WTO-akkoord: Ieder kan er in lezen wat hij wil

Lidstaten van de WTO wilden in Doha een `ontwikkelingsronde' lanceren. Is dat gelukt? Of zijn de zinnen uit het zwaarbevochten akkoord tegenstrijdig?

U moet de exportsubsidies in de landbouw afschaffen, maar eigenlijk hoeft het ook weer niet. Dat is kort samengevat het compromis waarmee WTO-lidstaten de Europese Unie en met name de Fransen over de streep hebben getrokken na zes dagen onderhandelen over een nieuwe agenda voor liberaliseringen van de wereldhandel.

De kemphanen hebben hun gezicht gered. Landbouwnaties als Australië zullen thuis benadrukken dat in de nieuwe handelsronde, die tot 1 januari 2005 zal duren, onderhandeld wordt over exportsubsidies ,,met uitzicht op afschaffing'' daarvan. De Fransen kunnen hun politieke achterban uitleggen dat de onderhandelingen beginnen ,,zonder vooringenomenheid over het eindresultaat''. Een lid van de Nederlandse delegatie oordeelt: ,,De zinnen zijn tegenstrijdig, ieder kan er in lezen wat hij wil.''

Die waarneming geldt voor meer passages in `de verklaring van Doha'. Lastige kwesties zijn op de lange baan geschoven voor een groter belang: de WTO heeft de wereld een signaal gegeven. De 142 lidstaten openen hun grenzen steeds verder, zelfs als het economisch tegenzit. Het tien pagina's tellende document dat gisteren is goedgekeurd geeft bovendien duidelijk aan over welke thema's lidstaten de komende jaren in de slag moeten.

Na zes dagen uitputtend onderhandelen dreigde het akkoord gisteren te breken. Murasoli Maran, de Indiase minister van Handel twijfelde of zijn land voldoende had binnengesleept. Onderhandelingen over de bescherming van buitenlandse investeringen, voor Maran vanaf het begin onbespreekbaar, worden tóch genoemd in de verdragstekst.

Uiteindelijk stemde India in met een mondelinge verklaring van de Qatarese minister van Financiën Youssef Hussain Kamal dat lidstaten over een paar jaar een vetorecht houden over definitieve agendering van het onderwerp.

Eerder al was India akkoord gegaan met een compromistekst over het conflict over handelsbarrières op de Amerikaanse en Europese textielmarkt. Een commissie zoekt het komend jaar een oplossing. Staatsecretaris Ybema van Economische Zaken begrijpt eigenlijk niet dat de textielkwestie voortleeft. ,,Dit had moeten worden opgelost'', zegt hij. ,,We hadden er niet eens een punt van moeten maken.''

Wat levert Doha ontwikkelingslanden dan wèl op? Misschien is dat het best te illustreren aan de hand van de uitdagende woorden die de Amerikaanse handelsgezant Robert Zoellick sprak aan de vooravond van deze conferentie. ,,Laat me je succesverhalen zien'', zei hij. ,,Tóón me de landen die banen, hoogwaardig onderwijs en een goede gezondheidszorg hebben gerealiseerd zonder zich open te stellen voor de wereldeconomie.''

Die landen zijn moeilijk te vinden. Voorafgaand aan deze conferentie publiceerde de Wereldbank een studie waarin staat dat het neerhalen van alle handelsbarrières ontwikkelingslanden jaarlijks een inkomensverhoging zou opleveren van maximaal 500 miljard dollar.

Dat cijfer is sindsdien betwist, maar zelfs als het driekwart lager uitvalt, blijven de mogelijke voordelen enorm. De Amerikaanse delegatie noemde hier meer dan eens een rapport van Joseph Francois van de Erasmus Universiteit Rotterdam dat de inkomensvoordelen van alleen al de nieuwe handelsronde van Doha becijfert op 90 tot 100 miljard dollar.

Maar het afbreken van tariefmuren en subsidies is niet genoeg, zo geeft ook de Wereldbank aan. Ontwikkelingslanden moeten corruptie bestrijden en hun juridische systeem kunnen versterken. Bovendien kan een land schade oplopen in zijn ontwikkeling als barrières aan de grens geslecht worden terwijl ontluikende sectoren de strijd op mondiaal niveau nog niet aankunnen. ,,Landen als China en India, die de laatste decennia een succesvolle ontwikkeling hebben doorgemaakt, hebben in sommige industrietakken internationaal geconcurreerd'', aldus Ravi Rajan, in Doha namens het United Nations Development Programme. ,,Maar ze hebben andere delen van hun economie juist afgeschermd.''

Ontwikkelingslanden zijn zich hiervan bewust. Het akkoord dat in Doha is gesloten over de bescherming van octrooien op medicijnen gaat dan ook niet alleen over een te hoge prijs van geneesmiddelen ter bestrijding van aids. Brazilië en India bouwen verder aan een eigen medicijnindustrie. Het kopiëren en leren van buitenlandse voorbeelden past daarin. Dit model van economische groei is niet nieuw. Japan werd een economische wereldmacht door zich technologie uit de Verenigde Staten eigen te maken.

Ontwikkelde landen moeten handelsmuren soms eenzijdig of voortijdig afbreken om ontwikkelingslanden een kans te geven. Dit uitgangspunt van asymmetrische regels is cruciaal voor de arme landen en hier in Doha opnieuw vastgelegd. ,,In de onderhandelingen zal volledig rekening worden gehouden met belangen van ontwikkelingslanden en hun recht om verplichtingen [van ontwikkelde landen] niet volledig te compenseren'', luidt een formulering in het verdrag. De komen jaren zal duidelijk worden of ontwikkelingslanden dit uitgangspunt kunnen omzetten in harde onderhandelingsresultaten.

De verplichting die WTO-lidstaten zijn aangegaan voor het verminderen van exportsubsidies in de landbouw is voor hen waarschijnlijk het meest cruciale winstpunt van Doha. Ondanks de dubbelzinnige formulering over de uiteindelijke afschaffing daarvan. Gerard Doornbos, voorzitter van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland, voorvechter van het boerenbelang, erkent dat exportsubsidies van de Europese Unie desastreuze gevolgen hebben. ,,Ik heb in Zimbabwe en Zambia gezien wat de gevolgen zijn als Nederlands gesubsidieerd melkpoeder op de markt komt'', zegt hij. ,,De mensen kiezen voor het goedkoopste product en de lokale boeren worden uit de markt gedrukt.''

    • Michiel van Nieuwstadt