Seks en macht tussen papyrusriet

De regie van het echtpaar Herrmann en de stijl van dirigent Marc Minkowski combineren zeggingskracht met helderheid. In de nieuwe productie van Händels `Giulio Cesare' bij De Nederlandse Opera werken ze samen.

Tolomeo en Cornelia maken een dansje. Wat aanvankelijk lijkt op de onderkoelde bronst van een tango, blijkt smerig machtsvertoon. In de achterwaartse dip, gebaar van vrouwelijke overgave en kwetsbaarheid, laat Tolomeo zijn dame vallen. Wezenloos inspecteert hij vervolgens met twee handspiegels de gesteldheid van zijn lid.

Het in eenvoud beklemmende beeld vat de essentie samen van Händels, over macht en wellust verhalende, opera Giulio Cesare. De scène illustreert ook de kracht van het regisseursduo Karl-Ernst en Ursel Herrmann. Voor de Brusselse Munt-opera maakten zij een veelgeprezen cyclus van Mozart-opera's, waarin steeds een classicistische klaarheid en fabuleuze theatertechniek het toneelbeeld beheersten. Giulio Cesare is de eerste productie in een meerjarige Händel-reeks bij De Nederlandse Opera. Na het scenisch oratorium Semele is het tevens de tweede Händel-productie die de Herrmanns ensceneren. ,,Maar het is een totaal andere opdracht'', zegt Karl-Ernst Herrmann, die behalve voor de regie tekende voor licht, kostuums en decors. ,,Giulio Cesare is een tragische barokopera. De grootste moeilijkheid is de vorm. Er zijn geen ensembles, geen koren en geen grote finale, maar bijna uitsluitend da capo-aria's en recitatieven. Die intimiteit dwingt je regie vanzelf een bepaalde kant op.''

Het is een donderdagmiddag in de Stadsschouwburg, twee weken voor de première. In de zaal heerst een geagiteerde sfeer, die wordt gevoed door de ziekte van alt Marijana Mijanovic (Caesar) en voortdurende Babylonische spraakverwarringen. Vooral de samenwerking tussen de Duitse Herrmanns en de Franse dirigent Marc Minkowski verloopt stroef. Er wordt hardop gezucht en op fluistertoon gescholden. ,,Menselijke strubbelingen'', vat Marc Minkowski later voorzichtig grinnikend samen. ,,Maar vergis je niet, ik ben erg geporteerd voor de Herrmanns en hun visie op Giulio Cesare. Dit is een opera over mensen, over karakters. Caesar komt als Romein in Egypte, maar etnische botsingen of een oorlogsthematiek spelen in het libretto geen dominante rol. De personages gaan in hun voortdurende zucht naar macht, seks of wraak vooral confrontaties aan met zichzelf.''

Dat gegeven werken de Herrmanns in de set, de kostuums en de personenregie heel origineel en zorgvuldig uit, vindt Minkowski. ,,Deze productie laat je op een dagdroomachtige manier nadenken over de karakters en de archetypen die zij vertegenwoordigen. Dat in het werkproces ergernissen ontstaan tussen dirigent en regie is dan een detail. Het is als operadirigent altijd de kunst een balans te vinden tussen de tirannieke aanpak `Italiaanse stijl' en een `moderne', naar mijns inziens soms te meegaande houding. Natuurlijk moet een dirigent openstaan voor het theatrale aspect en daarin soepel en flexibel zijn.Maar het is bovenal zijn taak ervoor te zorgen dat de muziek de kans krijgt maximaal expressief te zijn.''

Bloedwraak

Giulio Cesare is Händels elfde opera. Hij schreef het werk in Londen, als zijn vijfde opera voor de Royal Academy of Music. Het libretto is complex, maar laat zich ruwweg omschrijven als een verhaal van moord, bloedwraak en liefde tegen een achtergrond van eerzucht, wellust, list en bedrog. Muzikaal biedt Giulio Cesare een parade van hoogst dramatische recitatieven en favoriete aria's, vooral in de laatste twee akten. ,,Maar de eerste akte is de mooiste'',vindt Minkowski. ,,Die trekt de luisteraar meteen midden in het drama en is zo perfect dat je hem als een los mini-operaatje zou kunnen opvoeren. Dat is opvallend, want meestal is de eerste akte in barokopera's de warming up van de plot, met veel muzikaal vuurwerk om de personages te introduceren. Het probleem is nu de vaart van de eerste akte vast te houden, maar ik heb er na de paar zinvolle coupures die we hebben gemaakt vertrouwen in dat dat lukt.''

Voor Minkowski, die bij De Nederlandse Opera debuteert, is het opmerkelijk genoeg de eerste keer dat hij Giulio Cesare dirigeert. Met het door hemzelf opgerichte barokorkest Les Musiciens du Louvre is Minkowski een van de meest toonaangevende barokoperadirigenten van het moment. Hij legde sinds 1987 een recordaantal van vierendertig merendeels vocale werken uit de barok vast op cd,en was gedurende twee jaar muzikaal directeur van de Vlaamse Opera. Hij vertrok er na strijd om de mate van artistieke zeggenschap en leidde het afgelopen seizoen negen verschillende operaproducties bij evenzovele huizen.

