Wintertuin zegt babyboomers de wacht aan

De suprematie van de babyboomers is morgenavond verleden tijd. In Nijmegen zal op de avond `Schijt aan Parijs', onderdeel van het literaire festival De Wintertuin (www.wintertuin.nl), een nieuwe generatie schrijvers zijn plaats opeisen. De geboortegolvers wordt de wacht aangezegd in een voorbereidend pamflet: `Er bestaan wel degelijk jongeren die jonger zijn dan 40. En voor die jongeren is vernieuwend en experimenteel willen zijn inmiddels hopeloos retro. (...) Zo menen wij bijvoorbeeld dat nu het historische moment is aangebroken om jullie te bedanken. Bedankt! The show is over. Verlaat de snelweg afslag Bornebroek, pak die sabbatical years, en haast je in die Alpenkreuzer naar Frankrijk. Bemoei je op een verantwoorde manier nog met de hedendaagse kunst: koop een museumjaarkaart. (...) Of heb op eigen nostalgische wijze invloed op de poëzie: kies een dichter des vaderlands.'

Op de avond `Schijt aan Parijs' zullen onder anderen de postbabyboomers Joost Zwagerman, Jaap Scholten, Marieke Groen en Natasha Gerson optreden. Een van de opstellers van het pamflet is auteur Ronald Ohlsen (1968). ,,De tekst is bedoeld als een eerste, humoristische aanzet, waar we zaterdag verder over gaan discussiëren. Hopelijk leidt dat tot een definitieve tekst. Onze generatie wordt vaak verweten dat we geen thematiek hebben omdat we niets hebben meegemaakt, maar ondertussen is het vooral zo dat ons engagement wordt weggedrukt. Een boek als Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq maakt wel degelijk geschiedenis, alleen bevalt het de babyboomers niet.'' Volgens dichteres Albertina Soepboer (1969) zien de babyboomers de jeugd van de volgende generatie te veel als een onbekommerde tijd: ,,Toen wij jong waren was er weliswaar welvaart, maar ook de dreiging van de bom. Dat vormt je.'' Soepboer betwijfelt of de babyboomers na dit weekeinde daadwerkelijk met hun caravans naar de vergetelheid zullen rijden. ,,In het stuk staat ook al een beetje dat de kans niet heel groot is dat ze dat zomaar zullen doen.''

    • Arjen Fortuin