Het echte China

Aids, armoede en criminaliteit zijn niet langer taboe op de Chinese staatstelevisie. De overheid beseft dat propaganda alleen maar nadelig is voor het imago van China.

Een met hiv besmette boer in het achterland van China, die door zijn dorpsgenoten als een paria wordt behandeld. Niemand wil hem aanraken, niemand wil zijn schoenen repareren en zijn gewas verpietert omdat niemand hem aan water wil helpen. De achterlijkheid en armoede zijn schrijnend, en het is duidelijk dat de boeren geen flauw benul hebben hoe je aids nou precies oploopt. Het zijn beelden uit de documentaire A man with HIV (Yige bei aids bingdu ganranzhe), die vertoond wordt tijdens het programmaonderdeel Made in China van het IDFA-documentairefestival in Amsterdam. Je vraagt je er voortdurend bij af of het een onafhankelijke productie is, die in China zelf niet is te zien. ,,Nee hoor'', zegt documentairemaakster Tong Li in de kantine van het door militairen bewaakte gebouw van de Chinese staatstelevisiemaatschappij Beijing Television (BTV). ,,Ik heb die documentaire gemaakt met geld van BTV, en hij is op prime time uitgezonden.''

A man with HIV past in een voorzichtige wijziging van het overheidsbeleid inzake aids en hiv: het ministerie van Gezondheid heeft in augustus van dit jaar voor het eerst in het openbaar toegegeven dat aids ook in China epidemische vormen begint aan te nemen en dat overheidsmaatregelen in het verleden ontoereikend zijn gebleken om de verspreiding van aids effectief te bestrijden. Er komen daarom meer voorlichting en openheid op dat gebied. Voorzichtig weliswaar, want ook de uitzending van A man with HIV was niet zonder meer gewaarborgd. ,,Een paar dagen voor de uitzending wilde het ministerie van Gezondheid de documentaire opeens zien'', vertelt Tong Li. ,,Als we niet aan hun verzoek zouden voldoen, dan zou dat repercussies hebben voor de artsen die ons hebben geïntroduceerd bij de hoofdpersoon van de documentaire. Als we het wel zouden doen, dan zou het ministerie uitzending misschien verbieden.'' Uiteindelijk besloot ze toch maar een videoband met een toelichtingsbrief af te geven bij het ministerie. Er kwam geen enkele reactie. Pas nadat de documentaire was uitgezonden en de reacties overwegend positief bleken, schaarde het ministerie zich openlijk achter de documentaire, en werd Tong Li uitgenodigd om zitting te nemen in verschillende fora over aids.

Het Chinese publiek hunkert tegenwoordig naar realistische documentaires, die nu eens niet in opgewekte beelden laten zien hoe goed het met China gaat. Zulke documentaires vormen echter nog steeds een kleine minderheid van het aanbod op de vele zenders van de Chinese staatstelevisie, al is het de laatste jaren veel makkelijker om ze onafhankelijk van de overheid te maken. Het is dan ook niet toevallig dat alle documentaires uit de Volksrepubliek die op het IDFA worden vertoond, gedraaid zijn op video. Want sinds de komst van de digitale camera kan in China iedereen zijn eigen documentaire maken.

Propaganda

Voor het maken van zijn documentaire Neighbourhood Committee kreeg Zhang Tongdao een budget toegewezen van CCTV, de nationale televisiezender, in de hoop dat hij een positief portret zou schetsen van de eerste directe en democratische verkiezing van een buurtcomité in Peking. Tijdens de opnamen bleek echter dat de lokale autoriteiten druk uitoefenden op bepaalde kandidaten om zich niet verkiesbaar te stellen en eigen kandidaten naar voren schoven. Dat accepteerden de buurtbewoners niet. Het leidde tot conflicten en tot een nieuwe, democratischer stemming.

CCTV is niet blij met het beeld van manipulatie dat uit de documentaire naar voren komt en wil hem in zijn huidige vorm dan ook niet uitzenden. ,,Zij vinden dat ik China zwart maak'', zegt Zhang Tongdao, terwijl hij in zijn stamtheehuis groene thee serveert uit zijn persoonlijke theebusje. ,,Maar ik vertel alleen hoe het echt is gegaan. China wil democratie, maar oude gewoonten zijn hardnekkig en we leggen de weg naar democratie veel langzamer af dan het Westen misschien hoopt. Het verhaal is trouwens wel degelijk positief, want uiteindelijk worden de kandidaten echt democratisch gekozen. ,,Ik wil best praten over aanpassingen, want ik hoop dat ook Chinezen de film kunnen zien. Maar ik wil de waarheid geen geweld aandoen. In het ergste geval koop ik de film terug van CCTV.''

