Uitzitten

Het waren geen opbeurende berichten die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren publiceerde. De Nederlandse economie is in het derde kwartaal van dit jaar met 0,4 procent gekrompen, het slechtste cijfer in bijna tien jaar. Veel economen en politici hadden toch nog op een mager plusje in de groei gerekend. Het Centraal Planbureau (CPB) stelde onlangs de ramingen naar beneden bij, maar kwam voor dit jaar en 2002 nog altijd op 1,5 procent groei uit. De CBS-cijfers laten zien dat in de maanden juli, augustus en september van groei geen sprake is geweest. Als in het huidige kwartaal de economie verder krimpt, kan aan het eind van het jaar officieel worden vastgesteld dat Nederland te maken heeft met een recessie.

We moeten ons geen recessie laten aanpraten, luidt het steevast in slechtere tijden. Somberen over de economie heeft vervelende psychologische neveneffecten. Als gemeld wordt dat het consumentenvertrouwen is gedaald, zullen consumenten aan wie dit was ontgaan, hun koopgedrag mogelijk bijstellen. Waardoor het weer een stukje slechter gaat met de bestedingen. Het is niettemin verstandig op alle eventualiteiten voorbereid te zijn. Politiek gezien is het van belang te weten wat het meest realistische scenario voor de komende tijd is. Partijprogramma's voor de aanstaande verkiezingen zijn op de groei geschreven. Daar blijft weinig van over als langdurige krimp dadelijk een feit is.

De economische teruggang wordt vooral veroorzaakt door tegenvallers bij de export, die op zijn beurt getroffen is door een daling van de wereldhandel, die weer ten dele wordt toegeschreven aan de gevolgen van de terreuraanslagen. De consumentenbestedingen namen daarentegen in het derde kwartaal nog bescheiden toe. Het vierde kwartaal kan nog een opleving te zien geven. Hoe dit ook zij, het was een wonder geweest als Nederland niet met een dreigende recessie te maken zou hebben gekregen. Amerika, Duitsland en Japan worden geconfronteerd met krimpende economieën – waarom ons land, met zijn export- en handelsgerichtheid, dan niet?

Ondernemers beginnen hun beleid op een periode van magere tijden af te stemmen, en gisteren maakte de aanwezigheid van premier Kok bij het Najaarsoverleg duidelijk hoe bezorgd hij is over de economische vooruitzichten. Maar nog niet bij iedereen is een gevoel van urgentie ontstaan na de ongewoon lange periode van hoogconjunctuur die achter ons ligt. Het besef dat er iets ernstigs aan de hand is, begint maar langzaam te dagen. Dat is zorgwekkend, omdat economische achteruitgang velen raakt en politici en beleidsmakers keuzes afdwingt. In het komende verkiezingsjaar zal dat moeilijk genoeg zijn. Ontslagen, oplopende werkloosheid en afnemende groei kunnen electoraal gezien slecht uitpakken. Het gaat om de economie, sufferd, zei Clinton in zijn campagne voor het presidentschap. Hij had gelijk.

Een remedie is niet eenvoudig te geven. De overheid kan macro-economische maatregelen nemen die het herstel bevorderen, maar er steekt veel waars in het aloude adagium dat men een recessie, die ook heilzaam kan zijn, gewoon moet uitzitten. Het belangrijkste is dat de economische teruggang als feit wordt geaccepteerd – en niet wordt ontkend of weggewuifd.