OPEC wil dat ook Rusland productie verder verlaagt

De organisatie voor olieproducerende landen (OPEC) zal de olieproductie op 1 januari met 1,5 miljoen vaten per dag verlagen, op voorwaarde dat ook producenten die geen lid zijn van het kartel, met name Rusland, minder olie oppompen. Dit heeft OPEC gisteren bekendgemaakt na een vergadering in Wenen.

Met de beslissing stevent OPEC af op een confrontatie met landen als Noorwegen en Rusland die vooralsnog weigeren hun olieproductie substantieel te verlagen.

Een productieverlaging moet de olieprijs weer omhoog krijgen. Het tegenovergestelde gebeurde echter gisteren omdat de financiële markten een directe verlaging had verwacht. De prijs van een vat Brent Noordzee-olie duikelde gisteren met bijna 10 procent naar 18,75 dollar, het laagste niveau in twee jaar. Vanmorgen daalde de prijs even tot onder de 18 dollar per vat.

OPEC wil dat de andere producenten de productie met 500.000 vaten per dag verlagen, maar of deze landen dit zullen doen is de vraag. OPEC-president Chakib Khelil zei dat het kartel toezeggingen heeft van niet-leden, waaronder Mexico en Oman, voor een verlaging van 200.000 tot 250.000 vaten. De twee grootste niet-OPEC producenten Noorwegen en Rusland echter hebben gezegd geen reden te zien om aan het kartel tegemoet te komen. Rusland verlaagde eerder deze week de productie met slechts 30.000 vaten, een minieme hoeveelheid gezien de totale dagelijkse productie van ongeveer 7 miljoen vaten. De invloedrijke Saoedische olieminister Ali al-Naimi noemde de Russische beperking teleurstellend. ,,Rusland is de sleutel tot prijsstabiliteit'', aldus al-Naimi. Rusland is 's werelds tweede olie-exporteur en heeft de productie het afgelopen jaar juist opgevoerd.

Na de OPEC-bijeenkomst in Wenen lieten diverse lidstaten weten bang te zijn voor een prijsoorlog als landen buiten het kartel niet mee willen doen met een productiebeperking. Zo'n oorlog leidde er eind jaren negentig toe dat de prijs rond de 10 dollar per vat schommelde. De prijs steeg pas weer toen OPEC en landen als Noorwegen en Mexico samen gingen werken en de productie verlaagden.

Sindsdien heeft de prijs over het algemeen geschommeld tussen de door OPEC gewenste bandbreedte van 22 en 28 dollar. Het werd gedurende dit jaar al moeilijker om deze bandbreedte vast te houden omdat de vraag afnam onder invloed van de afzwakkende wereldeconomie. Na de aanslagen in de VS daalde de olieprijs sterk door de verdere economische teruggang en de gekelderde vraag vanuit de luchtvaartsector. Om de dalende olieprijs het hoofd te bieden, verlaagde OPEC de productie dit jaar al drie keer. Na 11 september echter werd er, vooral vanuit Washington, zware politieke druk op het kartel uitgeoefend om dit niet nogmaals te doen.