Eigen staat blijft Kosovo's doel

Kosovo, sinds de oorlog van 1999 bestuurd door de Verenigde Naties, kiest morgen een nieuw parlement – met beperkte bevoegdheden. Want een onafhankelijk Kosovo wil vooralsnog niemand, behalve de Albanezen.

,,President Rugova'', schreeuwt een kleine menigte in het voetbalstadion van de Kosovaarse hoofdstad Priština als een tengere man met een rode shawl het podium beklimt. Onder een druipende paraplu houdt hij de armen in de lucht. Rugova, de onofficiële president van de Kosovo-Albanezen die in de jaren negentig de wereld afreisde om te pleiten voor de Albanese zaak, zou wel eens de eerste officiële president van het nieuwe Kosovo kunnen worden.

De Kosovaren, Albanezen en Serviërs, kiezen zaterdag een parlement en, indirect, een president, een premier en negen ministers. Het zijn de eerste parlementsverkiezingen sinds het einde van de luchtoorlog die de NAVO om Kosovo tegen Servië voerde, sinds de terugkeer van honderdduizenden verdreven Albanezen, sinds de installatie van een VN-bestuur over de Joegoslavische provincie in 1999.

De verkiezingscampagnes verlopen rustig, in tegenstelling tot vorig jaar, toen Kosovo nieuwe gemeenteraden koos. Die verkiezingen werden gekenmerkt door een reeks gewelddadige incidenten. Deze keer houden de politici en hun aanhang zich opvallend kalm, inclusief de commandanten van het voormalige Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK), Hasim Thaçi en Ramush Haradinaj, die tegenwoordig leiding geven aan eigen politieke partijen.

Maar wat kiezen de Kosovaren eigenlijk? Volgens VN-resolutie 1244, de bekrachtiging van Kosovo na de luchtoorlog, is Kosovo onderdeel van Joegoslavië. Op den duur moeten de Kosovaren hun autonomie terugkrijgen die Slobodan Miloševic hen met harde hand ontnam. Maar wat is Joegoslavië? Na tien jaar bloedige oorlogen is Joegoslavië een lege huls, bestaande uit Servië en de kleinere deelrepubliek Montenegro. Datzelfde Montenegro wil zich in april in een referendum uitspreken over onafhankelijkheid. Besluit Montenegro zich af te scheiden, dan houdt Joegoslavië op te bestaan. Hoe moet het dan verder met het `onderdeel' Kosovo?

Albanese politieke leiders juichen deze ontwikkeling toe. Hun verkiezingsprogramma's kennen slechts een punt: onafhankelijkheid voor Kosovo. Het einde van Joegoslavië brengt de onafhankelijkheid van Kosovo dichterbij. Van een vereniging met het door hen zo gehate Servië kan geen sprake zijn – nu niet, nooit niet.

Het westen staat – vooralsnog – afwijzend tegenover een onafhankelijk Kosovo. ,,Het nieuwe parlement heeft niet het recht om in de komende drie jaar (de zittingsperiode, red.) de onafhankelijkheid uit te roepen'', zo heeft de speciale afgezant van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties in Kosovo, de Deen Hans Haekkerup, verklaard. [Vervolg KOSOVO: pagina 4]

KOSOVO

Verkiezingen over 'de illusie van zelfbestuur'

[Vervolg van pagina 1] De Balkan is sinds de intocht van de NAVO in Kosovo, tweeëneenhalf jaar geleden, drastisch veranderd. De plaaggeest van het westen, de Joegoslavische president Miloševic, is in een volksopstand van zijn macht beroofd – hij slijt zijn dagen tegenwoordig in een Scheveningse cel in afwachting van zijn berechting door het Joegoslavië-tribunaal. De nieuwe, democratiche leiding van Servië moet worden ondersteund. En een onafhankelijk Kosovo zou de warme banden met het westen flink kunnen bekoelen.

