Niet voor de dikken der aarde

`Falsch und feich ist was dort oben sich freut', zingen de Rheintöchter, wijzend naar het Walhalla waar de goden toeven die hun geroofde goud in bezit hebben genomen. De klaagzang doet het besef doorbreken dat we tevergeefs langs de Rijnoever in Königswinter, even ten zuiden van Bonn, naar het gastenverblijf van de bondsregering speuren. We moeten het hogerop zoeken. En ja, hoog in de verte staat op een van de toppen van het Siebengebirge een riant gebouw waarop de Duitse vlag wappert. Door het bos op de hellingen slingeren we naar boven.

Gästehaus Petersberg is een deftig hotel, dat door de mansarde-dakkappen de verschijning van een sprookjeskasteel heeft. Voor de ingang is een forse classistische luifel opgetrokken, gelijk een minitempel. Op het timpaan staat Sint Petrus afgebeeld, zodat het best voor de hemelpoort zou kunnen doorgaan.

Het Gästehaus is een van de slachtoffers van het vertrek van regering, parlement en in hun kielzog de buitenlandse vertegenwoordigingen naar Berlijn. Er verblijven nu minder staatsgasten, zodat de functie als regulier hotel een prominentere plaats moet krijgen. Het is een uitgelezen kans om antwoord te krijgen op de vraag, hoe slapen de groten der aarde?

De ontvangst is uiterst hoffelijk. Voor vierhonderd mark kunnen we er terecht. Geen geld vergeleken met wat Duitse toeristen in Scheveningen en Noordwijk uit de zak wordt geklopt voor een bruin en oranje gestoffeerde kamer zonder zeezicht in hotels met minder allure. Het parkeren op de Gelände brengt de receptioniste stilzwijgend niet in rekening. Kennelijk vindt ze het gênant nog eens tien mark te vragen voor het stallen van de auto op een vrijwel verlaten terrein.

De lift is traag, hij schrijdt op koninklijke wijze naar boven. Een loodzware deur geeft toegang tot onze kamer. Het is een kamer als een statige dame, gehuld in ivoorwit en zachtgroen. De jonge jaren zijn onmiskenbaar voorbij, maar ze is goed geconserveerd. De combinatie van antiek, witgelakt hout, glas en goudkleurig metaal moet ooit uiterst verantwoord eigentijds zijn geweest. De fraaie, antieke kast is van binnen met zijde gestoffeerd. Aan de muur hangen oude prenten en Die Heimat, een romantische boerenwoning in zondagsschilderstijl. Toch lijkt het me eerder een kamer voor tassendragers dan voor regeringsleiders. Die zullen overnachten in een van de suites die de namen van de bondsstaten dragen. Tenslotte tekende Konrad Adenauer hier in 1949 het Petersberger Abkommen, de eerste stap naar de soevereiniteit van de Bondsrepubliek.

We verkennen het logeerterroir van de groten der aarde. Ze hebben hier prettig de ruimte. De gangen zijn breed en royaal voorzien van schoenpoetsautomaten. Met glimmend gepoetste schoenen zullen ze zich aan de onderhandelingstafel in het vergadercentrum zetten. De blikvanger van het complex is een ronde koepelzaal met een prominente staalconstructie. Aan de muren wisselen moderne kunst en gobelins elkaar af. Een wandje bij de receptie is gereserveerd voor de foto's van de illustere gasten die hier ooit verbleven, als Chamberlain, Sirikit, Bhumibol, Haile Selassie, Mitterrand, Mandela, Kissinger, Hussein, Clinton, Brezjnev, Jeltsin, Gorbatsjov en koningin Margaretha. Voor hun ontspanning zijn er de Big Animal Bar, een fitnessruimte en een klein zwembad. In het water springen is uitdrukkelijk verboden, dus bommetje spelen is voor de regeringsleiders niet weggelegd.

Buiten zien we dat het terrein is afgezet met een fors hek. Een alarminstallatie, schijnwerpers, bewakingscamera's en wachthokjes moeten de veiligheid van de hoge gasten waarborgen. Het ziet er indrukwekkend uit, maar voor een beetje James Bond moet het een makkie zijn. Het terrein biedt verwachte en onverwachte faciliteiten als uitkijkpunten met mooie vergezichten, een kapel, een processie-altaar in de open lucht, een voorziening voor de voetwassing, een bistro en restaurant Rheinterrasse, waar het aangenaam verblijven is, getuige Entre Nous van 23 augustus 2001.

's Avonds, aan het eind van onze verkenningstocht, zijn de bedden al opengeslagen en ligt er een chocolaatje klaar. De condities voor een goede nachtrust zijn optimaal. De volgende ochtend merken we dat de badjas ruim en de douche wat krap is bemeten. Met moeite wurm ik me langs de douchedeur. Premier Kok zal er geen problemen mee hebben, maar het is niets voor de dikken der aarde.

Via een kruip-door-sluip-door route met drie liften bereiken we het restaurant. Daar staat een copieus ontbijt te wachten. Het is een van de mooiste en rijkst gesorteerde buffetten die ik ooit zag, met onder meer kazen, viennoiserie, een apart buffet met granen ook een paard uit de koninklijke stallen zou hier heel gelukkig zijn en een afdeling met negen soorten jam. Er is een keur aan vers fruit, blikfruit, opulente worsten, Bündnerfleisch, brood en koekjes. Nog aantrekkelijker is dat al dit heerlijks kan worden genoten op het terras, onder de begeleiding van kwinkelerende vogels. Zien we daar Drachenfels? In het noorden rijst in elk geval Bonn op, in het zuiden strekt zich het wijngebied Ahr uit en diep beneden ons stroomt de Rijn, waar de Rheintöchter spartelen. Vals en vuig, zongen ze. ,,Jullie zien het verkeerd'', roep ik ze toe, ,,de goden hebben het hier dik voor mekaar!''

    • Joep Habets