Het zwerk is mijn kerk

Wendy Doniger is behalve een eminent godsdiensthistorica ook een kenner van de Kamasutra. ,,Mensen zijn spectaculair inconsequent wanneer het over seks gaat.''

Naar welke spreker komt u luisteren: de hoogleraar Godsdienstschiedenis, die ook Sanskriet doceert aan de Universiteit van Chicago, of de schrijfster van The Bedtrick, Tales of Sex and Masquerade, die binnenkort een nieuwe vertaling van de Kamasutra publiceert?

Maakt u zich geen zorgen, u hoeft niet te kiezen. Zij komen allebei, en zij heet Wendy Doniger. Voor haar is er geen onderscheid. Haar kennis van moderne talen, van Grieks, de vroege godsdiensten van India en de bijbehorende taal bracht haar vanzelf tot het doen van waarnemingen over de verhouding tussen man en vrouw, hun verhoudingen en houdingen daarbij inbegrepen.

Soms had de mythologische vertelkunst die haar van jongs af aan fascineerde een religieuze inslag, maar zij was niet devoot op zoek naar de morele kaders die het wereldgodendom burgers uit voorbije eeuwen oplegde. Zoals Doniger erover praat is het vooral een vrolijke speurtocht naar wat mensen allemaal uitspoken en elkaar aandoen en wijsmaken.

Haar werkcollege `Mahabharata in Engelse vertaling' wordt bevolkt door meer en minder gevorderde studenten (graduate en undergraduate). De studiegids vermeldt dat speciale aandacht wordt besteed aan `mythologie, feminisme en theodicee' (natuurlijke theologie). De Divinity School is een van die neogothische, wat Oxford-achtige gebouwen die de campus van de universiteit van Chicago een ontspannen, prettig verslofte aanblik geven. Een paar straten verder beginnen de arme wijken, waar van oudsher zwarte Amerikanen wonen, nu met immigranten uit de halve wereld als buren.

Wendy Doniger doceert zittend op het puntje van haar stoel. Af en toe staat zij op om een Indiase god op het bord te schrijven. Haar studenten, een stuk of veertig, zitten gelijkvloers tegenover haar. Ze pennen en praten enthousiast mee. ,,Wat een scriptie interessant maakt'', filosofeert zij ter afwisseling van de uitleg van lust en liefde bij mythologische helden van naam, ,,komt uit je persoonlijke leven, maar je zet je persoonlijke leven niet in de tekst.''

Zelf heeft zij deze ervaringswijsheid pas gaandeweg opgedaan. Zittend in haar goed gevulde en gezellige werkkamer op de Divinity School, en later thuis tussen de schilderijen die haar moeder verzamelde, vertelt zij hoe zij haars ondanks is geworden wat zij is: een betrekkelijk feministische hoogleraar in de geschiedenis van de godsdiensten. Ze was geen feministe toen dat modieus was en van godsdienst werd zij thuis al helemaal verre gehouden. Haar joodse ouders vluchtten uit Europa om `freedom from religion' te bereiken, zoals zij schrijft in een autobiografische notitie.

De Donigers kwamen in New York aan zonder een schoenlepel. Wendy's moeder was in Wenen opgegroeid, haar vader in Königsberg, het stukje Polen dat eerst Duits en daarna Russisch werd. Moeder was communiste en zo fel tegen iedere religie dat ,,zij niet rustte voor de laatste rabbi was gewurgd met de ingewanden van de laatste priester''. Haar vader, met wie zij een nauwe band onderhield, was liberaler, ook ongelovig, maar zijn vrienden zaten in het godsdienstbedrijf. Hij begon een blaadje voor protestantse dominees dat uitgroeide tot een zeer succesvolle onderneming. Hij was volgens zijn dochter de uitvinder van de mailing list en de bookclub.

Armoede

Als schoolmeisje liep Wendy (geboren in 1940) altijd in kleren van welvarender familieleden, herinnert zij zich. Er was te eten, maar haar moeder bezuinigde op licht- en stookkosten. ,,Later was er genoeg geld om in de vakanties eerste klas naar de Caraïbische eilanden te vliegen. Mijn vader vond het heerlijk om geld uit te geven, hij was gul, gaf veel aan liefdadigheid. Mijn moeder kon nooit over het trauma van de depressie en de holocaust heen komen. Haar familie was rijk geweest in Wenen, maar zij bleef in New York altijd wachten tot het eind van de markt om het overgebleven vlees te kopen. Er kwam nooit iemand bij ons eten, het was oneetbaar wat zij kookte.''

