Een verjaardag

De New York Times bestaat 150 jaar, of eigenlijk twee maanden langer, maar in verband met de aanslagen op 11 september wordt de verjaardag pas nu gevierd, met een bijvoegsel van 56 pagina's, de helft advertenties. Dat is een verhouding die iedere dagbladdirectie goed zal doen, en een redactie trouwens ook, want het is een teken dat zo'n krant bloeit. Hoe komt het dat het zo goed gaat? Geen idee. Ik weet alleen dat het de krant is die ik op één na het liefst lees.

De Times heeft de oereigenschap die een krant moet hebben om zich krant te kunnen noemen: je grijpt ernaar. En wat je hebt gegrepen is het nieuws met wat de redacteuren daarvan vinden. Hun meningen kunnen je boos maken of je het gevoel geven dat je niet volstrekt alleen op de wereld bent, maar als je een echte krant hebt gelezen weet je meer, en je hebt zwarte vingertoppen van de drukinkt.

En dan is er nog een gevolg dat moeilijk te omschrijven valt. De geboren krantenlezer heeft altijd nieuwshonger. Als ik een Metro of de Spits zonder eigenaar in de trein vindt, is hij van mij. Heb je zelf geen krant, ga dan naast of tegenover iemand zitten die de krant leest. Soms is het een Turk, Roemeen of Chinees met een krant van thuis. Ben je de taal niet machtig, probeer dan uit de opmaak af te leiden of er iets bijzonders gebeurd is. Alle bedrukt krantenpapier is in beginsel interessant, tot het tegendeel gebleken is. En nu komt deze moeilijke paradox. Een slechte krant stilt de nieuwshonger. Niets maakt een lezend mens minder hongerig dan een dieet van flauwekul. De echte krant, links of rechts, populair of `kwaliteits' (zo wordt het bij ons nu eenmaal genoemd) bewijst zijn echtheid doordat hij voor een groot deel verslonden wordt, en dan de honger niet heeft gestild maar aangewakkerd.

De New York Times ziet er verhoudingsgewijs `ouderwets' uit. Ik zet het woord tussen aanhalingstekens omdat het over de lay-out en niet over de inhoud gaat. De opmaak van het eerste katern met het nieuws en de opiniepagina is in de loop van tientallen jaren maar weinig veranderd. De manier waarop het zinken van de Titanic werd gemeld verschilt weinig of niets van de opmaak bij het nieuws van de moord op J.F. Kennedy. Op 11 september werd de grootste letter gebruikt. Ik heb mijn cicerolatje niet bij me, ik schat dat het een 72 punts is.

Richard Nixon kreeg bij zijn aftreden hetzelfde formaat. Ieder nieuwsbericht heeft zijn eigen gewicht. Dat moet je van veraf al kunnen zien, nog vóór je het hebt kunnen lezen.

Het beste artikel in dit verjaardagskatern vind ik dat van Frank Rich. Op 11 september, schrijft hij, konden de meeste mensen eerst niet geloven wat er was gebeurd, en daarna begonnen ze aan de brengers van het nieuws te twijfelen. Die twijfel is de erfenis van ons informatietijdperk, tien jaar waarin hoe langer hoe meer media ons met steeds meer nieuws bedienden en steeds minder mensen daarin de mug van de olifant konden onderscheiden. Het infotainment werd geboren. Een ten onrechte onbekend gebleven Nederlander heeft het woord opleuken bedacht. Uit de nieuwsconcurrentie op de vrije markt waren al de pseudogebeurtenis en de noncrisis ontstaan. De pseudogebeurtenissen werden geweldiger en de media leuker en leuker.

Je moet met je tijd meegaan. Ieder jaar kreeg de New York Times er een katern bij: Styles, Money, Workplace, Automobiles, Dining In, Dining Out. Gelukkig kon je die allemaal weggooien en dan toch nog een niet opgeleukt deel overhouden, de katernen van het nieuws en de opinie, het stadsnieuws, de kunsten, dinsdag de wetenschap en op zondag de Book Review en de kleurenbijlage. Door de roaring nineties heen is het een prachtige krant gebleven.

Misschien is er op 11 september een andere tijd begonnen. Misschien. Het is ook mogelijk dat wereldvijand nummer 1 gepakt wordt, waarna de recessie als door een wonder ophoudt, en dat we in het nu nog onvoorstelbaar triomfalisme dat ons dan wacht aan een nog veel leuker tijd beginnen. Zet je schrap! Gelukkig hebben we nu de New York Times en nog een paar kranten, echte kranten, Le Monde, De Morgen, El Pais, waaraan niet geknoeid is. Mijn eigen krant is hors concours. Van deze 150ste verjaardag leer je nu dat het de moeite waard is ze niet met de waan van de dag op te zadelen.