Papoea's weten wie hun leider heeft vermoord

De Papoea's schrijven de moord op hun leider Theys Hiyo Eluay toe aan het Indonesische Corps Speciale Troepen. Dit heeft ten minste de schijn tegen.

De 20.000 rouwende Papoea's die dinsdag te voet en in afgeladen bussen en vrachtwagens de kist van hun vermoorde leider Theys Hiyo Eluay volgden, toen die stapvoets naar zijn woonplaats Sentani werd gereden, wisten wie het gedaan had. Zij gingen af op jarenlange, bittere ervaring, niet op kennis van de feiten. Voor hen leidt het spoor van de daders onmiskenbaar naar het Corps Speciale Troepen (Kopassus). Deze commando-eenheid van het Indonesische leger pleegt in de provincie Papoea al jaren sluipmoorden op rebelse autochtonen, handelt illegaal in hout en bodemschatten en `wettigt' een en ander als `strijd tegen de separatisten'. De politie van Papoea, gesteund door een onderzoeksteam uit Jakarta, lijkt dit spoor uiterst serieus te nemen.

Bapak (vader) Theys, een even flamboyante als omstreden Papoeavoorman, werd in de nacht van 10 op 11 november ontvoerd en vermoord toen hij op weg was naar huis. Zijn chauffeur, Aristoteles (Arie) Masoka, is spoorloos. Er zijn evenwel nog meer getuigen. Zij willen wel praten, maar niet met hun naam in de krant.

Een dag of tien geleden kwam in Jayapura een merkwaardig gerucht in omloop, dat werd opgeklopt door de Cenderawasih Pos (Paradijsvogelpost). Dat is de grootste krant van Papoea, eigendom van Javaanse ondernemers en een enkele gepensioneerde generaal. 's Nachts zou door de straten van de hoofdstad een vrouwelijke vampier dwalen, op zoek naar slachtoffers van haar bloeddorst. Laaggeschoolde Papoea's zijn goedgelovig en waagden zich na winkelsluiting niet meer buiten. Beter opgeleide volksgenoten zien in dit verhaal een list om het volk die fatale nacht van de straat te houden.

Leden van het Papoea-Presidium (PDP), het uitvoerende lichaam van de beweging die ijvert voor een `vrij West-Papoea', werden sinds begin november zichtbaar gevolgd door als zodanig bekende leden van Kopassus. Zaterdagochtend 10 november belde PDP-voorzitter Theys met zijn secretaris-generaal, Thaha Al-Hamid, om een afspraak te maken voor de volgende dag. Al-Hamid: ,,Hij herhaalde zichzelf een paar keer, waaruit ik opmaakte dat hij nerveus was. Voordat hij ophing, zei hij: `Voorzichtig, adik' (jongere broer).''

Die avond gaf Theys gehoor aan een uitnodiging van het plaatselijke Kopassus-commando om in het hoofdkwartier aan de Humboldtbaai de viering bij te wonen van Heldendag. Dan herdenkt Indonesië de Slag om Surabaya, op 10 november 1945, de eerste veldslag van de Revolutie. Theys was in 1969 een van de Papoeanotabelen die in een fel omstreden `volksraadpleging' stemden voor aansluiting bij de Republiek, maar omhelsde in de jaren negentig het onafhankelijkheidsideaal. Zoals gewoonlijk werd hij die avond gevolgd door plaatselijke journalisten. Om kwart voor tien 's avonds werd Theys naar zijn auto vergezeld door de plaatselijke Kopassus-commandant, luitenant-kolonel Hartomo. De Papoealeider was altijd zeer open tegen de pers. Een verslaggever van de Papua Post vroeg Theys of hij mocht meerijden, richting Sentani. Voordat Eluay kon antwoorden, zei commandant Hartomo: ,,Dat zal niet gaan. De auto van vader Theys is al vol.'' De Grote Leider van het Papoeavolk stapte in zijn blauwe Toyota Kijang en reed weg. Op de achterbank ontwaarden journalisten een derde man, in safaripak.

Om tien uur liet Theys aan zijn (zesde) vrouw, Yaneke Ohee-Eluay, per mobiele telefoon weten dat hij op weg was naar huis. Mevrouw Eluay: ,,Een kwartier later belde Arie (de chauffeur). Hij huilde en kon nog net uitbrengen: `Mamma, u moet bidden. Bapak en ik zijn ontvoerd door orang amberi (niet-Papoea's). Ik ben ontsnapt.' Toen werd de verbinding verbroken.''