Wendy kreeg een Triumph TR3 toen zij zestien werd en een Mercedes 190 SL op haar 21ste verjaardag. In dank aanvaard, maar het heeft van haar geen doorsnee autoburger van de Verenigde Staten gemaakt. ,,Mijn opvoeding zorgde dat ik me Europeaan bleef voelen, ik stond dicht bij mijn ouders.'' Afgezien van tien jaar in Engeland heeft zij het grootste deel van haar leven in Amerika gewoond. Zij houdt van het land en is er gelukkig, zegt zij. En toch.

,,Mijn opvoeding zorgde ook dat ik het altijd oneens was met de meeste dingen die de Amerikaanse regering deed. Dat is nog steeds het geval. Ik voel me erg vervreemd van de mensen die aan de macht zijn. Ik stem altijd op een Democraat, die zijn beter dan de Republikeinen, maar we hadden een Democratische president tijdens Vietnam. Dat was geen goed idee. Zoals we nu Afghanistan niet hadden moeten bombarderen. We hadden beter kunnen zorgen dat we een goede inlichtingendienst hadden, zoals de Israëliërs. De CIA schiet volstrekt te kort.

,,Het domme Amerikaanse bravado waarmee de hele Afghanistan-operatie is uitgevoerd kan bestaande anti-Amerikaanse gevoelens alleen maar aanwakkeren. Zeker waar de beelden van dode vrouwen en kinderen te zien zijn. Toch hou ik van dit land, echt waar. Ik denk overigens dat ik in mijn hart nog steeds communist ben, al heb ik het nergens naar behoren zien functioneren. Het kapitalisme werkt zeker erg slecht. U merkt het, mijn politieke gevoelens zijn even gemengd als mijn godsdienstige.''

Het is een van die momenten dat Wendy Doniger een gulle lach inzet. Niet om zich voor haar eerdere uitspraak te excuseren. Het lijkt eerder een erkenning dat zij net zo'n vat vol tegenstrijdigheden is als de meeste Indiase goden en godinnen waar zij haar levenswerk van heeft gemaakt. Haar 950 pagina's tellende Harvard-proefschrift bewerkte zij tot Asceticism and Eroticism in the Mythology of Siva, om maar een voorbeeld van zo'n ogenschijnlijke tegenstrijdigheid te geven.

Zij heeft wel eens geschreven dat zij dichter bij de rooms-katholieke kerk staat dan bij enige andere. Haar beste vriend is een priester. Maar als zij eerlijk is, en dat kost haar weinig moeite, blijft zij liever ver van georganiseerde godsdienst. ,,Het zwerk, de lucht, dat is mijn echte kerk. Ik loop graag langs de zee met mijn hond, of hier dichtbij, langs de Chicago rivier en de reigers. Ik ben dol op Kerstmis en Pasen, – met Pasen heb ik het druk want ik moet ook Seideren. Zonder die rituelen is mijn jaar niet compleet. Ik preek af en toe in de Rockefeller Chapel van de universiteit. Maar ik ben gelukkiger buiten de kerk dan er in.''

Mooie mannen

Waarom is zij dan geïnteresseerd in de geschiedenis van godsdiensten? Doniger schiet in de lach en haalt op wat haar moeder, niet lang voor haar dood tien jaar geleden, antwoordde toen een radioverslaggever vroeg wat zij als anti-gelovige vond van het beroep van haar langzamerhand bekende dochter: ,,O, maar Wendy gelooft niet, zij vertelt er alleen maar verhaaltjes over.'' Moeder en dochter hadden geen makkelijke relatie, ook daar heeft Doniger via de mythologische band over geschreven, maar in dit geval ontkent zij haar moeders typering niet helemaal.

,,Ik hou intens van religieuze verhalen. Niet van de filosofie erin. Ik voel me vooral aangetrokken door werelden van vroeger. Dat brengt je vanzelf bij religieuze teksten, en als sommige niet religieus zijn dan geef ik de voorkeur aan de teksten die dat wel zijn. Middeleeuwse en andere oude teksten zijn vaak heel doordacht. Vroeger zat er geld en macht in religie. Daarom werkten de beste talenten ervoor. Middeleeuwse beeldhouwers en schilders stonden in dienst van de kerkelijke elite. Michelangelo en Da Vinci werden betaald om religieus werk te maken. Voor de literatuur geldt hetzelfde. Ik ben gefascineerd door de vragen die in religieuze teksten worden gesteld, al vind ik het antwoord nooit.

