden patiënten dat ook? Het is één zinnetje in het rapport: ,,het oordeel van de patiënten is tamelijk mild''. Zij geven het ziekenhuis een ruime zeven.

Het Veurhuis is de eetzaal van het Robert-Fleury-ziekenhuis. Een paar jaar geleden zag het er net zo uit als de andere paviljoenen. Oud en vies. Dat kan niet, had de directie gezegd, dat is inhumaan. De zaal werd opgeknapt, geverfd, nieuw meubilair. En toen kwam er niemand meer. Wout van Soest, voorzitter van de cliëntenraad: ,,Patiënten zeiden tegen me: hier durven we niet meer te roken.''

Willem uit de C1-groep zegt het zo: ,,Ik heb veel ruimte en rust nodig. Dat is mijn ziektebeeld''. Apathie en passiviteit zíjn symptomen van schizofrenie. Maar je moet ze stimuleren in hun taken, zegt verpleegster Kirsten van der Sluis. Ze doet de hele dag niet anders. Wat echt helpt tegen lamlendigheid is geld: vijf gulden voor een middagje werken in de tuin, een rijksdaalder voor een uur cursus. Dat is samen een pakje sigaretten.

Deze mensen, zegt Van Soest, zijn de lowest form of human life. ,,Psychiaters kunnen niet met ze scoren, ze worden toch nooit meer beter. Jaren geleden werd besloten dat ze niet meer hoefden te werken op de werkplaats. Toen is het echt mis met ze gegaan. Deden ze helemaal niets meer. Je kunt niet van ze verwachten dat ze nu ineens zin hebben om vier uur per week te fröbelen.''

Maar wat je wel kan verwachten van ze, zegt Van Soest, is dat ze zelf iets doen om de dag door te komen. Of in elk geval nadenken over wat ze zouden willen doen. ,,They are not all stupid.'' En lang niet alles hoeft veel geld te kosten. ,,Zet een paar bankjes neer, een dierenweide. Laat die psychotische automonteur je auto repareren.''

Kees begint meteen te zuchten op de vraag wat hij zou willen. ,,Ik ben bijna vijftig'' en ,,ze gunnen me toch wel wat na al die jaren''. Hij wil niets. ,,Niet weer die hel.'' Welke hel? ,,Van dertig jaar en drie maanden tekenen en kleuren.''

    • Rinskje Koelewijn