Consumentenprijzen in VS dalen met 0,3 pct

In de Verenigde Staten dreigt een nieuw probleem met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de economie: deflatie. De consumentenprijsindex is in oktober met 0,3 procent gedaald. Dat is de grootste maandelijkse daling sinds april 1986.

De prijsdaling is grotendeels veroorzaakt doordat in oktober de benzineprijzen met 10,7 procent en de energieprijzen in het algemeen met 6,3 procent zijn gedaald. Worden deze prijzen net als de voedselprijzen buiten beschouwing gelaten, dan steeg de prijsindex in oktober licht met 0,2 procent. Deze prijsindex wordt door economen als kerncijfer gezien voor de beoordeling van de prijsontwikkeling.

Vorige week werd bekend dat de producentenprijsindex in oktober met 1,6 procent was gedaald. Dat was de sterkste daling in één maand sinds het invoeren van de deze index in 1947.

De daling van de consumentenprijzen in oktober was maar iets groter dan de 0,28 prijsval in juli, maar dit keer ligt volgens sommige economen de deflatie meer dan toen op de loer.

Anderen weerspreken dat. Zij wijzen er op dat in de VS de prijzen eerder zijn gedaald zonder dat dit deflatie betekende. Ook dit keer zal het volgens hen zo'n vaart niet lopen. Bovenden stegen gisteren de contractprijzen voor staatsobligaties licht, wat niet weerspiegelt dat beleggers deflatie verwachten.