Atatürks Afghaanse liefde

Turkije toont zich zeer geïnteresseerd om een rol in de toekomst van Afghanistan te spelen. Belangstelling voor het land was er al onder Atatürk.

Het gebeurde zo'n 73 jaar geleden. De toenmalige Afghaanse koning, Amanullah, had besloten om meisjes naar Turkije te sturen om hen daar een opleiding te laten volgen. In Afghanistan leidde dit tot een moslim-extremistische opstand, maar voor de vader van de Turkse Republiek, Mustafa Kemal Atatürk bewees koning Amanullah met zijn initiatief eens te meer dat hij een vernieuwer was die steun verdiende. Zelf was Atatürk toen al enige jaren bezig om Turkije op de weg van de modernisering te zetten en los te weken uit de greep van al te pregnante islamitische geloofsbeleving.

In een brief aan Amanullah onderstreepte Atatürk hoe diep zijn steun aan het Afghaanse moderniseringsexperiment ging. ,,Turkse officieren daar (in Afghanistan red.) en degenen die onderweg zijn om onder U te dienen hebben opdracht gegeven om desnoods hun leven te geven'', aldus de vader van de Turkse Republiek.

Zouden de beleidsmakers die over de toekomst van Afghanistan beslissen, deze episode uit de geschiedenis van het land kennen? Nu de Talibaan de afgelopen dagen bijna zijn weggesmolten en iedereen zich afvraagt hoe het nu verder moet, staat Turkije ineens in het centrum van de belangstelling. Turkije is een moslim-land en zou daarom een grote rol in een eventuele vredesmacht voor Afghanistan kunnen spelen, zo luidt de consensus. Het land heeft daarnaast weinig banden met Afghanistan, zo wordt daar in een adem aan toegevoegd, en is daarom ideaal in staat de rol te spelen van objectieve vredeshandhaver.

Interessant genoeg wordt daar in Turkije zelf heel anders over gedacht. Velen stonden de afelopen weken stil bij de liefde die Atatürk voor het land voelde. Omdat in het seculiere Turkije de vader van de Turkse Republiek zo ongeveer de status heeft van heilige, was de belangstelling van Atatürk voor Afghanistan voor veel Turken op zich al reden genoeg om opnieuw naar het oosten te kijken en te handelen. ,,Een bijdrage leveren aan de vrijheid en ontwikkeling van het Afghaanse volk is de wil van Atatürk'', zei premier Ecevit bijvoorbeeld.

Pikant genoeg raakt de kwestie-Afghanistan ook direct het hart van het Turkse nationalisme. Toen Atatürk de Republiek stichtte, keek hij vooral naar het moderne, seculiere Westen voor inspiratie. Maar tegelijkertijd leerde hij zijn landgenoten dat ze er trots op moesten zijn `Turk' te zijn. En dat Turk-zijn kreeg in de loop van de geschiedenis van de Republiek steeds meer `Oosterse' connotaties: de loten van de Turkse stam gaan immers terug naar Centraal-Azië, waar de Turkse nomaden in een ver verleden ooit hun oorsprong. Met name vanuit de extreem-nationalistische MHP, lid van de regeringscoalitie, wordt daarom vaak gezegd dat Ankara ook de banden met de Turkse broedervolkeren in Azië moet aanhalen.

En daar ligt nu precies de grens van de onafhankelijkheid van Turkije als vredesstichter in Afghanistan. Ook in die regio zijn er immers groepen die etnisch verwant zijn aan de Turkse stam. De Oezbeekse generaal Rashid Dostam, berucht om zijn meedogenloos optreden, is een favoriet van Turkije. Toen zijn bolwerk Mazar-i-Sharif in 1998 door de Talibaan werd veroverd, koos hij dan ook Turkije als ballingsoord.

Behalve etnische zijn er echter ook geopolitieke overwegingen die maken dat Turkije wel degelijk een sterk belang heeft in de Afghaanse regio. De afgelopen weken, toen het er even op leek dat golven van radicaal moslim-enthousiasme de publieke opinie in Arabische landen overspoelden, constateerden veel commentatoren hier dat er eigenlijk maar één land is in de moslim-wereld dat een succesvolle combinatie heeft weten te vinden van islam, democratie en secularisme – en dat land heet Turkije.

Elk bastion van moslim-extremisme, zo was de conclusie, vormt op termijn een bedreiging van het Turkse experiment. Vandaar dat het Turkije er nu veel aan gelegen is Afghanistan nu eens en voor altijd te stabiliseren en om te vormen tot het land dat Atatürk voor ogen stond.

    • Bernard Bouwman