,,Mijn belangstelling voor de verhouding tussen man en vrouw ontstond in mijn puberteit, zoals bij de meeste mensen. Mijn belangstelling voor religies groeide in diezelfde tijd. Dat was achteraf niet toevallig, al leken het eerst verschillende sferen te zijn. Ik heb altijd een zwak voor mooie mannen gehad, dat is mijn hele leven gebleven. Het ging geleidelijk in elkaar over. Religiositeit leek me te gaan over de schepping, de betekenis van het menselijk bestaan, de dood en het hoe en waarom van het lijden. Daar zocht ik antwoord op in de grote teksten uit het verleden. Die stonden vol van de spanning tussen mannen en vrouwen.''

De latere welstand van haar ouders stelde Wendy Doniger in staat naar goede universiteiten te gaan. Zij was niet altijd een boekenmeisje. Haar eerste droom was balletdanseres te worden. Van haar dertiende tot haar zeventiende was zij in opleiding bij George Balanchine en Martha Graham. Boven de trap in haar huis hangt een asymmetrisch, door Kenneth van Rensschelaer geschilderd portret van een ravissant meisje in een eigeel danskostuum. Wendy Doniger op 15-jarige leeftijd.

,,Ik was van plan beroeps te worden, tot ik meer leerde over het leven van danseressen. Ik kwam er achter dat zij over niets anders praatten dan hun voeten. Intussen groeide mijn intellectuele belangstelling. Ik was goed in Latijn en Grieks op school. Ik wilde Sanskriet leren. Dat ging niet samen met dansen. In dezelfde dansklas zat ook Allegra Kent. Ik was echt goed, maar zij was een groot danseres. Ik zag het verschil en dacht: ik geef niet alles op om alleen maar goed te zijn.''

Zij ging studeren aan Radcliffe, het eminente vrouwen-college in Massachusetts dat in 1999 samenging met Harvard University. Zij wilde iets ouders dan Grieks doen en kwam terecht bij Sanskriet. ,,Ik was al geïnteresseerd in India en begon teksten te lezen die mooi, oud en mystiek waren, afkomstig uit een verre wereld van lang geleden'', herinnert zij zich. ,,Ik kwam bij vroege middeleeuwse mythologie terecht. De Purana is een encyclopedie van de mythologie. Ik wist dat ik mijn genre had gevonden. Al doende raakte ik meer en meer geboeid door de manier waarop die mensen met het verschil tussen man en vrouw en seksualiteit omgingen.''

Postcoïtale douche

Haar academische loopbaan verliep achteraf gezien prachtig, maar zo voelde zij het destijds niet. Zij promoveerde met lof aan Harvard en ging naar Engeland, waar zij in Oxford opnieuw promoveerde en een vaste aanstelling kreeg aan de universiteit van Londen. Tussendoor ging zij nog een jaar naar Moskou, waar zij ,,met dissidenten rondhing en zwanger werd'' van haar enige zoon. Zij was dol op het Engelse leven, maar volgde haar Amerikaanse man van Ierse afkomst naar de Universiteit van Californië in Berkeley.

Daar liep ze drie jaar met haar ziel onder haar arm. Zij hield als New Yorkse niet van de `cultuur van het plezier'. De collega's bij de afdeling-Sanskriet moesten niets van haar hebben. ,,Zij wilden steeds hun nieuwe jacuzzi laten zien, of een restaurantje dat zij net hadden ontdekt. De studenten waren al even onserieus. Die waren daar vanwege het klimaat of omdat het er goed surfen was. Zij zagen er altijd nat uit, alsof zij net uit een postcoïtale douche of de oceaan waren gestapt. In Berkeley waren het destijds op mijn gebied nerveuze mannen die niet tegen betere vrouwelijke collega's konden.''

De verlossende uitnodiging kwam in 1978 van de Universiteit van Chicago, waar het te koud was voor ongedroogd haar. Haar man bleef achter in Californië en zij had een baan nodig. Zij vond het er eerst vlak en wat provinciaals, maar het werkklimaat maakte haar van `een lelijk eendje, een Sanskritist manqué, tot een jonge zwaan, een godsdiensthistoricus in Sanskrietkleding'. Zij vond inspirerende collega's, onder meer bij het befaamde Committee on Social Thought, waar zij de eerste vrouw sinds Hannah Ahrendt was.

