Schakers euforisch na Europese titel

Je zult een schaker niet snel een dansje zien maken, maar de ontlading bij de Nederlandse ploeg na het behalen van de Europese titel vertelde veel over de voldoening.

Zoekend naar een vergelijking met de zojuist behaalde Europese schaaktitel stelde Jeroen Piket onomwonden vast dat hij nog nooit zo blij was geweest, zelfs niet na zijn zege vorig jaar op Kasparov in de finale van het eerste grote Internettoernooi.

Friso Nijboer zei dat hij bevangen was door een warm Oranjegevoel en ook captain Genna Sosonko koos een vergelijking met onuitwisbare voetbalherinneringen. ,,Dit was München 1974 en wij zetten wel door na die penalty in de eerste minuut. Of Buenos Aires 1978, maar dit keer ging de bal niet tegen de paal, maar er in.''

De euforie was begrijpelijk. Voor het eerst wonnen Nederlandse schakers goud in een groot landentoernooi en er viel niets af te dingen op hun historische prestatie. Boris Kutin, voorzitter van de Europese schaakunie, sprak bij de prijsuitreiking van een ,,superieur Nederland''. Zelfs Joel Lautier, uitblinker van het Franse team dat op de laatste dag zijn droom in duigen zag vallen, zocht geen excuses. ,,Nadat ze in de eerste ronde gelijk speelden, wonnen de Nederlanders al hun partijen. Dan ben je de terechte winnaar.''

Toch hadden de Fransen tot de slotdag alle reden te hopen dat zij de hoofdprijs in de wacht zouden slepen. Ze mochten dan twee wedstrijden hebben verloren, in bordpunten stonden ze gelijk met Nederland. Bovendien speelde Frankrijk tegen Duitsland, een team dat op papier zwakker was dan Israël, de tegenstander van Nederland. Nijboer, die de laatste ronde aan de kant bleef, had de ontknoping met zorg tegemoet gezien. ,,Maar toen ik na een uur in de speelzaal kwam en de stellingen bekeek, wist ik dat het goed kwam.''

Op dat moment tekenden de openingsschermutselingen al de contouren van een moeizame wedstrijd voor Frankrijk, terwijl de vervelende drukstand waarin kopman Loek van Wely was beland ruimschoots werd gecompenseerd door drie hoopgevende uitgangsposities aan de overige borden.

Het vertrouwen in een goede afloop groeide met het uur. Alsof er een koers was uitgezet waar niet meer van af te wijken viel gingen de acht partijen waar alles om draaide voort op de ingeslagen weg. Gesteund door de wetenschap dat de Duitsers in hun aspiratie het brons te winnen bezig waren de Fransen de voet dwars te zetten, bouwde het Nederlandse viertal aan een onverwacht grote nieuwe overwinning.

Om te beginnen trok Piket de stand gelijk nadat Van Wely inderdaad was bezweken onder het geweld waarmee Boris Gelfand hem te lijf was gegaan. De zelfverzekerdheid waarmee Piket zijn tegenstander Ilya Smirin aanpakte, toch een speler die alweer een tijdje tegen de toptien van de wereld aanschurkt, was indrukwekkend.

Nauwelijks had Piket zijn punt te pakken of hij werd alsnog door de zenuwen overvallen, omdat de titel ineens wel heel dichtbij was. Maar iedere reden tot zorg was ongegrond. Aan het vierde bord bevestigde Erik van den Doel het vertrouwen van Sosonko, die de Leidenaar na vijf rustdagen opnieuw had opgesteld.

Secuur spelend hield Van den Doel zijn openingsvoordeel tegen Alon Greenfeld vast en haalde in het eindspel de buit binnen. Daarna mocht Sergei Tiviakov het laatste toefje slagroom op de taart zetten. Emil Sutovsky kon zuchten, puffen, staren en irritant over het bord hangen zoveel als hij wilde, de Groningse grootmeester liet niet meer los. Onverstoorbaar zette hij zijn overwicht om in winst en bracht de verlossende 3-1 eindstand op het scorebord.

Het was tijd voor veel felicitaties, twee magnums champagne waar iedereen die maar wilde in mocht delen, en een unieke trofee. Onvermijdelijk mocht Sosonko ook de vraag beantwoorden of het ontbreken van Rusland en titelverdediger Armenië een smetje wierp op dit succes. Hij had er weinig geduld mee: ,,Dat is zo'n typisch Nederlandse vraag. Als Jantje of Pietje iets wint, moet er altijd iets mis mee zijn. Terwijl ik helemaal niet weet of Armenië sterker is dan wij. En als Rusland had meegedaan en we hadden gewonnen, was er wel weer iets anders te bedenken.''

Ook had hij geen zin om zich af te vragen of het toernooi anders was verlopen als Jan Timman had meegedaan. ,,Wat heeft dat voor nut? Het is gegaan zoals het gegaan is.'' Als er dan toch iets viel op te merken, dan werd dat door Piket verwoord. ,,Het was wel jammer dat ze bij de prijsuitreiking het Wilhelmus niet speelden.''

    • Dirk Jan ten Geuzendam