De olieprijzen gaan waarschijnlijk blijvend omlaag

De Organisatie van Olie-exporterende Landen (OPEC) heeft een nieuw talent voor crisisbeheersing ontwikkeld. Toch steekt er meer achter de bluf van OPEC – dat het de olieproductie niet zal verminderen totdat anderen dat doen – dan onmiddellijk zichtbaar is. De zet heeft ook trekjes van politiek winstbejag, die geen van alle goed zijn voor de olie-aandelen.

OPEC heeft de olieprijzen nu bijna twee jaar lang tussen de 22 en de 28 dollar (tussen de 55 en 70 gulden) per vat weten te houden. Dat was makkelijk genoeg toen de wereldeconomie nog op stoom lag, maar nu de vaart eruit is wordt zo'n marge onhoudbaar. Na 11 september staat de OPEC voor het probleem hoe ze haar doelstellingen het beste kan aanpassen. Dat is niet eenvoudig. Ze heeft daartoe geen enkel instrument en tegelijkertijd moeten de OPEC-landen hun politieke gezicht redden – vooral thuis.

De oplossing is om het kartel uit te breiden en niet-leden stemrecht te geven. Mexico heeft gezegd dat het meedoet aan de beperking van de olieproductie als anderen dat ook doen. Rusland heeft nog geen beslissing genomen, maar toont tekenen dat het bereid is om mee te doen. Ondertussen heeft Noorwegen laten doorschemeren dat het zijn productie zal beperken als de prijzen onder een niet nader aangeduid niveau terechtkomen. Welk niveau zou dat zijn?

Schattingen van Goldman Sachs duiden op een nieuw evenwicht van 16 dollar per vat. Dat ligt een heel eind boven de bodem van 10 dollar per vat waar de prijzen drie jaar geleden op uitkwamen, maar twee dollar per vat onder de huige marktprijzen. Nu de winstverwachtingen van analisten voor de oliemaatschappijen nog steeds gebaseerd zijn op een olieprijs voor volgend jaar van 22 dollar per vat, moeten die verwachtingen naar beneden bijgesteld worden.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld

    • John Paul Rathbone