Ma Jia is de maakster van Revenge, een portret van een meisje dat tegen de wet als minderjarige zou zijn uitgehuwelijkt. Veel media hebben aandacht aan de zaak besteed, want het uithuwelijken van minderjarigen en de handel in bruiden wordt vooral op het platteland een steeds groter probleem door het groeiende tekort aan meisjes. Het verhaal blijkt echter anders in elkaar te zitten dan de media aanvankelijk schreven en de politie dacht. Maar hoe de vork echt in de steel zit, blijft geheim tot aan het verrassende einde van de documentaire. Revenge was in twee delen op BTV te zien, maar na afloop van het eerste deel ontstond een felle openbare discussie over uitzending van het vervolg. Het waren vooral de media zelf die niet wilden dat de documentaire werd vertoond. Zij probeerden hun informele netwerk aan te wenden om druk op de zender uit te oefenen. Wat was het bezwaar? ,,Iemand stelt in de documentaire dat de media de zaak in hun eigen belang hebben opgeblazen. Dat wil lang niet iedereen hardop gezegd hebben'', aldus Ma Jia. Uiteindelijk werd het tweede deel van de documentaire toch uitgezonden.

Onafhankelijke documentaires worden vaak gemaakt met geld dat binnen de reguliere tv-industrie wordt verdiend. Zo financierde ook Zhang Zhanqing zijn documentaire Where city and country meet. Toen hij zeven jaar geleden afstudeerde aan de filmacademie in Peking had hij al plannen voor een film over de boeren die naar Peking trekken om daar als los arbeider te werken. Op deze losse arbeiders wordt in de steden vaak neergekeken, men ziet ze als armoedzaaiers en criminelen die maar beter in hun eigen dorpen kunnen blijven. Zeven jaar terug had Zhang er het geld en het zelfvertrouwen niet voor, maar inmiddels heeft hij de documentaire vrijwel in zijn eentje in een half jaar tijd opgenomen. Hij kocht een digitale camera en apparatuur om thuis te kunnen monteren en maakte de film zo in eigen beheer. Gevraagd of hij hoopt dat de documentaire ook in China uitgezonden wordt, zegt hij: ,,Ik hoop van wel, maar in China willen ze meestal een happy end, ook aan een documentaire. Volgens mij is het verhaal dat ik vertel positief, maar ik weet niet of de tv dat ook vindt.''

Arbeidsongeschikt

De in Amerika woonachtige Shu Haolun maakte een documentaire over plattelandsarbeiders in de sweatshops van het Zuid-Chinese Shenzhen, Struggle (Zheng Zha). Vele van hen raken arbeidsongeschikt door de slechte arbeidsomstandigheden in de fabrieken. Shu financierde zijn film deels met een toelage van de Amerikaanse universiteit waar hij film studeert. Het is zijn afstudeerproject. De rest van het geld heeft hij van Chinese vrienden geleend. ,,De Chinese tv heeft interesse voor mijn documentaire, maar alleen als ze de vrijheid krijgen om hem zonder mijn inspraak in te korten. Dat vind ik onacceptabel.''

Veel mensen die onafhankelijke films maken verdienen hun geld door het maken van meer propaganda-achtige documentaires'', zegt Zhang Tongdao. ,,Je krijgt dan bijvoorbeeld voor tien dagen betaald voor een opdracht, maar je maakt dat werk in drie dagen af. De andere zeven dagen stop je in het maken van opnamen voor je eigen productie. De televisie is rijk, die kan het niet schelen, als je je opdracht maar uitvoert.''

Vrijwel alle documentaires worden op video gemaakt, en zijn bedoeld voor vertoning op de televisie: ,,Er komt al bijna niemand naar de bioscoop om Chinese speelfilms te zien, laat staan documentaires'', zegt Ma Jia. Zhang Tongdao vertelt dat er nog wel documentaires op film gemaakt worden, maar dat het daarbij vrijwel altijd gaat om portretten van politieke leiders of om andere aan propaganda gerelateerde producties. ,,Weet je wat een kassucces was?Een recente documentaire op film over de vroegere premier van China, Zhou Enlai. Die is nog steeds zo geliefd dat er veel mensen voor naar de bioscoop kwamen, en hij werd ook goed verkocht op DVD.'' Het gaat daarbij om een documentaire die voornamelijk is samengesteld uit oude archiefbeelden.

In september organiseerde de filmacademie van Peking een documentairefestival, dat op last van de autoriteiten werd gesloten. Daarop huurde het festival een bioscoop in een buitenwijk van Peking af, waar de films ongehinderd vertoond werden. Zo kent ook China inmiddels zijn gedoogbeleid. De Chinese documentaire vaart er wel bij.

Het IDFA duurt van 22 november tot en met 2 december. Het programma `Made in China' omvat elf documentaires. Inl. en res.: 020-6261939

Titel kop pagina: International Documentary Filmfestival Amsterdam 2001

    • Garrie van Pinxteren