Poging tot doorbreken Palestijns taboe

Sari Nusseibeh, de opvolger van Faisal Husseini als Yasser Arafats coördinator voor Jeruzalemse zaken, heeft een dikke streep gezet door het Palestijnse recht op terugkeer. ,,De Palestijnen moeten erkennen dat een (vredes)regeling met Israël onhaalbaar is als zij erop staan dat de Palestijnse vluchtelingen naar Israël (Palestina onder Brits mandaat voor 1948) terugkeren. Israël zal de terugkeer van vier miljoen vluchtelingen niet aanvaarden'', verklaarde hij deze week tegenover de buitenlandse pers in het American Colony hotel in Oost-Jeruzalem.

Voordat Arafat hem tot opvolger van de overleden Husseini aanwees, pleitte Nusseibeh er in Israëlische en Palestijnse kranten en voor Israëlische en Palestijnse gehoren al voor de ideologische eis van het recht op terugkeer te laten vallen. Met zelfspot presenteerde Nusseibeh, een in Oxford gevormde telg uit een vooraanstaand Jeruzalems geslacht, zich als een politieke naïeveling die het niet zo erg zou vinden als Arafat hem wegens dit soort ideeën weer naar huis zou sturen. Dan kon hij zich weer aan zijn academisch werk wijden. ,,Ik beschouw mezelf als dichtbij Arafat, maar ik heb het recht om mijn eigen mening te geven. Arafat heeft me benoemd, als hij wil kan hij mij ontslaan. Ik zou daar best blij mee zijn'', zei hij.

Met instemming van de Palestijnse autoriteiten kwamen vorige week drie Palestijnse onderhandelaars naar Tel Aviv, waar zij in een uiteenzetting over het vredesproces bij hun Israëlische gehoor de angst probeerden weg te nemen dat het Palestijnse recht op terugkeer een tijdbom is onder het voortbestaan van Israël als een joodse staat. Sari Nusseibeh doet hetzelfde. Als Palestijnse intellectueel met goede contacten in de Israëlische samenleving heeft hij begrepen dat er Palestijns tegenwicht moet worden gegeven aan de door Israëls leiders bij de Israëliërs ingehamerde panische angst voor het Palestijnse recht op terugkeer.

Voor vrede hoeft Israël het Palestijnse recht op terugkeer niet te implementeren, zo zei Nusseibeh deze week. Maar dan moet Israël zich wel neerleggen bij de stichting van een Palestijnse staat naast Israël volgens de wapenstilstandslijnen van 1967, dus op de hele Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, waarbij Jeruzalem wordt verdeeld in een Palestijnse en Israëlische hoofdstad. Als tegenprestatie voor het schrappen van het recht op terugkeer moet Israël volgens Nusseibeh alle nederzettingen ontruimen, inclusief die in Oost-Jeruzalem.

In een artikel in Ha'aretz wijst Meron Benvenisti, ex-onderburgemeester van Jeruzalem, er vandaag op dat woedende Palestijnse reacties op Nusseibehs uitspraken de Israëliërs sterken in hun overtuiging dat er geen kans is op verzoening. Nusseibeh is daar overigens ook uitgesproken pessimistisch over, tenzij het vredesproces op korte termijn een nieuwe impuls krijgt.

De tijd dringt omdat ontwikkelingen in de Palestijnse maatschappij ingaan tegen een twee-statenoplossing. Zowel het oude Palestijnse idee van een seculiere Palestijnse staat tussen de zee en de Jordaan als het jongere pleidooi voor een islamitische staat in hetzelfde gebied wint volgens Nusseibeh zo snel aan kracht dat er wellicht over twee jaar al niet meer te praten valt over de stichting van een Palestijnse staat naast Israël. De Amerikaanse regering zal maandag een nieuw vredesinitiatief onthullen.

    • Salomon Bouman