Diezelfde avond nam een medewerker van het PDP-kantoor in Kotaraja, een voorstadje van Jayapura, een taxi naar de stad. Kort voordat deze de politiepost van Jayapura-Zuid passeerde, zag de jongeman in de rechterberm een blauwe Kijang, die hij onmiddellijk herkende als de auto van Theys. In het voorbijgaan zag hij dat enkele mannen, kennelijk niet-Papoea's, iemand – waarschijnlijk chauffeur Arie – met geweld van de voorbank sleurden en dwongen plaats te nemen in een andere auto. Meer zag hij niet, want de bange taxichauffeur gaf gas en reed in volle vaart naar Jayapura.

Chauffeur Arie (21) wist te ontkomen aan de ontvoerders. Hij hield een taxi aan, stapte in en riep in opperste verwarring tegen de chauffeur en andere inzittenden: ,,Snel! Ze hebben Bapak Theys ontvoerd! Breng me naar het hoofdkwartier van Kopassus. Zij moeten zich hiervoor verantwoorden.'' In de taxi belde hij naar de vrouw van Theys. Arie werd afgezet voor de basis, waar het feest nog in volle gang was. Hij ging alleen naar binnen en verdween vervolgens.

De volgende morgen werd de blauwe Kijang aangetroffen in het district Koya Tengah, niet ver van de grens met buurland Papoea Nieuw-Guinea, zo'n 45 kilometer ten oosten van Jayapura. Toen Thaha Al-Hamid en de zijnen, onder wie Boy Eluay, de oudste zoon van Theys, ter plaatse arriveerden, was de locatie al afgezet door de politie. Al-Hamid: ,,Theys' lichaam zat nog in de auto, die balanceerde op de rand van een ravijn en alleen werd tegengehouden door een boom. Theys zat op de grond, half gedraaid, met zijn hoofd en armen op de achterbank. Zijn gezicht was blauwzwart en zijn tong stak half naar buiten.''

In tegenstelling tot eerdere berichten vertoonde Theys' hals geen sporen van wurging. Autopsie in het ziekenhuis van Jayapura, zondagavond, wees uit dat de Papoealeider was overleden aan `zuurstofgebrek'. Een arts, in vertrouwen: ,,Dit heb ik vaker gezien: een professionele moord. Om iemand te laten stikken hoef je zijn keel niet dicht te knijpen. Een plastic zak is voldoende. Dat laat geen sporen na en is moeilijk te bewijzen.''

Luitenant-kolonel Hartomo verweert zich heftig tegen de beschuldiging van mevrouw Eluay dat haar man is omgebracht door Kopassus: ,,Denkt u werkelijk dat we zo stom zijn? Wij beschouwen Theys als onze vader en die vermoord je niet.'' Maar Kopassus heeft de schijn tegen. Vorig jaar ontvoerde een strijdgroep van de Beweging Vrij Papoea (OPM), ter plaatse geleid door Willem Onde, in de buurt van Merauke enkele medewerkers van een Koreaanse houtkapfirma. Behalve geld eiste Willem dat de politie zich terugtrok uit `zijn' gebied. In de streek woedt allang een felle strijd tussen commando's van Kopassus en politiemannen om controle over de lokale houthandel. Willem was door Kopassus opgezet tegen de politie. Enkele maanden geleden werd Willem door onbekenden vermoord. Hartomo: ,,Voor dat incident geldt hetzelfde: iemand wil Kopassus een loer draaien.''

De journalist van de Papua Post die Theys zag wegrijden met een onbekende op de achterbank, is gisteren verhoord door de recherche in Jayapura. De politie heeft stricte instructies van president Megawati Soekarnoputri om de dood van Theys tot op de bodem uit te zoeken. Of de politie daartoe in staat is, moet nog blijken. `Jakarta' rept van een `politieke moord' die is bedoeld om de vorige maand aangenomen wet op Bijzondere Autonomie voor de Provincie Papoea te torpederen. Volgens Theys, en met hem het hele PDP, is autonomie een lege dop. De kans is groot dat de vele duizenden Papoea's die Theys dezer dagen de laatste eer bewijzen alleen nog genoegen nemen met volledige `vrijheid'. En dan is de aanwezigheid van Kopassus eens te meer `gewettigd'.