Een kilo antrax is snel klaar

Aanslagen met antrax zijn onvermijdelijk. Dat betogen drie verslaggevers van de New York Times in een boek dat een maand voor 11 september verscheen. Ze besteden veel aandacht aan de ambtelijke puinhoop bij de verdediging tegen biowapens in Amerika.

In 1998 besloot het Amerikaanse ministerie van defensie te onderzoeken hoe makkelijk een terrorist een kleine antrax-fabriek zou kunnen samenstellen uit kant en klaar verkrijgbare onderdelen. Onderdelen dus die je gewoon bij een soort Gamma of Praxis zou kunnen kopen of desnoods tweedehands aanschaffen. De bedoeling van `Project Bachus' was te achterhalen of een dergelijke activiteit op een of andere manier zou opvallen.

In maart 1999 begon een klein ploegje Pentagon-medewerkers, inmiddels voorzien van een eigen budget en een reeks catalogi voor laboratorium-benodigheden, onderdelen te bestellen en binnen een paar weken was alles in huis. Het lastigst was nog de juiste fermentor (het kweekvat voor de bacteriën) in handen te krijgen. Uiteindelijk is een fermentor van 50 liter besteld in Europa.

In de zomer van 2000 had de groep in de woestijn van Nevada een goed draaiend antrax-fabriekje op poten gezet dat bijna een kilo `product' opleverde. Geen echte antrax-bacteriën maar sporenvormende bacteriën van twee nauwverwante soorten. Met behulp van een commercieel verkrijgbare poedermachine werd de gedroogde bacteriemassa fijngewreven tot er deeltjes met afmetingen van 1 tot 5 micron overbleven. Was het echt antrax geweest, dan had daarmee een aanslag van ongekend formaat gepleegd kunnen worden.

Van belang is dat de douane en andere Amerikaanse opsporingsinstanties de invoer van de fermentor niet opmerkten. Terroristen wordt praktisch geen strobreed in de weg gelegd.

Afgelopen zomer heeft het Pentagon-fabriekje opnieuw goede diensten bewezen, toen moest worden onderzocht hoe commando's een dergelijke installatie konden uitschakelen zonder de wijde omgeving van de fabriek met antrax te besmetten.

De drie auteurs van het zojuist verschenen Germs hebben de geschiedenis van Project Bachus kort in hun boek samengevat. Uitvoeriger deden ze het op 4 september j.l. in de New York Times, waaraan zij als journalist verbonden zijn. De kracht van Germs is dat het net een maand voor de recente antrax-aanslagen verscheen en de onvermijdelijkheid van een antrax-aanslag aantoonde voor het feitelijk zover was.

Aanslag

Daarin staat het boek overigens niet alleen. Er zijn sinds 1995 tientallen, misschien wel honderden boeken verschenen die de dreiging van het bioterrorisme in schrille termen beschreven, wat allicht de vraag oproept of de VS de ellende niet over zichzelf hebben afgeroepen. Maar het lijkt erop dat onder Amerikanen een soort autonome interesse voor dodelijke bacteriën en vergiffen leeft. Geïnspireerd door aanbevelingen (in 1991) uit een extreem rechts blaadje kozen aanhangers van de Minnesota Patriots Council in 1993 het plantaardige gif ricine voor een aanslag op een politiepost. En al in 1984 besmette de Bhagwan-sekte opzettelijk voedsel met de zelfgekweekte bacterie Salmonella. De Amerikaanse volksgezondheids-autoriteiten, beducht voor na-apers, hebben de informatie daarover opzettelijk zoveel mogelijk geheim gehouden. Pas in augustus 1997 is de aanslag in detail beschreven in het medisch vakblad JAMA. In Germs worden er nieuwe details aan toegevoegd.

Germs is een journalistieke beschrijving van de angst voor biowapens die de VS langzaam in zijn greep kreeg nadat in 1990 het sterke vermoeden rees dat het Irak van Saddam Hoessein miltvuurbacteriën als biologish wapen bezat. De Amerikaanse troepen die tegen Irak ten strijde moesten trekken, waren daartegen praktisch gesproken niet te beschermen. De genante ontwikkelingen rond de aanmaak van voldoende miltvuur-vaccin, dat nu nòg niet beschikbaar is, is de rode draad in het boek. Daarnaast is er veel aandacht voor de ambtelijke puinhoop die de verdediging tegen biowapens in de VS op federaal niveau is geworden.

