Weduweverbranding

Waarom was De Firma Interview, het televisieprogramma waarin Joop Schafthuizen werd ondervraagd door drie interviewers, zo'n gênante vertoning? Niet door Joop Schafthuizen, die ik wel authentiek en oprecht vond. Het was duidelijk dat hij boete wilde doen voor al zijn zonden, maar geen idee had dat zijn opponenten hem liever tot het middelpunt wilden maken van een openbare weduweverbranding.

Wie iets wil begrijpen van de werkelijke situatie moet deze week het verhaal van Ad Fransen lezen in HP/De Tijd. Die kwam een jaar lang bij Gerard Reve en Joop Schafthuizen over de vloer. Het gaat veel slechter met Reve dan wij bewonderaars ons kunnen voorstellen. Gerard is ziek en zijn geheugen is gevuld met zwarte gaten. Alles wat hij zegt zijn flarden van een bekend repertoire. Eigenlijk komt er geen zinnig woord meer uit de Grote Schrijver.

Joop Schafthuizen is zijn verpleegster. Hij zit aan het bed met een kopje koffie en hij kleedt als het moet de Grote Schrijver aan. Hij zorgt ervoor dat de Grote Schrijver nog een menswaardig bestaan leidt en niet wordt opgesloten in zo'n treurig verzorgingshuis. Natuurlijk doet Schafthuizen in de ogen van de buitenwereld alles verkeerd. Hij is ongeletterd en heeft maar een beperkt zicht op de culturele schat die hij beheert. De directeur van het Letterkundig Museum zou het inderdaad veel beter doen, maar de directeur van het Letterkundig Museum verschoont niet elke ochtend de po onder het bed van de Grote Schrijver.

Wat dacht u dat daar gebeurt in België? Hoeveel types willen niet ongevraagd naar binnen voor een aardig plaatje van de dementerende schrijver? Dacht u dat die verslaggevers van de Nieuwe Revu langs kwamen uit literaire belangstelling? De strategie van de bezoekers is meestal eenvoudig: eerst met Joop zoete broodjes bakken om, als men eenmaal bij de Grote Schrijver aan het voeteind zit, diezelfde Joop weer zo gauw mogelijk zien te lozen. Dat is geen literaire tragiek, maar gewoon de platvloerse werkelijkheid.

En toen zat Joop Schafthuizen bij De Firma Interview, een typisch Nederlands televisieprogramma. Presentatrice Marjoke Roorda spreekt plat Rotterdams, maar een Rotterdams dat allang niet meer authentiek klinkt. Zij spreekt het uit op zo'n arbeideristische manier die in zwang is geweest bij het linkse vakbondskader binnen de Partij van de Arbeid. Ik dacht dat het uitgestorven was, maar het bestaat nog. Verder rolt er geen afgemaakte zin uit haar mond, komen de vragen die ze zelf stelt uit de naaidoos van tante Betje, zodat het geheel het gevoel geeft dat je naar een analfabete zit te kijken. Dan wordt ze bijgestaan door drie interviewers, meestal volstrekte amateurs. Ik neem aan dat de keus voor onkunde juist de bedoeling is van dat programma. De gedachte dat interviewen een vak is, leeft niet in Hilversum, wat je ook kunt aflezen aan het grote aantal cabaretiers dat 's avonds laat in allerlei talkshows een rondje draait.

Bij De Firma Interview werd Schafthuizen geïnterviewd door Betty Mellaerts, Jeroen Vullings en Anton de Goede. Betty Mellaerts van De Morgen pakte het aan als een moeder, die nu eens van haar ontspoorde zoon wilde weten wat er allemaal mis was gegaan met die liefde voor kleine jongetjes. Zoon boog deemoedig het hoofd. Hij zou het nooit meer doen. Fijn, ga nu maar weer buiten spelen.

Daarna kwam Jeroen Vullings van Vrij Nederland. Het werd steeds pijnlijker. Schafthuizen beschuldigde zijn ondervrager ervan dat ook hij behoorde bij al degenen die met halfhartige praatjes waren binnengekomen. Je voelde dat het waar was wat Schafthuizen zei en Vullings begon zichtbaar te zweten. Televisie kan meedogenloos zijn. Halverwege begon Vullings zich te realiseren in welke val hij was getrapt en nog voor zijn tijd om was, hield hij ermee op.

Toen kwam Anton de Goede. Wat hem bewogen heeft om de onnozelaar te spelen, weet ik niet. Kennelijk wilde hij uit naam van de literatuur opkomen voor de nalatenschap van de Grote Schrijver. Alles van Reve gelezen, gelachen om de martelkamer van Matroos Vos en om al die andere Lieve Jongens, maar nog geen flauw benul wat voor soort iemand er tegenover hem zat. Na afloop kwam het gezelschapje onder leiding van Marjoke nog even bij elkaar. Er heerste een grafstemming. Daarna zette Joop Schafthuizen het op een lopen. Dat kon ik wel aanvoelen. Hij moest op Gerard passen.

    • Max Pam