Toetreding China tot WTO: een werkplaats voor de wereld

De stemming over China's lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie WTO, het formele sluitstuk van vijftien jaar uiterst moeizame onderhandelingen, was in China live op televisie. De aandacht voor de mogelijke gevolgen is ook enorm. China is de enige grote economie in de regio die nog hoge groeicijfers kent, dit jaar waarschijnlijk zo'n 7 procent. En al meer dan 70 procent van de buitenlandse investeringen in de regio vloeit naar China.

China heeft een schier onuitputtelijk reservoir aan arbeidskrachten in huis, dat varieert van ongeschoold en spotgoedkoop tot hoog opgeleid en internationaal gericht. Daarom verplaatsen ook bedrijven uit andere Aziatische landen hun productie graag naar China. Waar China vroeger vooral gespecialiseerd was in technisch laagwaardige, arbeidsintensieve productie, maakt en exporteert het land inmiddels ook op grote schaal technisch hoogwaardige producten als computers en computerchips, halfgeleiders en mobiele telefoons. China kan goedkoper produceren dan Japan, Taiwan en Zuid-Korea, waar de lonen aanmerkelijk hoger liggen.

Veel multinationals vestigden zich begin jaren negentig in China om toegang te krijgen tot de een potentiële markt van 1,3 miljard consumenten. Het overgrote deel van de bevolking bleek echter veel te arm om de producten van de multinationals te kunnen afnenen. Ook beschermden (en beschermen) veel provinciale en lokale overheden hun markten tegen producten van buiten hun provincie. Noodgedwongen wijzigden veel bedrijven daarop hun strategie: ze richtten zich niet langer vooral op de Chinese markt, maar gingen China gebruiken als centrum voor export naar de regio.

Op de lange termijn wordt China steeds welvarender en kan het land een afzetmarkt worden. Voorlopig lijkt de angst van de omringende landen voor China's toenemende economische slagkracht echter zeker gerechtvaardigd.