Dit wat mysterieuze gezelschap, een bijzonderheid van de Universiteit van Chicago, functioneert als een kruising tussen een verheven debatingclub en een interdisciplinaire faculteit. Uitgangspunt is dat schrijvers en onderzoekers uit de sociale en belendende wetenschappen een vruchtbaar gesprek kunnen voeren op basis van erudiete lezing van een betekenisvolle tekst, ook buiten hun eigen vakgebied. Bekende leden waren of zijn mensen als T.S. Eliot, Saul Bellow, Allan Bloom, Friedrich Hayek, Leszek Kolakowski, J.M. Coetzee en François Furet.

Doniger vond daar en bij theologie en Zuid-Aziatische studies inspiratie en vriendschap. Zij realiseerde zich niet dat ze bij alledrie, zoals zij nu zegt, in zekere zin de `court jew', de excuustruus was. ,,Mannen vonden mij aardig, ik was meer in de mannen geïnteresseerd dan in hun vrouwen. Ik zag het probleem van seksisme niet. Tot ik vrouwen ontmoette die mij uitlegden hoe de wereld in elkaar zat. Ik was alle obstakels voorbij gesneld, maar je moet vaststellen dat vrouwen niet eerlijk worden behandeld. Als je 't eenmaal ziet, zie je het overal.''

Zij zocht in de mythologie en de overige literatuur waarom mannen vrouwen zo vaak zo slecht behandelen. Afdoende antwoord heeft zij nooit gevonden, behalve dat mannen groter zijn, een onzekere rol in de voortplanting spelen en het dankzij hun grotere kracht vergaarde kapitaal aan hun zonen willen nalaten, als zij tenminste zeker weten dat zij daar de vader van zijn. ,,Maar de biologische feiten geven geen afdoende verklaring voor alle geweld en boosheid jegens vrouwen.''

Sterke vrouwen

Haar omzwervingen door een goed gevulde bibliotheek aan oude verhalen geeft haar ook reden voor optimisme. Haar boek Women, Androgynes and other mythical beasts gaat erover. Er zijn veel mannen die van hun vrouw houden, voor haar zorgen en voor haar sterven. En er zijn sterke vrouwen. ,,Draupadi, die wij vanmiddag op college behandelden, was een formidabele vrouw, die vijf mannen had. Zij was een vrouw met een eigen geluid. Ik heb meer met teksten gewerkt die vrouwen positief afbeeldden dan waarin vrouwen worden afgetuigd.

,,Dat geldt zelfs voor de Kamasutra, waarvan iedereen denkt dat het een boek is geschreven door een man met als doel de manipulatie van vrouwen door mannen. Dat is gewoon niet waar. Dochters van de bovenklasse konden wel degelijk Sanskriet lezen. Het boek steunt vrouwen op allerlei manieren. Het geeft bijvoorbeeld een lijst van vrouwen die waarschijnlijk overspel zullen plegen: intelligente vrouwen die getrouwd zijn met stomme, saaie sukkels. Er staat veel pro-vrouw in de Kamasutra. Ook ronduit nare passages, over wat je moet doen als een vrouw tijdens het liefdesspel Nee zegt: dan moet je doorgaan. Dat is verkrachting.

,,Desondanks is de Kamasutra een verrassend vrijzinnig boek, zeker voor die tijd, de derde of vierde eeuw. Het is veel vrouwvriendelijker dan `De Wetten van Manu' uit dezelfde periode, waarin vrouwen worden afgeschilderd als wellustige wezens die je moet opsluiten. De Kamasutra heeft hoogst pijnlijke gedeelten, maar die worden overschaduwd door de gulle passages waarin man en vrouw beiden naar waarde worden geschat. Het is opmerkelijk dat één man dat allemaal kon opschrijven. Toch is dat het geval, denk ik. Hij vertegenwoordigt de tegenstrijdige opinies binnen een cultuur. We kennen toch ook mensen die alleraardigst zijn tegenover hun moeders en vrouwen, maar die door het dolle raken als zij over abortus of prostitutie praten? Mensen zijn spectaculair inconsequent wanneer het over seks gaat.''

    • Marc Chavannes