De angst om `de trappers kwijt te raken'

De `Midzomernachtsdroom' geregisseerd door Dirk Tanghe van het Utrechtse gezelschap De Paardenkathedraal is gisteren in première gegaan. ,,Het is zo'n verschrikkelijk moeilijk stuk .''

Gedreven beent hij rond door de kamer. Zenuwachtig is hij, Dirk Tanghe, een regisseur die een kleine week voor de première van zijn nieuwe stuk staat. ,,Hier'', hij wijst naar een groot, volgekrabbeld schoolbord, ,,dat zijn alle tweeënzeventig scènes die mijn Midsummernightsdream bevatten. Heb ik 's nachts neergeschreven. Ik moet het stuk goed kennen, van binnen en van buiten. En het is zo'n verschrikkelijk moeilijk stuk. Ik moet mijn eigen ontroerende, róerende intuïtie blijven volgen. Afgelopen weekeinde heb ik dat weer ontdekt. We zijn al zeven weken bezig. Bagage zoeken, sferen creëren, dansen, springen, eenzaam, alleen, blij, grotesk, dynamisch, smekend, roepend, tierend. Al die caleidoscopische, prachtige, menselijke emoties. Maar níet ten koste van de verhaallijn, snap je?''

Dirk Tanghe, van het Utrechtse gezelschap De Paardenkathedraal, spreekt met al zijn ledematen. Haren verward voor zijn ogen, zijn stem geladen, soms schor. Alsof hij door te praten die vermaledijde Shakespeare tot helderheid kan dwingen. Die vierhonderd jaar oude komedie over hovelingen, elfen en een amateurtoneelgezelschap, allemaal samen in een bos terechtgekomen. Het is ook zo'n grote productie. In de versie van de Paardenkathedraal spelen wel veertig mensen mee. Veertig mensen die dikwijls dubbelrollen hebben en alle verhaallijnen duidelijk moeten maken. En tóch gelooft Tanghe erin. ,,Dus eigenlijk, eígenlijk, denk ik stiekem dat ik goed bezig ben.''

Zoveel Midzomernachtsdromen zag hij al, met schitterende decors en prachtige kostuums. Amusementsavonden, meer niet. Het deed hem niets, hij kon het niet volgen, nam nooit iets mee naar huis als het afgelopen was. Niet de pijn van het stuk, de ontroering. Zíjn voorstelling mag zo niet worden. Zijn stuk moet gaan over de kracht van dromen, de bestialiteit in de mens, de verfijning van de mens, over `het hele rataplan spel van de liefde'. Geen decor, een lege ruimte, een naakt stuk. De Midzomernachtsdroom óntkleden in plaats van aankleden. ,,Nu moet ik keuzes maken. Ik lijd daaronder, maar ik ga door. Het is een stuk waar je middenin moet staan. Als ik er middenin sta voel ik alles. Dan loopt het. Alsof je in zee springt en duikt en duikt. Je kan niet aan de kant blijven staan en denken 'Oei, dat water is een beetje koud'. Je moet er doorheen. Eerst die koude slag van het water voelen op je huid en dan parels zoeken, in de diepte. Het stuk is een compositie, het is muzikaal, er zit een ritme in. Maar mijn visie gaat nu misschien nog zes uur duren, ik moet zorgen dat het geen zes uur duurt.''

Tanghe vertelt over de oude humor uit de zestiende eeuw, die hij wil verleggen naar humor van nu. Over de repetitie van morgen, waar hij naar verlangt, omdat hij dan de spelers in het theater kan zíen. Hij zit in de `laatste emotionele fase', zegt hij, vandaar dat hij vandaag alle spelers bij elkaar heeft geroepen om vragen te beantwoorden. ,,Ik ben daar best helder in. Ik weet precies hoe het eruit moet zien. Het is alsof je met het hele gezin op reis gaat en van tevoren nog even om de tafel gaat zitten om te bespreken wie de pantoffels meeneemt en wie de boeken. Het is een groot verbond dat ontstaat.''

Maar het is zo'n lástig stuk. Niet eerder kwam Tanghe zo'n weerbarstige Shakespeare tegen. Hij is af en toe bang de `trappers kwijt te raken'. ,,King Lear, Othello, Macbeth, dat zijn verhalen die ik kan begrijpen. Maar deze, soms vind ik het verhaal zo flauw, dan weet ik niet waarom Shakespeare het zo heeft gecomponeerd. Dat stuk roept mij aan de ene kant toe: `speel mij, speel mij, en aan de andere kant zegt het: `nee, nee, niet doen'.''

Een ontzettend avontuurlijke week zal het nog worden, concludeert Tanghe. Het enige dat hem zal helpen is liefde te voelen voor zijn acteurs en het stuk. ,,En pas op hoor, ik ben er verschrikkelijk verliefd op. Het stuk is een mandje, zo'n mandje waar een poes in ligt, vol met restjes garen. Beetje rood, beetje bruin, beetje groen. Ik kan ervoor kiezen van dat garen een trui te breien. Of ik laat de poes met al die restjes stoeien waardoor ik geen trui heb, maar een compositie. Dát wil ik, dat het geen trui wordt. Het moeten allemaal frutseltjes wol door elkaar blijven. Maar zó, dat je toch die bruine draad gaat volgen, én die groene én die rooie. En voor je het weet horen ze bij elkaar, in dat mandje.''

Midsummernightsdream. Stadsschouwburg Utrecht, t/m 24/11. Tournee t/m 6/4/2002. Inl. (030) 271 1414 of www.paardenkathedraal.nl