Een mis in het Pools is een feest

Kristov Obiedzinski (31) is zes jaar priester, hij komt uit Poznan en woont vanaf begin 2000 in Zuid-Limburg. Twaalf maanden verbleef de Pool op het seminarie van Rolduc. Daar leerde hij ,,de mentaliteit en de traditie'' van de Nederlandse kerk kennen.

,,En natuurlijk de taal'', zegt hij door de telefoon. ,,Maar u hoort het: dat gaat nog tamelijk gebrekkig.''

Obiedzinski kijkt reikhalzend uit naar Kerstmis. Dan draagt hij, 's nachts, de eerste heilige mis (in het Pools) op in de nieuwe Poolse parochie, die in Sittard wordt gevestigd en waarvan hij de pastor wordt.

Het initiatief tot de oprichting van deze parochie kwam van de Poolse gemeenschap in Zuid-Limburg. Deken W. van Rens van Sittard zegt dat de Polen ,,grote behoefte'' hebben aan eucharistievieringen in hun eigen taal. ,,Op die manier beleven ze een mis het beste, dat blijkt telkens weer. Hetzelfde geldt voor een uitvaart of een andere dienst. En vergeet niet: er zijn onder de Polen op leeftijd nog tal van vrouwen die bijna geen woord Nederlands spreken.''

In Zuid-Limburg leven 3.500 à 4.000 Polen, van wie de eersten na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwamen om in de mijnen te gaan werken.

Bisschop F. Wiertz van Roermond bleek bereid in te stemmen met het stichten van een Poolse parochie, maar hij stelde daarbij wel als voorwaarde dat deze parochie bijdraagt aan de integratie van de Polen in de Limburgse samenleving.

,,De nieuwe parochie bedient in eerste instantie de oudere Polen in hun eigen taal'', zegt deken Van Rens. ,,Op termijn komt er steeds meer Nederlands in de vieringen. Het is niet de bedoeling dat zij een afgescheiden groep blijven.''

Binnenkort vormt een werkgroep een Pools kerkbestuur, dat gebruikmaakt van de bestaande infrastructuur: die van de Pauluskerk in Sittard.

De Pauluskerk heeft een speciale band met Polen. ,,In de hal is een kiezel ingemetseld, afkomstig uit Krakow, waar de huidige paus ooit bisschop was'', zegt Van Rens. ,,Aan die kiezel zit een verhaal vast. Tijdens het communistische bewind mochten er in Krakow geen missen worden gelezen, zeer tegen de zin van de vele vurige katholieken daar. Tussen twee flats lazen ze die missen tóch. En iedere aanwezige nam 's zondags een grote kiezelsteen mee. We gaan daarmee een kerk bouwen, riepen ze tegen de machthebbers, die de opgestapelde stenen weer lieten weghalen. Eén kiezel – die nog gezegend is door de paus – is destijds mee naar Sittard genomen. De steen is het symbool van de verbondenheid tussen Zuid-Limburg en Polen.''

Pastor Obiedzinski is ,,blij'' met de Poolse kiezel in de Pauluskerk. Hij wijst erop dat vlakbij de steen in het godshuis een zwarte madonna is afgebeeld, een van de belangrijkste herkenningstekens van het Poolse katholicisme.

Obiedzinski voelt zich thuis in Zuid-Limburg, dat voor hem trouwens geen onbekend terrein is. Hij bezocht het uiterste zuiden van Nederland de laatste jaren geregeld als lid van wat hij noemt ,,de congregatie voor Poolse emigranten'', een Poolse patersorde die vanuit het Duitse Essen de geestelijke zorg voor Poolse katholieken in Duitsland, Nederland en Italië op zich heeft genomen. Hij las op verzoek tal van (Poolse) missen in kloosters en kapellen.

Deken Van Rens: ,,Nogmaals, voor de Polen is de mis in hun eigen taal een feest. Dat is niet typisch Pools trouwens. Sri-Lankezen in onze regio vragen óók om hun eigen taal. Dat is diepe weemoed bij die gelovigen. Alsof ze God in hun eigen taal beter ontmoeten, terwijl het toch steeds dezelfde Heer is. Ik merk het ook wel eens bij mezelf. Dan sta ik te preken en dan zeg ik ineens iets in het Maastrichts, mijn moedertaal.''

    • Guido de Vries