Oervrouwen met grote borsten

Josse de Haan, schrijver van de omvangrijke roman Kikkerjaren, zet zich al decennia in voor de erkenning van de Friestalige literatuur. Hij werd in 1941 geboren en schreef romans, poëzie en kinderboeken. Bovendien was hij schoolhoofd en leraar Nederlands. De oorspronkelijke titel van de roman luidt Piksjitten op Snyp, hetgeen in het Nederlands onvertaalbaar is. `Piksjitten' is een gokspel dat traditiegetrouw wordt gespeeld op het ijs. De deelnemers moeten met een stuk hout een voorwerp, dat over het ijs glijdt, raken. En `Snyp' staat voor het plaatsje Sniep ten oosten van Franeker.

De huidige titel Kikkerjaren is scherp gekozen. In een van de eerste hoofdstukken wordt op bijna surrealistische wijze beschreven hoe een aantal Friese plattelandskinderen hun verveling en sluimerende agressie verdrijft door kikkers op te blazen en uiteen te laten spatten. Getuige van dit gruwelijke ritueel is het gevoelige jongetje De Lytsk. Het lijkt of hij zijn hele leven door deze angstwekkende ervaring wordt achtervolgd. We kunnen denken aan het vroege werk van Jan Wolkers en Gerard Reve waarin vergelijkbare scènes voorkomen, bovendien, net als bij De Haan, doordrenkt van een erotische atmosfeer.

Bovenstaande gebeurtenis mag misschien vertrouwd zijn uit de literatuur of uit menig jongensleven, verderop neemt de roman roekeloze en zelfs krankzinnige wendingen – dat laatste in de goede betekenis van het woord. De roman wordt gedomineerd door twee personages, de schrijver van het boek zelf, De Grutsk geheten, en zijn tegenpool, de schuchterder De Lytsk. De Grutsk woont, ook al Reviaans, in de Grootstad, nader beschouwd De Bijlmer. Daar werkt hij als een bezetene aan zijn schrijfsels. Hij heeft afstand genomen van de oude Friese dorpjes maar dat verhindert deze groteske gigant niet om bladzijde na bladzijde te wijden aan Friese herinneringen. Het enige boek waarmee ik Kikkerjaren kan vergelijken, is Foel Aos van Habakuk II de Balker, pseudoniem van de dichter H.H. ter Balkt. Dit boek verscheen in de jaren zeventig en had het Twentse platteland tot onderwerp.

De grootste drijfkracht van De Grutsk, zuiplap en ruziezoeker, is een ongebreidelde seksuele honger. Hij nodigt een reeks van negen prostituées uit die elk een van de vrouwen moet spelen die hem vroeger imponeerden. De stijl van De Haan is rauw; pik na kut na tiet passeert de revue en dat is jammer en op een bepaalde manier ook naargeestig, want het effect van dit spelletje naakt paraderen schaadt de geloofwaardigheid.

Als de Friese literatuur een andere is dan de Nederlandse – en er zijn stemmen die dat beweren – dan is Kikkerjaren daarvan een goed voorbeeld. Het is een plattelandsboek van de eerste orde, zinnelijk, ruig, onverschrokken en op uitdagende wijze ongestileerd. Op het niveau van handeling is het mogelijk `Friese' element moeilijker te duiden.

Evenals Foel Aos is het een roman vol stilstand en evocatie. Herinneringen volgen elkaar op, een eindeloze reeks dorpsfiguren komt voorbij. Modderwegen en landschappen tuimelen over elkaar heen. Echte handeling is er niet. De enige confrontatie is die tussen De Grutsk en De Lytsk. De Lytsk, ondertussen allang geen jongeman meer, ontvangt de geschreven berichten van De Grutsk. Hij reageert erop, soms polemisch, vaker instemmend. De Grutsk heeft voor zijn vroegere jeugdvriend, die steeds meer op zijn alter ego gaat lijken, een verrassing in petto: hij stuurt hem ongevraagd een van zijn hoeren toe. De vriendschap van het tweetal komt onder druk te staan, zonder te bezwijken.

Wat Kikkerjaren ontbeert is een dwingende structuur, die de lezer meesleept naar het einde. Na krap tweederde gebeurt er niet werkelijk iets nieuws meer. De Grutsk onderhoudt een romance met een vrouw uit De Binnenstad – die van Amsterdam. Maar werkelijk van iemand houden doet hij niet. Elke vrouw is een substituut voor de Friese oervrouwen met reusachtige borsten, over wie hij maar niet uitgedroomd raakt. Dit maakt het boek somber en op bepaalde wijze uitzichtloos, want de rauwheid krijgt geen verzachtend tegenbeeld. Aanvankelijk wel, want toen werd De Lytsk met zijn kwetsbare jongensziel raak ten tonele gevoerd. Die tegenstelling verdwijnt zienderogen, waaarna De Grutsk op egomane wijze het boek naar zich toetrekt en in zijn eigen gedachten blijft rondstruinen. Dit bezwaar neemt niet weg dat de groots geschreven inzet een onverwachte kracht heeft.

Josse de Haan: Kikkerjaren. Groteske of essay. Vertaald uit het Fries door Harmen Wind. Meulenhoff, 544 blz. ƒ49,58

Op zondag 18 november, 12 uur, organiseert het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds in Felix Meritis in Amsterdam de Dag van de Friese Literatuur. Deelnemers o.a. Josse de Haan, Kees `t Hart en Geert Mak. Inl. 020-6206261.

    • Kester Freriks