Hoe Saoediërs van vrienden tot paria's werden

11 september was behalve een rampdag ook een waterscheiding in de internationale verhoudingen. Nieuwe allianties bloeien, oude verwelken sindsdien. De opzienbarendste nieuwe is die tussen de Verenigde Staten en Rusland. De verbetering in de onderlinge betrekkingen begon eerder dit jaar in Slovenië, waar president Bush ambtgenoot Poetin in zijn ziel schouwde en zag dat het goed was. Poetin was de afgelopen dagen te gast op de presidentiële ranch in Texas. Gast en gastheer waren daar ver uit het zicht en het gehoor van Amerika's traditionele partners. Het ging over zaken die de hele wereld aangaan, Europa in het bijzonder. Maar de Europese leiders mogen blij zijn als ze veel over het besprokene te weten komen. De echte zaken worden van nu af aan gedaan tussen het Witte Huis en het Kremlin.

Die zaken omvatten: de omvang van de nucleaire arsenalen, de toekomst van het Amerikaanse raketschild en van de wapenbeheersingsverdragen die stammen uit de Koude Oorlog, de uitbreiding van de NAVO en de relatie van Rusland tot die organisatie, de voortzetting van de oorlog tegen het terrorisme, Ruslands betrokkenheid bij de wereldmarkt en, via de G8, bij de meer algehele regie van de wereld, de Russische betrekkingen met de `schurkenstaten' Noord-Korea, Iran en Irak, die volgens de Amerikaanse regering nog een paar graden te warm zijn. Het zijn allemaal thema's waar Europa het nakijken heeft als Rusland als erkende grote mogendheid naast de hypermacht Amerika mag plaatsnemen.

Een nieuw, of beter: een heroplevend bondgenootschap doet zich voor tussen Amerika en Pakistan. Dat bondgenootschap gaat terug op de jaren vijftig, toen Pakistan schakel was in de `containment' van de communistische reuzen China en de Sovjet-Unie. De vriendschap was tijdens het tijdperk-Clinton flink bekoeld. Amerika raakte in die dagen gefascineerd door de grote markten van China en India en onderhield een ingewikkeld soort kameraadschap met het onnavolgbare Kremlin van Jeltsin. Pakistans atoomprogramma was de Amerikanen een doorn in het oog. Toen generaal Musharraf de wettig gekozen regering gevangen zette en de macht overnam, was het echt mis. Weer was een democratisch experiment ter ziele. Amerika deed Pakistan in de ban.

Als de regering-Bush na de elfde september één ding goed heeft gedaan, is het haar omarming van het regime van Musharraf. Pakistan was als gevolg van de internationale sancties aan de bedelstaf geraakt, maar beschikt inmiddels wel over een aantal kernwapens. India dreigde van de mondiale ontreddering na de zelfmoordaanslagen op de Twin Towers en het Pentagon gebruik te maken om het conflict over Kashmir voor eens en altijd te regelen, op zijn voorwaarden. De vernedering van Amerika leek het islamitische fundamentalisme in Pakistan nieuwe kansen te bieden. Fundamentalisten in bezit van `de bom' zouden de gebeurtenissen in New York en Washington als schrikbeeld nog overtreffen. Washington bood Musharraf een uitweg. De kernwapens werden in veiligheid gebracht, Pakistans schulden kwijtgescholden, sancties ingetrokken, India tot zelfbeheersing gemaand. In ruil voor deze goede gaven trad Musharraf toe tot de coalitie tegen het internationale terrorisme. De crisis in een crisis was bezworen.

Aan de negatieve kant van de balans staat Saoedi-Arabië. In de Golf-oorlog nog de geallieerde die Amerikaanse troepen binnenliet om Saddam Hussein uit Koeweit te verdrijven, nu een paria waarvan het Amerikaanse zakenleven zich distantieert. In de media wordt niet langer voetstoots de officiële verdediging van het Huis van Saoed aanvaard. De betrekkingen tussen de koninklijke familie en de familie Bin Laden en tussen de Bin Ladens en hun verwant Osama worden te diffuus geacht om zonder meer van goede trouw uit te gaan. Er blijken bovendien voldoende gefrustreerde voormalige geheime agenten in Amerika rond te lopen om de vuurtjes in de pers gaande te houden.

Maar ook Amerika's machtigen worden geacht een belangenconflict te hebben, vader en zoon Bush voorop. Op de lijst van illustere namen die zakelijke betrekkingen (hebben) onderhouden met de Huizen Saoed en/of Bin Laden staan behalve de president en de ex-president Bush, ex-president Carter, de ex-ministers Baker, Shultz en Carlucci en de voormalige Britse premier Major. Het is verklaarbaar: de Saoediërs zijn een belangrijke olieleverancier en een gulzige afnemer van wapens en andere goederen die eenvoudig met oliedollars zijn te betalen. Voormalige vooraanstaande politici hebben een grote aantrekkingskracht op het zakenleven dat met behulp van hun reputaties de winst verder tracht op te voeren. Er is niets aan de hand, wordt gezegd. De familie Bin Laden heeft al jaren geleden alle banden met Osama doorgesneden.

Maar toch hebben de Bin Ladens het verstandig geoordeeld om eind vorige maand hun belang in de Carlyle Groep terug te trekken. Carlyle heeft een sterk aandeel in de Amerikaanse defensie-industrie. Carlucci is president van de onderneming, Baker is een partner in de firma, Bush sr. adviseert. Het leek een stap te ver om de familie Bin Laden te laten profiteren van een opleving in een industrie die geld verdient met de fabricage van wapens waarmee de Bin Laden-telg Osama wordt bestreden. De Londense Times meldde dat Carlyle niet de enige onderneming is die de banden met de Saoediërs losser maakt of helemaal slecht.

In de jaren tachtig toen Afghaanse mujahedeen zich teweerstelden tegen de invasie van de Sovjet-Unie in hun land rekruteerde Osama bin Laden jeugdige strijders om in kampen van de CIA opgeleid te worden voor de guerrillastrijd. Osama leverde de mankracht, de VS de faciliteiten en de Saoediërs het geld. Het was een succesvol bondgenootschap: de Russen trokken zich terug. De onderlinge banden waren hecht totdat Osama de inval van Saddam in Koeweit wilde bestrijden met een zuiver Arabische strijdmacht en het koningshuis voor de Amerikanen koos. Osama ontpopte zich als de gezworen vijand van het Huis van Saoed en van de Amerikanen. Maar de Saoediërs laadden de verdenking op zich dat zij Osama trachtten af te kopen door diens wraakzucht in andere richtingen te leiden.

Saoedi-Arabië blijft intussen met het westen verbonden. De olietoevoer is de belangrijkste reden, de zorg over het machtsevenwicht in de Golf een goede tweede, de verwevenheid van de Arabische en westerse geheime diensten een intrigerende derde. Maar het zal niet meer zijn, zoals het geweest is.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon