DANKZIJ OSAMA BIN LADEN DURVEN WE DE STRAAT WEER OP

Na de `Aanval op Amerika' zijn bij de Nederlandse bevolking de algemene gevoelens van onveiligheid toegenomen. Tegelijk maakt men zich minder druk om concrete onveilige situaties in de eigen directe omgeving. Dit blijkt uit onderzoek van het NSCR, het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving te Leiden.

De onderzoekers (dr. Henk Elffers, prof.dr. Dick Hessing, dr. Jan de Keijser en prof.dr. Peter van Koppen) lieten het NIPO in het weekend van 6 en 7 oktober 937 Nederlanders ondervragen naar hun gevoelens van onveiligheid. De vragen waren dezelfde als die uit de zogeheten Politiemonitor, een tweejaarlijkse enquête over criminaliteit en veiligheid onder circa 75.000 Nederlanders.

Vergelijking van beide steekproeven laat zien dat na de `Aanval op Amerika' meer Nederlanders zeggen zich wel eens onveilig te voelen. Was dat in de Politiemonitor van 1993, 1995, 1997, 1999 en (voorjaar) 2001 steeds zo'n 30 procent, de NIPO-enquête van 6 en 7 oktober geeft 42 procent. Die toename lijkt logisch: na de duizendvoudig herhaalde beelden van vliegtuigen die de Twin Towers in vliegen, en dreigementen van Bin Laden in videobrieven, zit de schrik er goed in.

Maar zodra gevraagd wordt naar gevoelens van onveiligheid betrekking hebbend op concrete situaties in de eigen buurt, blijkt de angst na 11 september juist fors te zijn afgenomen. Nog maar 3 procent van de respondenten mijdt vaak plekken in de woonplaats omdat men ze onveilig vindt, tegenover 11 procent in de Politiemonitor 2001. Zeven procent doet 's avonds of 's nachts de deur niet open (Politiemonitor: 16 procent), 8 procent laat waardevolle spullen thuis uit angst voor straatroof (Politiemonitor: 15 procent) en nog maar 3 procent loopt of rijdt om teneinde onveilige plekken te mijden (Politiemonitor: 10 procent).

Onveiligheidsgevoelens, zo constateren de onderzoekers, hangen in sterke mate af van de zaken waarop men let. Vóór 11 september was de focus de onveiligheid in de eigen buurt, daarna overheerst angst voor rampspoed uit het buitenland en maakt men zich om de directe omgeving minder druk.

Ter verklaring van deze cijfers komen de onderzoekers met de Terror Management Theory op de proppen. Die beschrijft hoe mensen hun angsten reduceren. Omdat de vrees voor terroristische aanslagen en oorlog na 11 september omhoog zijn geschoten (naar 34 respectievelijk 42 procent), is er tegelijk een behoefte het angstgevoel te verminderen. Omdat het algemene gevoel van onveiligheid is gestegen van 30 naar 42 procent, zijn we `gedwongen' compensatie te zoeken in concrete situaties in de buurt. Dus durven we door toedoen van Osama Bin Laden de straat weer op.

    • Dirk van Delft