Joseph Luns en het menselijk tekort

Tomas Ross zuigt zijn thrillers niet uit zijn duim, althans niet helemaal. Hij baseert zich bij het schrijven op de werkelijkheid en op historische feiten. Zo schreef hij over de politionele acties in Indonesië, over de vrijheidsstrijd van de Zuid-Molukkers, over de verdwijning van joodse tegoeden in de Tweede Wereldoorlog en over de Boeing die in oktober 1992 neerstortte op de Bijlmer. `Ik richt me alleen op oude affaires', vertelde hij onlangs in een interview. `Het risico dat ik word ingehaald door de actualiteit is mij te groot.'

Ook in zijn nieuwe boek, genomineerd voor de Gouden Strop (die hij trouwens al twee keer eerder won) gaat hij terug in de tijd. Naar 1962 om precies te zijn, toen Indonesië al een jaar of twaalf niet meer van `ons' was, maar Nederlands Nieuw-Guinea nog net wel. Tranen over Hollandia is gewijd aan de troebelen die aan de uiteindelijke overdracht van het grote, onherbergzame eiland voorafgingen. De clou is dus al vooraf bekend. Luns, Toxopeus, De Quay en vele anderen spannen zich in om het land een zelfstandige status te geven, al dan niet onder supervisie van Nederland, en om het in elk geval buiten bereik te houden van de gehate Soekarno. Maar dat loopt op niets uit: eind juli 1962 wordt er tussen de Verenigde Staten en Indonesië een akkoord gesloten over de toekomstige inlijving van Nieuw-Guinea, ofwel Irian Jaya, bij Indonesië.

Het is mooi dat deze voorkennis aan de spanning niets afdoet. De apotheose van het boek wordt gevormd door een fraai in scène gezette nepstaatsgreep die zich afspeelt in de buurt van Hollandia, de voormalige hoofdstad van Nieuw-Guinea. De vele ingewikkelde verhaaldraden komen hier samen en worden netjes afgehecht. En dan blijkt dat alles toch weer net even iets anders in elkaar zat dan we dachten.

Pure ontspanningslectuur zou ik Tranen over Hollandia intussen niet willen noemen. Alleen de wakkere lezer zal zich een pad weten te banen door deze jungle van feiten, functies, namen, nationaliteiten, gebeurtenissen, verwikkelingen en standpunten. Een hopeloos verdeelde en verzuilde wereld waarin de mensen niet tot overeenstemming kunnen komen – dat is wat Ross hier met veel gevoel voor humor beschrijft. Het kabinet is verdeeld over de Nieuw-Guinea-kwestie. De communisten zijn het oneens over de te volgen koers. En ook de Russen, de Indonesische nationalisten en vele andere partijen en belangengroeperingen hebben de neiging elkaar onderling het leven zuur te maken. Premier De Quay vraagt zich vertwijfeld af waarom hij ooit in de politiek is gegaan.

Ook wordt ons een blik gegund in het vermoeide, maar onverzettelijke hoofd van Soekarno, alleenheerser over een groot en onoverzichtelijk rijk en bedreigd door de CIA, moslimleiders, communisten, legerofficieren en studenten. Hij zegeviert in de Nieuw-Guinea-kwestie, maar hoe lang zal hij daarna nog stand houden? Iedereen heeft het hier zwaar te verduren. CPN-voorman Paul de Groot houdt zijn partijvergaderingen in de eetkamer omdat hij weet dat hij in de zitkamer wordt afgeluisterd door de BVD. Maar hij weet weer niet dat in de zitkamer de KGB meeluistert. Ook wij mogen getuige zijn van zo'n bijeenkomst, waarin de kameraden weinig kameraadschappelijk met elkaar omgaan.

Een van de aanwezigen is Theo Geutjes, lid van het Algemeen Bestuur. Geutjes wordt naar Indonesië gestuurd om solidariteit te betonen met Soekarno en de PKI, de communistische partij. Door zijn onzekere positie binnen de CPN is hij een gemakkelijke prooi voor anderen: hij laat zich manipuleren door een paar Russen, die er weer een net iets ander standpunt op nahouden over Nieuw-Guinea, waardoor hij in grote moeilijkheden komt.

Leugen, bedrog, overspel en schijnheiligheid voeren de boventoon in Tranen over Hollandia. Als tegenwicht tegen al deze narigheid schiep Tomas Ross zijn hoofdpersoon Axel Boreel, een sympathieke man van onbesproken reputatie, een soort politiek correcte politicus zonder partij. Hij was ooit KNIL-soldaat, maar nam zelf ontslag omdat hij het koloniale systeem achterhaald achtte. Ook werkte hij een tijd voor `de dienst', maar vertrok ook daar al snel omdat hij genoeg had van `stoelenpootzagerij, intriges en gekonkel'. Na de plotselinge dood van zijn vrouw Jane wordt hij gevraagd om een geheime missie uit te voeren: een oude Indonesische jeugdvriend, die opgeklommen is tot stafchef van Soekarno, blijkt te hebben verzocht om een onderhoud met hem. Maar eenmaal in Indonesië raakt hij verzeild in een reeks gevaarlijke avonturen.

Wat leveren al deze verwikkelingen ons nu op? Hoe vreemd het ook mag klinken: Tranen over Hollandia is vooral bijzonder om wat er allemaal níet gebeurt. Het lijkt wel of Ross met deze thriller wil zeggen dat de mens maar weinig tot stand weet te brengen, hoe hij zich ook uitslooft. Luns en consorten halen bakzeil. Voor de CPN, in de persoon van Theo Geutjes, is ook al geen glansrol weggelegd. Er is ook geen genoegdoening voor missionaris Dekker die al veertig jaar lang probeert om de Papoea's christelijke normen en waarden bij te brengen, maar die moet vaststellen dat hem dat niet is gelukt. Hij legt zich er maar bij neer dat zij er een wrede gewoonte op na blijven houden om hun pasgeboren kinderen te vernoemen: naar de persoon namelijk van wie ze zojuist de kop hebben gesneld. Het meest wrange, maar ook wel humoristische bewijs van het menselijk tekort wordt geleverd door de steeds maar weer uitgestelde ontmoeting tussen de twee vrienden, een ontmoeting waar voortdurend op wordt gezinspeeld en waar eigenlijk het hele boek op drijft. Maar als ze elkaar ten slotte treffen, in weinig gelukkige omstandigheden, op het nippertje, is dit het enige wat ze nog tegen elkaar kunnen zeggen: `dag'.

Tomas Ross: Tranen over Hollandia. Fontein, 348 blz. ƒ34,95

    • Janet Luis