,,Het laatste jaar was doodvermoeiend, ongezond en onverstandig'', erkent Minkowski besmuikt. ,,Ik ben nu met een operahuis in overleg over de post van artistiek directeur, en er lopen ook gesprekken met symfonie-orkesten over een min of meer vaste verbintenis. Mijn probleem is dat artistieke eindverantwoordelijkheid een voorwaarde voor me is. Ik wil zelf kunnen beslissen over de repertoirekeus, de selectie van regisseurs, alles. Misschien begin ik te zijner tijd zelf wel een operabedrijfje, zoals ik destijds ook mijn eigen orkest heb opgericht.''

Minkowski dirigeerde een totaal van ongeveer dertig vocale werken van Händel, waaronder veel onbekend werk. Hij mag zich daarmee vermoedelijk de meest ervaren Händel-dirigent ooit noemen. Minkowski: ,,Mijn Händel-passie begon vroeg. Ik was achttien en gebiologeerd door een opname van Acis and Galatea onder leiding van John Eliot Gardiner. Omdat die opera nogal kleinschalig is heb ik er ook mijn eigenhandig geënsceneerde dirigeerdebuut mee gemaakt.''

Inmiddels is dirigeren voor Minkowski meer dan barokmuziek. De afgelopen twee jaar is hij meer en meer romantisch en vroeg twintigste-eeuws repertoire gaan dirigeren. Opera's van Meyerbeer, Strauss, Wagner en symfonisch repertoire van Mahler en Brahms. Minkowski: ,,Deze Giulio Cesare markeert mijn afscheid van Händel. Daar krijg ik veel verbaasde reacties op, en dat stoort me. We moeten niet altijd zo pretentieus en snobbish doen over barokmuziek. Ik zal Händel nooit helemaal uit het oog verliezen, maar droom er op dit moment van Wagner-dirigent te worden, de lyriek in zijn werk te ontvetten en te herstellen. Daarbij zal mijn ervaring met Händels grootschaligheid en zijn langzame aria's me alleen maar helpen. Als je kijkt naar de zangers met wie ik in deze productie samenwerk, zijn dat bijna allemaal mensen die óók met succes romantisch repertoire zingen. In welk genre je ook zingt of dirigeert – uiteindelijk is het vooral het natuurlijk instinct dat telt.''

Doorkijkbroek

De contouren van het door Karl-Ernst Herrmann ontworpen toneelbeeld blijven onveranderd in de vier uren die Giulio Cesare na de coupures in beslag neemt. Op het toneel ruisen rijen wit papyrusriet heen en weer. Dat biedt beschutting aan de donkere zwaarden van duistere soldaten. Daarboven biedt een ventilator met veren als propellorbladen verkoeling. Het decor is een visueel feest in zwart-wit tinten. Fleurig ogen alleen de bloedrode kersen die Cornelia ontpit als gevangenschapscorvee en de letterlijk onthullende gele doorkijkbroek van Cleopatra.

Er rest nog één week tot de premiere, en de repetitierust lijkt goeddeels teruggekeerd. Natalie Stutzmann staat stand by om in te kunnen vallen voor Marijana Mijanovic en wordt daarvoor letterlijk tussen de bedrijven door klaargestoomd. Karl-Ernst Herrmann kijkt toe vanuit de zaal, en coördineert de grote lijn van de regie de belichting, de decors en de kostuums. ,,Kostuums moeten iets vertellen over het karakter van een personage'', licht hij toe. ,,Ze moeten het publiek helpen zich bij een voorstelling betrokken te voelen. Ik ben er niet om van Giulio Cesare een drakerig kostuumdrama te maken.''

Ursel Herrmann bemoeit zich vooral met de personenregie. Op het toneel doet ze bewegingen voor, en vraagt Karl-Ernst galmend (`Herr-mann!') om commentaar. ,,Het is waar dat ik meer on stage te vinden ben, maar in principe hebben we als regisseursduo geen vastgestelde taakverdeling'', zegt Ursel. Karl-Ernst: ,,Een regie is voor ons een organisch proces, maar natuurlijk leg je je eigen accenten. Een van de erg leuke elementen van deze opera is voor mij de totaal ongeloofwaardige omslagen van de gevoelens bij de personages, die ik met behulp van de belichting kan ondersteunen. Donkere tonen voor donkere stemmingen. Met decors is dat veel moeilijker. Het ene moment is sprake van een grazige bloemenwei, daarna een gevangenis. Dan kun je beter kiezen voor één decor dat in alle situaties goed dienst doet. Die oplossing stelt je bovendien in staat scènes organisch in elkaar te laten overlopen. Caesar zingt zijn aria, Cleopatra nadert reeds vanuit de verte. Zo voeg je scenisch een laag toe aan tekst en muziek zonder hinein te interpreteren.''

