`Arme mensen zijn zoals u en ik'

De helft van de wereldbevolking moet rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Armoede en de gevolgen van `11 september' staan dan ook hoog op de agenda bij de vergadering van de Wereldbank en het IMF, dit weekeinde in het Canadese Ottawa.

Hij is moe. Moe van het reizen, van te weinig slaap. Eerst Tokio, toen een aantal Europese hoofdsteden, nu Scheveningen, daarna door naar Ottawa, naar de bijeenkomst dit weekeinde van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Almaar praten over de verslechterende wereldeconomie en de invloed van 11 september daarop. Alsof na zeseneenhalf jaar presidentschap van de Wereldbank, 's werelds grootste ontwikkelingsorganisatie, nu de mondiaal dreigende recessie van de 67-jarige James D. Wolfensohn haar tol eist.

Want 11 september laat diepe sporen na in de arme landen, de landen waar zijn bank het allemaal voor doet. Tienduizenden kinderen méér sterven door gebrek aan medicijnen, miljoenen mensen vallen in armoe terug. Te grote getallen misschien om te bevatten. Maar toch zijn ook dat de gevolgen van 11 september.

Voor iemand die sinds zijn aantreden wel honderd landen heeft bezocht, arme landen vooral, om met de armen te praten, armen die hem vertellen dat armoe alleen maar misdaad, onderdrukking en corruptie uitlokt gericht tegen hen, voor zo iemand moeten de gevolgen van 11 september een schrikbeeld zijn. De armoe neemt toe, en daarmee de misdaad, onderdrukking en corruptie. ,,Dat geloven de armen zelf'', zegt hij.

Hij praat niet over armen zoals antiglobalisten plegen te doen. Hij snapt hun klachten niet eens. Een te gemengd gezelschap. Je vindt er vakbonden onder die tegen de export van banen protesteren, banen die juist de armen helpen. Je vindt er boeren onder die protectie eisen tegen boeren die juist toegang tot hun markten willen. Demonstreren tegen de globalisering doet de globalisering niet stoppen. Alsof de globalisering is terug te draaien. Die is er bij wijze van spreken sinds Adam en Eva al. Zijn bank wil ervoor zorgen dat mensen er niet bezeerd door raken, niet blijvend bezeerd, zegt hij. ,,Dat zeker stellen, daar gaat het om.''

Het is waar, zegt hij, dat het milieu verslechtert, de aarde opwarmt, de zeespiegel stijgt, het drinkwater snel schaarser wordt, jaarlijks bossen verdwijnen ter grootte van Zwitserland en de wereldbevolking explosief groeit. Maar daar staat tegenover dat de armoe wereldwijd is afgenomen, met name in China en India, de levensverwachting toegenomen en het onderwijs verbeterd, in de afgelopen dertig jaar meer is verbeterd dan in de hele wereldgeschiedenis. Zo goed als het waar is dat in Afrika en Zuid-Azië de armoe groter is geworden en daarmee de kloof tussen ons en hen. Zo goed als het waar is dat van de zes miljard mensen op aarde de helft van twee dollar per dag moet rondkomen en van hen 1,2 miljard mensen in diepe armoe leeft.

Multinationals, de westerse levensstijl, gebrek aan eigendomsrechten, verkeerde lokale politiek, corruptie, geweld, protectie? Schuldigen genoeg. Hij ziet het een slag anders. Voor de ontwikkeling van een land is een verscheidenheid aan dingen nodig. Geschoolde ambtenaren, een rechtssysteem dat niet alleen op papier bestaat maar ook feitelijk werkt, een financieel systeem dat niet in handen van een paar mensen is, en strijd tegen corruptie. Als dat er allemaal niet is, kan zijn bank er nog zoveel geld in pompen, maar het zal de armen niet bereiken. Maar bestaat dat allemaal wel, dan schiet zijn bank nog tekort als niets aan onderwijs wordt gedaan, aan infrastructuur, gezondheid, verstedelijking. Je moet het dus allemaal doen. Langdurig. Ontwikkeling duurt decennia. Bovendien kan één instituut het niet alleen doen, niet de Wereldbank, niet de particuliere sector, niet de regering van zo'n land. ,,Als je dat niet aanvaardt, snap je niets van ontwikkeling.''

De rijke landen geven jaarlijks 50 miljard dollar aan de arme landen, en het eindigt in terreur? Hij bagatelliseert dat bedrag. Aan landbouwsubsidies voor zichzelf geven de rijke landen zeven maal zo veel uit. Vergeleken met het wereldinkomen van 30.000 miljard dollar, waarvan de rijke landen 80 procent voor hun rekening nemen, valt die 50 miljard in het niet. ,,Met dat bedrag kun je onmogelijk de armoe bestrijden.''

Tussen armoe en terrorisme bestaat geen direct verband, beklemtoont hij. Arme mensen hebben het te druk met overleven. Maar als mensen de hopeloosheid van hun bestaan met de religieuze notie combineren dat dood net zo goed is als leven, als jonge mensen voor hun familie niets kunnen doen, als ze geen onderwijs hebben genoten, geen werk hebben, zelfs geen uitzicht op werk, als ze ten slotte niet meer weten waar hoop voor hen nog bestaat, dan wekt het geen verbazing dat ze de man steunen die verleidelijk zegt dat hij wel iets voor hen kan doen.

Dat armoede dus voedingsbodem is voor misdaad, voor geweld, voor opstandigheid, ja. Omdat mensen wanhopig zijn, zegt hij. Kijk naar de Palestijnen: geen banen, weinig gelegenheid om hun frustratie anders te uiten dan door opstandigheid. Kijk naar Afrika: de combinatie van armoede en raciale spanningen. Er is altijd wel iemand die met politieke of religieuze ideeën daarop inspringt. Waarom zou je je hoop daarop niet vestigen? Dat is menselijk. En nu wordt de wereld kleiner. ,,11 September bracht de arme wereld naar Wall Street.'' En al kan het verschrikkelijk aflopen, het bewijst dat armen gehoord willen worden. Ze willen geen liefdadigheid, ze willen in vrede leven, niet onder een despoot, vrouwen willen niet onderdrukt worden, jongeren willen onderwijs, een baan, de mensen willen respect. ,,Ze zijn zoals u en ik.''