Achter het net

De kabeljauwstand in de Noordzee is op een dieptepunt, zo meldde onlangs de International Council for the Exploration of the Sea aan de Europese Commissie. En daar blijft het niet bij. Volgens visexpert Han Nijssen blijkt uit de analyse van jarenlange vangstgegevens dat het aantal vissoorten langs onze kust de laatste decennia aanmerkelijk is teruggelopen.

Nijssen, die jarenlang beheerder was van de vissencollectie aan de Universiteit van Amsterdam, geldt als een van de beste Nederlandse zeevissenkenners. Hij maakt de balans op in zijn pas verschenen Veldgids Zeevissen. Eerdere delen in de reeks veldgidsen van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging waren gewijd aan de flora, dagvlinders, diersporen, mossen, libellen en korstmossen. Ook de zeevissengids is weer een oorspronkelijke Nederlandse uitgave, handzaam, compleet en erg mooi vormgegeven, maar de inhoud stemt niet vrolijk.

Vooral in de zuidelijke Noordzee verarmt de visfauna snel en snakt naar bescherming van biotopen en ecosystemen. Door de zeer intensieve visserijdruk dreigen alle roggensoorten, grondhaaien en andere bodemvissen, zoals pietermannen en ponen, uit de zuidelijke Noordzee te verdwijnen, als ze niet al weg zijn. In het gidsje worden de prachtigste roggen aan de lezer voorgesteld, zoals de vleet, de blonde rog, de stekelrog, de gevlekte rog en de grootoogrog. Het zijn stuk voor stuk sierlijke schepselen met lange staarten, die zich met een opmerkelijke, elegante 'vleugelslag' door het water verplaatsen. ``Langs de Nederlandse kust vrijwel verdwenen'', zo luidt het refrein aan het einde van elke soortbeschrijving. Roggen zijn zo kwetsbaar, omdat ze relatief weinig eikapsels afzetten. Door de intensieve boomkorvisserij, waarbij vrijwel de gehele Noordzeebodem jaarlijks met zware kettingen wordt omgeploegd, zijn ze kansloos geworden.

Ook de trekvissen, die een groot deel van hun leven in zee doorbrengen, maar naar zoet water trekken om te paaien, krijgen het steeds moeilijker. Door de bouw van de Afsluitdijk en de Deltawerken is de vistrek vrijwel onmogelijk gemaakt. Ondanks allerlei inspanningen om vistrappen in de rivieren te bouwen en de watervervuiling terug te dringen worden vissoorten als steur, zalm en zeeforel, elft, fint, houting, zee- en rivierprik dan ook steeds ernstiger in hun voortbestaan bedreigd. Intussen wordt de Waddenzee als paaiplaats en kraamkamer van allerlei soorten zeevis geëxploiteerd door overmatige boomkorvisserij. In het IJsselmeer zijn de tienduizenden palingfuiken niet alleen bedreigend voor de lokale visfauna en voor trekvissen, maar ze maken ook elk jaar tienduizenden slachtoffers onder de duikeenden die op het IJsselmeer overwinteren.

In totaal komen in de Veldgids Zeevissen 130 vissoorten aan bod die na het jaar 1946 in onze wateren zijn gesignaleerd. Ze zijn op naam te brengen aan de hand van determineersleutels met tekeningen en kleurenfoto's, waarbij de vinnen (vorm, aantal en plaatsing) als het voornaamste onderscheidende kenmerk gelden. De soorten zijn ingedeeld volgens hun volgorde in de evolutie, van primitief naar modern.

Tot de algemeen bekende soorten horen haring en horsmakreel, wijting en sprot. Een tamelijk zeldzame griezel is de zeewolf, een zeer grote bodemvis met een angstaanjagend gebit, dat elk jaar na het voortplantingsseizoen helemaal wordt gewisseld. Zeldzaam, althans in onze streken, zijn ook de zeepaardjes, die een enkele maal met zuidelijke stromingen worden meegevoerd. Zij hebben de merkwaardige gewoonte om hun jongen in de broedbuidel van het mannetje uit te broeden uniek onder de vissen. En dan zijn er nog vissoorten die je niet of nauwelijks in de Noordzee ziet, totdat ineens een invasie optreedt. Zo was 1956 het jaar van de makreelgeep, 1964 dat van de blauwe wijting en 1970 het jaar van de trekkervis, die zijn naam eer aandoet. Hij is ongeschikt voor consumptie.

Veldgids zeevissen. han nijssen. knnv uitgeverij, 2001. gebonden, full colour, 184 pag.isbn 90-5011-139-4. Prijs f 53,99.

    • Marion de Boo