Vooral na de eerste aanslag op het World Trade Center in februari 1993 (`toen het internationale terrorisme het Amerikaanse homeland bereikte') werd geleidelijk duidelijk dat ook terreurgroepen en zelfs goed geschoolde lone offenders (zoals de UNA-bomber) op zeker moment naar het biowapen zouden kunnen grijpen. De Amerikaanse Nobelprijswinnaar Joshua Lederberg, inmiddels 76, heeft – spontaan – bergen verzet om meer besef voor de bio-dreiging te krijgen. Hij was een van de weinige Amerikaanse biologen met enig gezag bij het Pentagon, het Witte Huis en ander bestuurscentra en maakte zich grote zorgen over misbruik van DNA-technologie. Op den duur wist de kring om hem heen ook president Clinton van het gevaar te doordringen. Memorabel, in het licht van de huidige gebeurtenissen, is hoe Lederberg al in mei 1994 New Yorks burgemeester Giuliani persoonlijk en uitputtend voorlichtte over de gevaren van een antrax-aanslag. Dat was nog vóór bekend werd dat de Japanse sekte Aum Shinrikyo niet alleen zenuwgas maar ook miltvuur-bacteriën en het vergif botuline had geproduceerd. New York en Washington zijn de aantrekkelijkste doelen voor een antrax-aanslag, onderstreepte Lederberg in 1994.

Ook William Patrick, die betrokken was bij de ontwikkeling van Amerikaanse biowapens (tot ze in 1969 werden afgeschaft) en die een van de zeldzame experts is die daarover de pers te woord staan, heeft veel bijgedragen aan de bewustwording. Op een seminar over bioterrorisme in juli 1995 beschreef hij in kalme bewoordingen hoe makkelijk een terrorist dodelijke bacteriën kan kweken en hoe hij binnen een paar minuten de helft van de bevolking van het World Trade Center zou kunnen infecteren.

Virus-uitbraak

De plotselinge uitbraak van West Nile virus in de nazomer van 1999 trof New York dan ook niet onvoorbereid, burgemeester Giuliani had inmiddels miljoenen geïnvesteerd in contra-terrorisme. De ziekenhuizen van New York staan nu per computer met elkaar in verbinding en in een vaste routine wordt gezocht naar patronen in de verspreiding van ziekteverschijnselen. Zo kwam binnen een paar dagen vast te staan dàt er sprake was van een virus-uitbraak en dat muggen het virus verspreidden. Daarna kon aan de bestrijding begonnen worden. Aangenomen wordt inmiddels dat er geen kwade opzet in het spel was, het aangetroffen West Nile virus lijkt als twee druppels water op het virus dat leefde in Israelische ganzen. Het is eigenaardig dat Germs onvermeld laat dat het Amerikaanse leger voor 1969 nauw met een Israelisch defensielaboratorium samenwerkte in onderzoek aan het West Nile virus. Als wapen, mag men aannemen.

In een kort hoofdstuk bespreken de New York Times-redacteuren het meer of minder definitief ontmantelde Iraakse programma voor biowapens maar zij kunnen daarin weinig toevoegen aan wat ander onderzoeksjournalisten al boven tafel kregen. Zoals het feit dat veel van de dodelijke bacteriën gewoon in de VS werden besteld en dat het Britse bedrijf Oxoid de voedingsstoffen voor de bacteriën leverde. Nieuw is misschien dat Irak in 1990 veertig aerosol-generatoren in Italië bestelde voor de verspreiding van de bacterie-preparaten. En in de huidige antrax-commotie is van belang dat Irak de zogenoemde Vollum 1B-stam van miltvuur-bacteriën als wapen ontwikkelde, niet de Ames-stam die in Florida, Washington en New York is aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen dat Irak ooit antrax-poeders maakte.

Heel veel meer energie staken de drie auteurs in een verdere analyse van het huiveringwekkende Russische programma voor biowapens dat pas officieel in 1992 werd afgebroken. Over grote delen van dat programma bestaat nog veel onzekerheid en er heerst een sterk vermoeden dat de ontwikkeling van biowapens in een aantal instituten nog steeds doorgaat. Het merendeel van wat het Westen inmiddels weet van de Russische inspanningen dankt het aan de gedetailleerde informatie die een aantal overlopers (de bekendste is Ken Alibek) verschafte. Ook op dit terrein heeft de CIA dramatisch gefaald. De onthullingen van de Times-journalisten zijn een mooie aanvulling op het schokkende boek Biohazard dat Ken Alibek in 1999 uitbracht (Hutchinson, Londen).

Het zijn in het bijzonder de onthullingen van Alibek geweest die de Amerikaanse CIA (niet het Pentagon dus) ertoe brachten een paar van de beschreven Russische biowapens na te bouwen. De bedoelingen waren louter defensief, zo is benadrukt, maar de activiteit was volgens velen, waaronder Joshua Lederberg, een duidelijke schending van het verdrag tegen biowapens uit 1972. Nog een ander behartenswaardig detail: toen de Amerikaanse strijdkrachten in 1970 van president Nixon de opdracht kregen alle voorraden biowapens te vernietigen is een kleine voorraad aan de aandacht ontsnapt. Die voorraad lag bij de CIA en was, schrijfven de auteurs van Germs, verrassend divers: salomella, botuline, slangegif en maar liefst een ons antrax. Van de Ames-stam, waarschijnlijk, want dat was de stam die de Amerikanen als wapen achter de hand hadden.

Judith Miller, Stephen Engelberg. William Broad: Germs. Biological weapons and America's secret war. Simon & Schuster, 382 blz. ƒ74,40

    • Karel Knip