Regisseur Peter Sellars, deze week opgestapt als directeur van het Adelaide Festival en in Nederland bekend van onder meer zijn vurig maatschappelijk geëngageerde Strawinsky-cyclus bij De Nederlandse Opera, maakte van een Brusselse reeks voorstellingen van Giulio Cesare een politiek manifest. Egyptenaren en Romeinen werden joden en Palestijnen. ,,Ik vond dat een hele interessante, beklijvende visie'', zegt Marc Minkowski. Het regisseursechtpaar Herrmann haalt er de schouders over op. ,,Giulio Cesare is géén politieke opera'', verzucht Ursel. Ze grinnikt even. ,,Eerlijk gezegd heb ik er sowieso moeite mee grote legerscharen over het toneel te laten marcheren. Dat kunnen ze in Hollywood veel beter, en in het licht van de actualiteit zou ik me er al helemaal verre van houden. In het theater moet je je beperken tot het intieme, want dat is waar theater het meest geschikt voor is – het tonen van de psychologie van de personages. De mix van liefde, eerzucht en macht die Giulio Cesare drijft is reuze spannend om te laten zien.''

Karl-Ernst Herrmann: ,,Daar komt bij dat Händel ook zelf de politieke macht van Caesar niet erg ernstig opnam. Hij laat hem in de eerste acte zijn entree maken met een gezongen `Veni, vidi, vici'. Hoe lachwekkend! überhaupt is Caesar een uiterst hybride personage. Enerzijds omarmt hij Cleopatra uiteindelijk in een liefdesduet, anderzijds is hij niets beter dan Mussolini of Napoleon waar hij zingt `van pool tot pool de hele wereld te willen overheersen'. Mijn God! Dat dualisme moet je duidelijk maken op de bühne.''

Rastavlechtjes

In de gangen van de Schouwburg klinkt gedempt gezang. Vanuit de hoogliggende orkestbak maakt Marc Minkowski een groepje zangers wegwijs in een moeilijke passage. Ursel Herrmann herschikt liefdevol de uit rastavlechtjes opgebouwde Cleopatra-coupe van sopraan Christine Schäfer, terwijl Karl-Ernst zijn schoenen borstelt met de vedertooi van een Romeinse legerhelm, opgediept uit de rekwisietenmand. ,,Of deze productie geslaagd is, weet ik pas op de première'', zegt Ursel. ,,Zo is dat altijd geweest, en zo zal het altijd zijn. Zelfs na de vele Mozart-opera's die we hebben geregisseerd voor de Munt-opera in Brussel waren we niet zekerder over het slagen van een voorstelling. Ervaring helpt niets. Je ontwikkelt als regisseur nooit een visie op een oeuvre of een tijdvak. Je moet je steeds weer openstellen voor één specifiek werk.''

,,Barokopera heeft natuurlijk wel duidelijke eigen wetten'', vult Karl-Ernst aan. ,,Giulio Cesare is een aaneenschakeling van recitatieven en da capo-aria's. De voortdurende herhalingen die daaraan inherent zijn bezitten voor een actueel publiek totaal geen noodzaak. Het is onze taak de achterliggende intentie te ontdekken en te tonen.''

Ursel Herrmann knikt. ,,Maar als je goed luistert, ontdek je in Händels muziek moeiteloos de achterliggende emoties. De da capo-aria's zijn er echt om de innerlijke ontwikkeling van een personage te illustreren. Een coloratuuraria als Caesars Al lampo dell' armi staat bol van het vocaal en theatraal machtsvertoon. Dat gegeven versterk ik dan in de personenregie. Hoe precies, is moeilijk te zeggen. Het zit in elk detail, elk gebaar.''

Karl-Ernst: ,,Het probleem is een beetje dat je als regisseur altijd blijft worstelen met de mate van vrijheid die je je durft te veroorloven in de omgang met het muzikale en het tekstuele materiaal van een opera. Ik was deze zomer gefrappeerd door Christoph Marthalers regie van Mozarts Le Nozze di Figaro in Salzburg, waarbij de recitatieven door zangers op glazen werden begeleid. Dát is nog eens kunstig omgaan met tekst en muziek! Als regisseur kún je opera eenvoudigweg niet benaderen als een bedreigde museumkunst. `Conserveren' in het theater, dat is het einde van de creativiteit.''

De Nederlandse Opera: `Giulio Cesare' van G.F. Händel door Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski. Alternerende bezetting: David Daniels/Marijana Mijanovic (Caesar), Christine Schäfer/Danielle De Niese (Cleopatra), Charlotte Hellekant/Graciela Araya (Cornelia), Magdalena Kozená/Joyce DiDonato (Sesto) e.a. Regie: Ursel en Karl-Ernst Herrmann. Decor, kostuums en licht: Karl-Ernst Herrmann. Voorstellingen op 15, 16, 18, 19, 21, 22, 24, 25, 27, 28, 30/11 en 1, 3, 4, 6, 7/12 Stadsschouwburg, Amsterdam. Res. 020-6243111.

    • Mischa Spel