Apen die de bijbel lezen

Kippen in een scharrelschuur zijn als een mens in de massa. Vertwijfeld, verdwaald, gestresst tot op het bot: een kip kan hoogstens tien tot twintig soortgenoten herkennen. In zo'n grote schuur zitten ze verlamd van angst voor zich uit te staren. Maar ja, zoals de Britse jurist Ezra Bound in Broeders van de zesde dag van Lydia Rood stelt: `Jullie willen tsjarrelaais en daarom krijgen jullie tsjarrelaais. Al eeuwen zijn er alleen rechten voor dieren geregeld als dat mensen goed uitkwam.'

Een kippenweetje in een apenboek. Broeders van de zesde dag gaat over chimpansees die ten prooi vallen aan de martelpraktijken van een nietsontziende onderzoeker. Rood heeft zich tot over haar oren in de materie verdiept. Stapels kennis spuit ze, over de rechten van dieren en meer in het bijzonder primaten, over mooie woorden, wetten en de wrede praktijk. Het maakt deze thriller er niet spannender op. Pagina's lang is het alsof alle uitweiding bijna klaar is en de actie kan beginnen. Maar als het dan eindelijk zover is, valt de climax bitter tegen.

Hoofdpersoon Wolf (voluit Suzanne Wolf van Mourik) is steenrijk, blond, slim en rusteloos. Tot vervelens toe staat dat te lezen. De enige plek ter wereld waar Wolf zich echt thuis voelt is bij vriend Derek. Derek, elektromonteur en simpele ziel, bereidt stampotten en speklappen en laat haar met haar blote voeten, tenen krullend in zijn kruis, naast zich op de bank zitten. Dat houdt ze steeds maar even vol. Met haar bedrijf World Missions, een op het oog gewone charitatieve instelling die fondsen inzamelt voor de Derde Wereld, zet ze zich op een onwettige manier in voor het goede doel. Wolf wordt terzijde gestaan door Mei, een Oosterse schone met een `katachtig postuur' een `dodelijk precies brein'.

Wolf en Mei zijn vriendinnen, maar `ontdekken' het hele boek door dingen over elkaar. Dat ze jaloers op elkaar kunnen zijn, bijvoorbeeld. Verrassend zijn de ontdekkingen niet. Broeders van de zesde dag is een beetje een thriller en een beetje een psychologische roman. Maar echt spannend wordt het niet, terwijl de emotionele betrekkingen tussen de personages te sterk ingebed zijn in stereotypen.

Een verstrooide wetenschapper komt Wolf en Mei om hulp vragen. Zijn dove vriendin Naomi is in gevaar, gevangen met haar zoon en vrienden in Amerika. Ze spreekt gebarentaal en stuurt videoboodschappen naar Amsterdam. Naomi is een chimpansee, woonachtig op een universiteitsterrein waar de wetenschapper ooit onderzoeker was. Ze noemde hem `Grote Man', terwijl andere mensen zijn neus voor hem ophalen. Zij is zijn enige vriendin.

De apen in Broeders van de zesde dag zijn, nu ze eenmaal met hun handen hebben leren spreken, net mensen. Ze luisteren naar klassieke muziek, ze hangen voor de tv, ze maken grappen en ze bespiegelen. Refererend aan de bijbel en de `Verklaring van de rechten van de mens' vraagt de chimpansee Naomi om hulp. Lef heeft Lydia Rood wel.

Lydia Rood: Broeders van de zesde dag. Prometheus, 310 blz. ƒ31,95