Bovendien is de sympatie van het westen voor de Albanezen flink bekoeld. Sinds de `bevrijding' van Kosovo hebben de voormalige bondgenoten, met name het UÇK, zich van een andere kant laten zien. Niet alleen hebben UÇK-aanhangers onder de neus van de internationale gemeenschap ruim tweehonderdduizend Kosovo-Serviërs op de vlucht gejaagd; ook zijn voormalig UÇK-leden een opstand begonnen in het zuiden van Servië en, begin dit jaar, in het naburige Macedonië.

Die opstanden doen het westen vrezen voor nieuwe, gewelddadige grenswijzigingen in ex-Joegoslavië. Onafhankelijkheid voor Kosovo brengt andere separatisten onherroepelijk in het geweer, bijvoorbeeld de Albanezen in Macedonië en in Zuid-Servië of de Bosnische Serviërs in Bosnië-Herzegovina, het andere de facto internationale protectoraat op de Balkan.

Het nieuwe Kosovaarse parlement mag dus niet de onafhankelijkheid uitroepen. Zijn bevoegdheden zijn sowieso beperkt. Regering en parlement zullen zich onder meer bezighouden onderwijs en wetenschap, jeugd en sport, cultuur, gezondheid, transport en toerisme – al moet men de eerste toerist in deze modderige uithoek nog opduiken. Buitenlandse en binnenlandse zaken, defensie en justitie blijven in handen van het VN-bestuur. De president van Kosovo krijgt volgens die opzet ook maar een gering aantal taken.

Voor alle zekerheid krijgt de speciale afgezant van de VN veto-recht. De Albanese partijen knarsetanden over deze constructie. En ook internationale waarnemers fronsen hun wenkbrauwen. ,,Kosovo telt zometeen twee besturen: een zelfgekozen bestuur zonder bevoegdheden en een opgelegd bestuur met bevoegdheden'', aldus een van hen. De onafhankelijke Commissie voor Kosovo, schrijft in een rapport: ,,De Kosovaren zullen meer de illusie dan de realiteit van zelfbestuur hebben.''

De gekozen politici zitten straks in een moeilijk parket. Ibrahim Rugova maakt de grootste kans de verkiezingen te winnen, al zal zijn Liga voor een Democratisch Kosovo (LDK) geen absolute meerderheid halen, zo voorspellen de peilingen. Dus moet hij een coalitie vormen. Zijn belangrijkste tegenstanders, de ex-guerrillastrijders Hasim Thaçi en Ramush Haradinaj, hebben weinig op met de pacifist Rugova. Ze vinden zijn benadering te mild. Er zijn bovendien persoonlijke problemen. Naar verluidt kunnen Rugova en Thaçi elkaar niet luchten of zien.

In de dreigende impasse konden de Serviërs wel eens een belangrijke rol gaan vervullen. Na lang aandringen van Haekkerup heeft de Joegoslavische regering de Kosovo-Serviërs opgeroepen om te gaan stemmen. De Serviërs zelf (108.000 hebben zich laten registreren buiten Kosovo, 70.000 binnen Kosovo) hebben weinig zin om hun stem te laten gelden. Ze leven onder de voortdurende dreiging van aanslagen door Albanese extremisten, hebben geen werk, wonen in bewaakte getto's en doen boodschappen onder `begeleiding' van zwaarbewapende buitenlandse soldaten. Zij zien in de verkiezingen vooral een legitimatie van hun ellendige situatie.

Maar als ze gaan stemmen, dan hebben ze een mogelijkheid: de Coalitie voor Terugkeer. Dit samenwerkingsverband telt eenentwintig Servische politieke partijen en groeperingen. Ze keren zich tegen het onafhankelijkheidsstreven van de Kosovo-Albanezen. Het internationale bestuur heeft alvast tien zetels voor de Servische minderheid gereserveerd. Die krijgen ze, of ze gaan stemmen of niet. Een ding is zeker: de Servische parlementsleden zullen voorlopig in gepantserde wagens naar hun werk worden gereden. Voor hun eigen veiligheid, zeggen ze bij de VN.

    • Yaël Vinckx