In aandelen kun je niet wonen

Het is herfst in de economie. De omvang krimpt, de lijst met ontslagrondes wordt langer en winstwaarschuwingen blijven komen. Nu de winter nadert, dringt de vraag zich op: wie heeft genoeg gespaard en adequate financiële buffers om ijzige tijden door te komen?

De drie gangmakers van de Nederlandse economie — particulieren, bedrijven en overheid — zijn hierin the good, the bad and the ugly. De overheid heeft meer schulden dan bezittingen en vorig jaar is het tekort toegenomen tot 115 miljard gulden, bleek bij de presentatie van de staatsbalans op de derde dinsdag van september. De kans op rappe verslechtering is echter beperkt, doordat het Europese stabiliteitspact het begrotingstekort en daarmee de uitgifte van extra staatsobligaties aan strikte normen koppelt.

Het bedrijfsleven legde in de jaren negentig steeds grotere vermogensbuffers aan door de stijgende winsten deels in eigen zak te houden. De afgelopen jaren is daar echter verandering in gekomen. Bedrijven leenden kapitalen bij banken en beleggers om buitenlandse bedrijven op te kopen.

Het Centraal Planbureau (CPB) gaf op Prinsjesdag een soort kredietwaarschuwing. De rentelasten op de schuld zullen de winsten en de vermogenspositie aantasten. Dit proces van vermogensaantasting krijgt meer vaart als grote concerns, in navolging van buitenlandse concurrenten, verse overnames afschrijven omdat de winstvooruitzichten van de nieuwkomers zijn verdampt.

Nee, dan de particulieren. De rijken zijn rijker geworden dankzij huizen- en aandelenbezit, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van afgelopen week. Maar 930.000 huishoudens hebben meer schulden dan bezittingen.

Een gemiddeld huishouden heeft nu een vermogen (bezittingen minus schuld) van 114.000 euro. De recente koersval op de beurs kostte geld, maar de oplopende woningprijzen compenseerden dat. Bij een prijsdaling op de huizenmarkt van 50 procent verdampt het vrije vermogen van de huishoudens, maar dan nog zijn de bezittingen even groot als de schulden. Zulke koersdalingen op de huizenmarkt voltrekken zich echter niet, zoals op de financiële markten, in dagen of weken maar eerder op een termijn van vele jaren.

De eigen woning is nu dé buffer in sombere tijden. Red de economie, bouw geen nieuwe woningen, zou je zeggen. En dat is wat de markt op dit moment ook doet. Paradoxaal genoeg is zulk goed nieuws voor de huizenprijzen echter slecht nieuws voor de economische bedrijvigheid.