Een marionet op volle zee

`Ze bestelden grote hoeveelheden drank en eten en schurkten zich tegen de meisjes aan.' Deze zin, die getuigt van een antiek soort liederlijkheid, is te lezen in Caroline Hankens boek Sebalds reizen, dat gaat over het zeemansleven van omstreeks 1700. Hanken heeft het voorzien op de eigenaardige cultuur waarmee het ruige, armzalige bestaan op de grote vaart was omgeven. Grote zeilschepen werden in de zeventiende en achttiende eeuw bemand door een internationale gemeenschap van ontheemden, die aan boord volledig op elkaar waren aangewezen en aan wal in uiterlijk, gewoonten en aanzien (of het gebrek daaraan) evengoed een wereld apart vormden.

Hanken bewandelt in haar beschrijving van de `zeecultuur' een door andere historici ruimschoots gebaand pad. Sebalds reizen biedt geijkte uitweidingen over de bruisende metropool Amsterdam, de organisatie aan boord van Oost-Indiëvaarders, ontmoetingen met vreemde volkeren, smokkelpraktijken, de koloniale stad Batavia, piraterij in het Caraïbisch gebied, de plantage-kolonie in Brazilië en Amsterdamse rariteitenkabinetten.

De bedoeling van Hanken is om te komen tot een mentaliteitsgeschiedenis van de zeeman. Zij vaart daarbij op het kompas van een fictief personage genaamd Sebald, die een jarenlange zwerftocht over de wereldzeeën maakt, grote hoeveelheden drank en eten bestelt en zo nu en dan tegen een meisje aan schurkt. We volgen de inwijding van deze Amsterdamse jongen in het harde zeemansbestaan. Van een timide, onzekere tiener groeit Sebald uit tot een door de wol geverfde zeebonk, die in een ongepolijste wereld van vuistgevechten, drank, hoeren en piraten op eigen (zee-)benen komt te staan. Het leven van Sebald moet de lezer inzicht verschaffen in de eigenaardige mores en esprit de corps van de beroepsgroep der zeelieden, die door hun nomadische bestaan vervreemd raakten van de beschaving aan land.

Helaas komt Hanken niet veel verder dan de bekende clichés die aan deze mannengemeenschap kleven: de drankzucht, de vechtlust, de liederen, de krachttaal, kortom de algehele losbandigheid die van de zeelieden een soort hooligans avant-la-lettre maakt. Hankens betoog is toegankelijk geschreven, maar een intiem zeemansportret levert het niet op. Daarbij biedt ook Sebald, de fictieve held van het verhaal die het zeemansgilde van drie eeuwen geleden smoel moet geven, geen uitkomst. Hanken slaagt er onvoldoende in om haar nepmatroos tot leven te wekken. Sebald blijft een door de schrijfster gedirigeerde marionet die zich op het historische toneel nogal houterig voortbeweegt.

Sebalds reizen is gebaseerd op een kunstgreep, die eerder gemakzucht verraadt dan historisch inzicht verschaft. Hanken is teruggeschrokken voor een intensieve speurtocht naar authentieke getuigenissen en heeft haar toevlucht genomen tot het verzonnen leven van een bloedeloze figurant, die het zeemansbestaan van drie eeuwen geleden degradeert tot een sprookje.

Caroline Hanken: Sebalds reizen. Het verlangen van de zeeman in de zeventiende eeuw. Meulenhoff, 208 blz. ƒ36,36