Interviewen

Goed interviewen op tv is een moeilijk vak. Het is gemakkelijk om iemand empathisch te ondervragen over een ziekte, onrecht of een ongeluk. Even eenvoudig is het om een Kamerlid of een minister leeg te laten lopen over beleid. Maar het moeilijkste is om het één met het ander te verbinden, zodat de kijker er steun aan heeft als burger. Dat verstaan Irene Costera Meijer en Bernadette van Dijck onder ,,publieke kwaliteit''. Met deze eis, die zij stellen in hun boek Talk/show aan praatprogramma's ben ik het eens. Over de uitwerking verschil ik van mening.

Het favoriete doelwit van het duo is het programma Buitenhof. Ik hoorde dat de presentatie van hun boek bij de NOS op een stevig debat uitliep met de redactie van dat programma omdat het duo zou vinden dat de directeur van de Shell een slechte gast was, saai, emotieloos en abstract. Maar bij de Shell-directeur begint juist de probleemstelling. Hij is weliswaar een witte man, maar een machtig man aan het hoofd van een bedrijf met de omzet van een middelgrote natie. Zijn beslissingen hebben internationaal gezien grote maatschappelijke gevolgen. Raar om zo iemand over te slaan.

Het mooiste vinden de communicatie-deskundigen het verbinden van abstracte dilemma's aan concrete ervaringen van de kijkers. Vind ik ook. Maar bij een Shell-directeur kan ik me dat slecht voorstellen. Een confrontatie met tankende automobilisten zou het thema te zeer beperken. Een paar concrete conclusies zijn al heel wat in zo'n gesprek. Weinig interviewers die daar in slagen. Mensen die macht hebben – politici, bedrijfstopmensen – willen heldere conclusies juist vermijden omdat die hen in conflict kunnen brengen met een relatie of met een deel van hun grote achterban. Dat geldt zeker in het poldermodel waar tegenstellingen worden verbloemd. Daar heeft de kijker niets aan. Het interview ontaardt in een debat, waarbij de interviewer een uitspraak wil ontlokken die de geïnterviewde niet voor zijn rekening wil nemen. De onervaren interviewer gaat zelf stellingen verkondigen waar de geïnterviewde op moet reageren, maar de ervaren interviewer blijft vragend toetsen aan het gezonde verstand en probeert de uitspraken zo zuiver mogelijk samen te vatten, zodat het gesprek stap voor stap naar een conclusie gaat, van open vragen naar het meer gesloten ja-nee.

Paul Witteman is daartoe in staat, ook Karel van de Graaf, Koos Postema, Inge Diepman, Rick Nieman en Jeroen Pauw. Rob Trip is er bijna, Peter van Ingen blijft nog te veel hangen in debat-achtige opmerkingen.

Het in Talk/show geprezen interview van Ria Bremer over seksueel misbruik is gemakkelijker, omdat zowel de interviewer als slacht-

offer hetzelfde belang hebben: het probleem zo helder mogelijk op tafel krijgen. Een politicus of een bedrijfsdirecteur hebben dat belang juist niet maar om hen dan maar over te slaan, gaat mij te ver.

Rondom Tien heeft hoge ,,publieke kwaliteit'' omdat het specialisten combineert met mensen die het zelf hebben ervaren. Maar de laatste paar uitzendingen liepen te weinig uit op een conclusie en bleven mij te veel hangen in confrontaties. Over de hasjteelt in woonwagenkampen bijvoorbeeld. Er zaten twee woonwagenbewoners bij die daar niet van verdacht werden dus hun aanwezigheid had weinig zin. Criminoloog Frank Bovenkerk mocht wel vertellen over de hasjteelt, die zich concentreert in woonwagenkampen, maar de door hem gesuggereerde oplossing kwam niet aan de orde. Ik bleef onbevredigd achter.

Hetzelfde gold voor de autochtonen die vorige week vrijuit praatten over de integratie van moslims. Het leek een programma van tien jaar terug, óver hen maar zonder hen. Mensen die zeker wisten hoe het zat met de moslims. Aan de ene kant ongeleide projectielen als schrijfster Lydia Rood die vond dat NRC Handelsblad geen M met een Koran-tekst had mogen publiceren (,,hoe durf je, net als een zootje hosties pakken en in de vuilnisbak gooien''), aan de andere kant geschrokken columnisten en journalisten die op emotionele toon aandrongen op meer gedwongen aanpassing. Een richtingsloos pandemonium waar iedereen het hart kon luchten en dat even abrupt eindigde als het was begonnen. Een gemiste kans en geen publieke kwaliteit.

    • Maarten Huygen