RECREATIESECTOR WIL MEER RUIMTE VOOR TOERISME

De toeristische sector aan de 250 kilometer lange Noordzeekust in Nederland heeft de komende 25 jaar meer ruimte nodig – in totaal bijna 1.600 hectare. Verreweg de grootste behoefte (bijna 1.400 hectare) geldt de verblijfsrecreatie (vakantiewoningen, campings, hotels). De meeste ruimte wordt gezocht aan de kust van Noord- en Zuid-Holland.

Dit staat in het eerder dit jaar uitgebrachte rapport Toerisme op de Noordzeeboulevard visie op de ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld in opdracht van Toerisme Recreatie Nederland en de provinciale bureaus voor toerisme aan de kust. Het rapport dat wordt gesteund door belangenorganisaties als Hiswa, Koninklijke Horeca Nederland en Recron, omvat een inventarisatie van alle kustplannen van recreatie-ondernemingen, gemeenten en andere overheden.

De kust is een van de populairste vakantiebestemmingen in Nederland. De Waddeneilanden en de Noordzeebadplaatsen zijn goed voor een kwart van alle toeristische overnachtingen: bijna 20 miljoen per jaar. In 1998 werd 24 procent van de vakanties van Nederlanders doorgebracht aan de kust (3,6 miljoen vakanties). Duitsers hielden in 1998 1,5 miljoen lange vakanties in de Noordzeebadplaatsen en op de Waddeneilanden. In 1996 maakten Nederlanders circa 8,6 miljoen dagtochten naar `het strand bij de zee'. In werkelijkheid zijn dat er vele miljoenen meer, omdat kustbezoek ook allerlei andere activiteiten omvat dan verblijf op het strand.

Het Nederlandse `product kust' is nogal traditioneel en voldoet volgens het rapport steeds minder aan het verwachtingspatroon van de kritische, verwende en goed geÏnformeerde burger. Uiterlijk en vormgeving van de badplaatsen worden nog steeds in hoge mate bepaald door nogal sobere, vaak uniforme bebouwing uit de jaren vijftig en zestig, met Scheveningen als belangrijkste uitzondering. Het cultureel erfgoed is beperkt, zeker in vergelijking met andere landen, en campings, hotels en restaurants zijn traditioneel, kwalitatief matig en vaak eenzijdig.

Productvernieuwing wordt nodig geacht om de toenemende recreatieve druk in de komende 25 jaar te kunnen opvangen. Dat vergt veel ruimte, vooral in Zeeuws-Vlaanderen, Hoek van Holland, de Westhoek, IJmuiden en de Kop van Noord-Holland. Nieuwe verbindingen (Randstadrail, Rijn-Gouwelijn, HSL) maken het in 2015 mogelijk om vanuit het binnenland snel de kust te bereiken. Het aantal dagtochten zal fors toenemen. Dat vereist de aanleg van transferia en comfortabele verbindingen naar het strand. Het rapport voorziet dat badplaatsen ook over zee onderling verbonden zullen worden.

Voor vakantiewoningen die thans in totaal zo'n 1.000 hectare langs de kust beslaan wordt in de ramingen de grootste ruimtebehoefte geconstateerd: 850 hectare, vooral voor nieuwe bungalowparken. Voor campings ( uitbreiding van bestaande en nieuwe) is 475 hectare nodig. Enige tientallen hectares zijn nodig om nieuwe hotels te kunnen bouwen, onder andere bij Hoek van Holland en De Koog. Het gaat bij deze cijfers om betrekkelijk grove ramingen op basis van globale plannen. Plannen voor aanleg van natuurgebieden langs de kust zijn niet in de ramingen over ruimtebehoeften verwerkt.

De voorgestelde vernieuwing van het `product kust' wordt de komende jaren steeds sterker beïnvloed door de beveiliging van de kust. De afgelopen tien jaar is gemiddeld 7 miljoen kubieke meter zand per jaar aan de kust toegevoegd om afslag en erosie tegen te gaan. Om de huidige kustlijn te handhaven zal de komende jaren veel meer zand nodig zijn mogelijk twee keer zoveel tot 2020, aldus het rapport `Toerisme op de Noordzeeboulevard'. Voor delen van de Hollandse kust, inclusief de badplaatsen, zullen nieuwe of aanvullende maatregelen nodig zijn om erosie tegen te gaan.