Claude Miller heeft geen gimmicks nodig

Tussen het alomtegenwoordige Amerikaanse popcornvermaak van de multiplexen en de even snel vervliegende arthousetrends ligt een niemandsland: dat van de traditionele Europese cinema.

Het Franse psychologisch drama, de Spaanse thriller, Italiaanse fantastiek, Duitse literatuurverfilming, Scandinavische jeugdfilm – allemaal zijn ze, dankzij de onomkeerbare schaalvergroting in bioscoopland, de daaraan inherente aanbodverschraling én de desinteresse van zowel distributeurs als het grote publiek voor Europese kwaliteitscinema, naar de marge van de filmcultuur verbannen.

Slechts de volhardende cinefiel neemt, via festivals, televisie of import-dvd, kennis van pareltjes als Absolute Giganten (Sebastian Schipper), Secretos del corazón (Monxto Armendáriz), La via degli angeli (Pupi Avati) of Le fils préféré (Nicole Garcia).

Deze filmvertellingen à la Truffaut of Schlöndorff, met als basis een doorwrocht scenario, klassieke vorm en bedachtzame acteursregie, lijken verloren in deze beeldgefixeerde en oppervlakkige tijd. Zonder gekunstelde vormexperimenten, modieuze grauwheid of een begeleidend manifest vol pseudo-revolutionaire pretenties wordt een Europese film immers al snel afgedaan als `ouderwets' en `commercieel oninteressant'.

Zo'n ouderwetse verteller van bijzondere filmverhalen is cineast Claude Miller (Parijs, 1942). Millers nauwgezette voorbereiding van de dramaturgie (tijdsgewricht, dialogen), zijn instinctieve spelersregie, alsook zijn aandacht voor de ambachtelijke aspecten van het vak (kadrering, cameravoering, montage) hebben hun oorsprong in een klassiek leerparcours. Productieassistent, productieleider, assistent regisseur; Miller was het allemaal. Nooit koos hij als (co-)scenarist en regisseur eenvoudige projecten, steeds speelt hij met genrewetten, zonder daarbij zijn classicistische aanpak te verwaarlozen.

Was Dites-lui que je l'aime (1977) het relaas van een obsessionele liefde, Garde à vue (1981; naar een huis clos-thriller van John Wainwright) bleek een ademstokkend psychologisch steekspel tussen een achterdochtige politiecommissaris en een notabele verdachte van moord. Ook het voor Miller-begrippen ongewoon amusante falderietje Le sourire (1994), de sombere Nina Berberova-romanadaptatie l'Accompagnatrice (1992) en Mortelle randonnée (1982) contrasteren sterk met elkaar.

Millers meesterwerk is Mortelle randonnée, een meerlagig noodlotsdrama over een vermoeide privédetective (Michel Serrault) die in een zwervende moordenares (Isabelle Adjani) zijn in werkelijkheid jong gestorven dochtertje meent te herkennen. Uitgaand van het boek Eye of the beholder van Marc Behm, vervlochten de fameuze scenarist Michel Audiard (1920-1985) en diens zoon Jacques in deze film virtuoos elementen van fantastiek, zwarte komedie en film noir.

De VPRO zendt op twee opeenvolgende vrijdagen recent Miller-werk uit. La classe de neige is een subliem in CinemaScope gedraaide psychologische thriller naar de gelijknamige roman van filmpublicist Emmanuel Carrère over een introverte twaalfjarige jongen die gedwongen op skivakantie gaat en tijdens koortsaanvallen wordt geplaagd door morbide hallucinaties. La chambre des magiciennes (1998), dat volgende week te zien is, werd voor de tv-zenders La Sept en Arte op digitale video gedraaid en beschrijft het turbulente ziekenhuisverblijf van een antropologiestudente met hevige migraine. Hier was de literaire bron een tekst van schrijfster Siri Hustvedt, de echtgenote van de Amerikaanse schrijver Paul Auster.

Tegengesteld als deze zeer intense films zijn in onderwerp en vorm, eensgezind consequent en afgewogen blijft hun klassieke vertelstructuur, waarbij horrorachtige scènes La classe de neige wel avontuurlijker maken dan La chambre des magiciennes. In deze laatste, fictieve casus in een tragikomische toonzetting, is het Millers verdienste dat hij de betreurenswaardige misser van het kille digitale-videoformaat ondervangt met een dwingende acteursregie.

Quod erat demonstrandum: een ware verhalenverteller heeft geen gimmicks nodig.

La classe de neige (Frankrijk, 1998, Claude Miller), VPRO, 23.45-1.23u.

    • Oliver Kerkdijk