Cognac, een bakje vla en gemalen pillen

`Zelfmoordconsulenten' overschrijden wettelijke grenzen met hun hulp. Daartegen wordt nog niets ondernomen, men wacht rustig af wat het OM vindt. De `pil van Drion' in de praktijk

Een fles cognac, een bakje vla en daarin gemalen pillen. Dat is, blijkt uit het boek Sterfwerk van de ouderenpsychiater B.E. Chabot, het meest geliefde recept voor mensen die een einde aan hun leven willen maken: doeltreffend en humaan. Veel van hen haalden het uit Het Schotse boekje, een lijst met zelfdodingsmiddelen die de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) sinds 1996 op verzoek verstrekt.

De NVVE zorgt ook voor vrijwilligers die mensen bij hun zelfdoding bijstaan in de gevallen dat geen vriend of familielid daartoe bereid is. Net als de stichting De Einder, die al vaker dan de NVVE in het nieuws kwam met grensgevallen.

Hoe ver is te ver? Volgens artikel 294 van het Wetboek van Strafrecht is iedereen met maximaal drie jaar cel strafbaar die ,,opzettelijk een ander tot zelfmoord aanzet, hem daarbij behulpzaam is of hem de middelen daartoe verschaft''. R. Jonquière, directeur van de NVVE geeft aan waar dat voor zijn consulenten in de praktijk op neerkomt: ,,Je mag over zelfdoding informeren, je mag erbij zijn, maar je moet te allen tijde op je handen blijven zitten.''

Dat laatste is voor de consulenten soms vrijwel ondoenlijk, blijkt uit sommige van de twaalf zelfdodingszaken die Chabot gedetailleerd reconstrueert op basis van gespreken met consulenten, familieleden, vrienden, artsen en geschriften van de overledenen. Het zijn zaken waarvoor de `pil van Drion', als die daadwerkelijk zou bestaan, zou zijn bedoeld.

Niet zelden gaat het in deze zaken om heel oude mensen, of om mensen die op het punt staan blind te worden, of zo gehandicapt dat iets vastpakken niet meer mogelijk is. Laat staan dat ze hun dodelijke pillen fijn kunnen malen om ze zó in te kunnen nemen dat ze niet direct gaan braken. Het gaat ook om mensen zoals de 35-jarige Rick, wiens zenuwstelsel in enkele jaren zo gruwelijk werd aangetast dat lopen, praten, zien, en zich ontlasten steeds moeilijker werd. Zijn huisarts wilde hem geen euthanasie geven, omdat hij niet terminaal ziek was. ,,Laat je opnemen in het verpleeghuis'', zei die. Dat had Rick al eens geprobeerd, na enkele weken in een `jong' huis vol vijftigers die geen enkele interesse met hem deelden was hij er wanhopig weggegaan: dit nooit. Toen ook slikken steeds moeilijker werd kreeg Rick haast. Hij bestelde Het Schotse boekje en sprak met een suïcide-consulent. Deze nam contact op met een gepensioneerde huisarts: een maand later vond Rick bij de post een pakketje met honderd dodelijke pillen. In aanwezigheid van zijn familie heeft hij ze ingenomen. Zijn moeder kon zijn laatste uren bij hem waken.

Ricks dood is van alle door Chabot beschreven casussen die, waar het sterven iemand misschien het meest gegund was. Minder is dat het geval bij Fré, die dan wel 91 mag zijn maar vanuit haar kapitale grachtenpand nog altijd verre reizen maakt en ,,ongewoon jeugdig en lenig'' oogt in haar in haar kleren van glitterstof. Fré is nogal eens belazerd door jonge mannen die op haar geld uit zijn, dat wel, en wat chaotisch wordt ze ook. Als haar laatste reis weer eens is tegengevallen heeft ze er genoeg van - en ook Fré wordt dan door een consulent verregaand bijgestaan: op Fré's verzoek, die bang is dat ze daarvoor te warrig is, maalt de consulent de pillen fijn die Fré al eerder met smoesjes bij een vorige huisarts heeft verzameld. De consulent zet de gemalen pillen naast Fré's bed klaar, met een fles likeur en chocoladevla, en verlaat dan het huis. Fré neemt alles in.

Een gepensioneerde huisarts pillen laten opsturen; pillen malen; zelfs het klaarzetten van het bakje chocoladevla mogen de consulenten niet. Een consulent van De Einder tegen wie voor de rechtbank in Groningen al een zaak loopt, had volgens adviseur H. Hilarius van De Einder slechts een potje jam opengedraaid, om dat de persoon die hulp vroeg dat zelf niet meer kon. Met die jam zouden de pillen zijn gemengd. En nóg afweziger hulp is wellicht ook al strafbaar: het gerechtshof in Den Bosch beval dit voorjaar vervolging van een consulent van de NVVE die een vrouw uitsluitend telefonisch bijstond bij haar zelfdoding - maar de vrouw raakte in coma en overleed pas drie weken later.

De auteur van Sterfwerk Chabot, kreeg zelf bekendheid toen hij een patiënte hielp bij zelfdoding omdat zij ondraaglijk psychisch leed. Het leidde tot een grensverleggend, naar hem vernoemd arrest. Sindsdien mag ook psychisch lijden een grond voor hulp bij zelfdoding door artsen zijn. In Sterfwerk klinkt dan ook begrip voor de consulenten door. De passage over hun grensoverschrijdende hulp is enigszins weggestopt en zeer beknopt.

,,Moet je dit nou publiceren? Dat heb ik Chabot gevraagd'', zegt directeur Jonquière van de NVVE desgevraagd. ,,Niet dat we dit in de doofpot willen stoppen. Maar dit geeft wel aan dat medewerkers van ons buiten de wet gaan.'' Bij Chabot bleven de consulenten anoniem. Omdat ook Jonquière geen namen zegt te hebben (,,Die wìl ik ook niet), heeft hij niemand op het matje geroepen. ,,Wel heb ik nogmaals op onze richtlijnen gewezen en verder wacht ik maar eens af.'' Medewerkers ontslaan? Ze verplichten voortaan samen met iemand anders te gaan? ,,Iedere medewerker moet zijn eigen afweging maken. En als ik harder dan vijftig binnen de bebouwde kom rijd, dan ga ik dat de politie toch ook niet zeggen?''

J. Hilarius van De Einder is duidelijk: ,,Die consulent die adressen van tussenpersonen verstrekt om aan middelen te komen, dat ben ik zelf.'' Over anderen wil hij geen uitspraken doen. Wel vertelt hij over een ,,counsellersdag'' die De Einder op 7 november jongstleden organiseerde. ,,En er werd eerst met verbazing gereageerd op het idee dat medicijnen gegeven zouden worden.'' Even later werd toch maar afgesproken ,,over dit onderwerp niets te notuleren''.

    • Margriet Oostveen