Olie laag? Dan de beurskoers oppompen

Na drie jaar van lijnen, rek- en strekoefeningen en andere intensieve training staat de eerste zware test voor de deur van Shell. Is de energieproducent slank, fit en flexibel genoeg om te jongleren met een lage olieprijs?

Binnen twee maanden is de prijs van een vat met 159 liter ruwe olie razendsnel gedaald: van iets boven de 30 dollar naar 17 dollar per vat vanochtend, bijna een halvering van de prijs. Die prijsschok dreunt in alle werelddelen na. De meeste olieproducerende landen, verenigd in de OPEC, mikken op een prijs van 22 tot 28 dollar. Zij zien hun opbrengsten kelderen. Niet OPEC-lid Rusland baseert zijn staatsbegroting op een prijs 18 dollar, waardoor de sommetjes straks niet meer sluiten.

Shell baseert sinds de Azië-crisis van 1998 zijn bedrijf op een olieprijs van 14 dollar. Bij dat tarief dient het olie- en gasconcern een rendement van 14 procent te maken op het geïnvesteerde vermogen. Deze 14/14-regel was Shells antwoord op een olieprijs van 10 dollar: het concern moest beter worden ingericht op structureel lagere energieprijzen. Die test komt nu snel naderbij.

De olieprijs wordt naar beneden geduwd door een stijgend aanbod, terwijl de vraag juist taant. Onenigheid tussen de olieproducerende landen dreigt in een prijsoorlog te ontaarden. En de vraag groeit nauwelijks door de wereldwijde economische afkoeling. Een lagere olieprijs is altijd nadelig voor Shell. De divisie die de oliewinning verzorgt was de afgelopen jaren de grote winstmaker. Het groeiende gasbedrijf van Shell leverde eveneens een belangrijke winstbijdrage. De olieprijzen werken met een vertraging van ruwweg zes maanden door in de gastarieven. Alleen het raffinagebedrijf van Shell heeft baat bij een lagere olieprijs: dat kan straks goedkoper inkopen. Die meevaller weegt echter nooit op tegen de dalende opbrengsten van olie.

Bij een verdere daling van de olieprijs zal Shell al snel zijn investeringen terugschroeven: de exploitatie van een nieuw olieveld kan dan eenvoudigweg niet uit. Het geld dat Shell overhoudt kan gebruikt worden voor investeringen in de eigen lichtvoetigheid. Een van de afslankcursussen van Shell is er op gericht de balans te verlichten door het geïnvesteerd vermogen te verminderen. Hiertoe is Shell begin dit jaar aan een grootschalige inkoop van eigen aandelen begonnen. Samen met het Britse zusterbedrijf is inmiddels voor meer dan tien miljard gulden aan eigen stukken van de markt gehaald. Het geld dat Shell straks uitspaart kan dan beter gebruikt worden als smeerolie voor de beleggers. De beurskoers kan nog wel een steuntje gebruiken. In plaats van zegeltjes.