Het wordt druk op de Noordzee

De Noordzee lijkt steeds meer op een drukke bouwplaats. Er zijn regels, maar het economisch belang weegt zwaar.

Op de Noordzee is het dringen geblazen. Dicht onder de Nederlandse kust is een van de drukst bevaren scheepvaartroutes ter wereld. Er zijn tientallen installaties om olie en gas op te pompen uit de zeebodem. Er liggen duizenden kilometers aan telefoon- en elektriciteitskabels en pijpleidingen. Er zijn ankerplaatsen voor schepen, zones waar bagger mag worden gestort, oefengebieden voor de luchtmacht, er wordt zand en grind gewonnen en boomkorvissers op zoek naar platvis ploegen regelmatig de zeebodem om.

Het wordt nog drukker op de Noordzee als plannenmakers hun zin krijgen een vliegveld in zee, woningbouw op kunstmatige eilanden, 400 meter hoge zendmasten voor de kust van Walcheren, een `proef' met een windmolenpark, acht kilometer uit de kust bij Egmond en mogelijk nog zo'n park, van zestig molens, iets zuidelijker en 25 kilometer van de kust verwijderd. En er komt, dat lijkt nu wel zeker, landaanwinning in de vorm van de Tweede Maasvlakte (duizend hectare) ten behoeve van de Rotterdamse haven.

De verleiding de zee vol te bouwen is groot. Zeker op lokaal niveau kan het aantrekkelijk zijn om te uit te wijken naar de kust of het water. Het kabinet wil echter voorkomen dat de overbevolking op het land wordt opgelost door de problemen over te hevelen naar de zee. Dat blijkt uit de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening die minister Pronk (Ruimtelijke Ordening en Milieu) begin dit jaar het licht liet zien. In de nota wordt het Nederlandse deel van de Noordzee (57.065 vierkante kilometer groot, ongeveer anderhalf keer het landoppervlak) voor het eerst beschouwd als een `landsdeel'. Daarmee loopt Nederland voorop: geen enkel Noordzeeland heeft dat tot nu toe gedaan.

Pronk's nota, waaraan tien ministeries hebben meegewerkt, staat vol goede intenties. De Noordzee moet als `open landschap' behouden blijven, de `bodemverstoring' moet worden teruggedrongen omdat de Noordzee onderdeel is van de `Ecologische hoofdstructuur'. Er zijn gebieden aangegeven waar de Habitat- en Vogelbeschermingsrichtlijnen van kracht zijn.

Hoe die nobele doelstellingen bereikt moeten worden maakt de Vijfde Nota echter nog lang niet duidelijk. ,,Een ruimtelijke visie ontbreekt, evenals het juridisch kader'', stelt de milieu-organisatie Stichting De Noordzee, die ijvert voor bescherming van het natuurlijk milieu van de Noordzee.

In de Vijfde Nota wordt wel een belangrijke keuze gemaakt. Omdat de Waddenzee, met zijn unieke natuur- en landschapswaarden, wordt gespaard moeten op de Noordzee mogelijkheden worden gevonden voor economische activiteiten. Die mogen in beginsel ook niet ten koste gaan van de natuur en landschap. Om dat te verwezenlijken zijn nieuwe wettelijke instrumenten nodig. Daartoe is bijvoorbeeld de Wet beheer rijkswaterstaatwerken vorig jaar uitgebreid tot de `exclusieve economische zone', het deel van het continentaal plat waar volgens internationale afspraak de Nederlandse wetgeving van kracht is. Ook zijn milieu-effect rapportages (MER) voor bouwactiviteiten op de Noordzee inmiddels verplicht gesteld.

Voorzichtigheid ten aanzien van de Noordzee heeft diverse redenen. De wateren voor de Nederlandse kust bieden niet alleen olie- en gasvoorraden en ruimte voor vele vormen van visserij, maar ze zijn ook een schatkamer voor aardkundig en archeologisch onderzoek.

De zoektocht naar de historie vormt inmiddels ook onderdeel van het beleid. Zo is met het oog op de aanleg van de Tweede Maasvlakte al een convenant gesloten tussen de gemeente Rotterdam en andere betrokken partijen, waarin is vastgelegd dat (scheeps)archeologisch onderzoek mogelijk moet zijn als tijdens de uitvoering van het project een interessante vondst van een wrak wordt gedaan.

De rol van de Nederlandse kust als bescherming van het achterland staat soms haaks op de rol van diezelfde kust als natuurgebied. De grootste bedreiging voor cultuurhistorische en natuurlijke waarden op de Noordzee wordt namelijk gevormd door de zandwinning op zee. Omdat ontgronding op het land – zoals in Limburg – op groeiend verzet stuit is het overheidsbeleid er sinds enige jaren op gericht meer zand uit zee te halen. Voor de sinds 1990 geldende `dynamische' versterking van de kust zijn jaarlijks tientallen miljoenen kubieke meters zand nodig.

Ook voor grote projecten, zoals bouwen in zee, is veel zand nodig. In een reactie op Pronks Vijfde Nota wees P. Jungerius, emiritus hoogleraar geomorfologie in Amsterdam, dit voorjaar in het blad Rooilijn op de problemen bij zandwinning voor de Tweede Maasvlakte. Daarvoor is 300 tot 400 miljoen kubieke meter nodig. Volgens de geldende regels mag op de Noordzee zand alleen worden gewonnen waar de zee minimaal 20 meter diep is en dan niet dieper dan twee meter in de bodem. Als men deze regel aanhoudt, zou de zandwinning voor de Tweede Maasvlakte het bodemleven op een oppervlakte van 150 tot 200 vierkante kilometer vernietigen. Bij ontgronden tot tien meter diep ontstaat een `gat' van dertig tot 40 vierkante kilometer. Conclusie van Jongerius: ,,De zandwinning is in toenemende mate een bedreiging voor de natuur- en cultuurwaarden van aardkunde en archeologie.''

De Stichting De Noordzee meent dat de `onbalans' tussen economische en milieubelangen enigszins hersteld kan worden door `voorkeursgebieden voor natuur in zee' aan te wijzen. Een `voorbeeldgebied' kan de Klaverbank zijn, een gebied 200 kilometer van Den Helder met een bijzondere biodiversiteit. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat wil daar grind laten winnen, wat Stichting De Noordzee fel afwijst. Staatssecretaris De Vries heeft bevestigd dat de kans groot is dat ontgronding wordt toegestaan in afwijking van het geldende delfstoffenbeleid.

Dit voorbeeld van beleid in de praktijk stemt de stichting kritisch. In de Vijfde Nota van Pronk is veel geschreven over allerlei economische stimuleringsprogramma's op zee en weinig over natuurbescherming, vindt Stichting De Noordzee. Behalve op zand- en grindwinning wijzen de Noordzeebeschermers op plannen voor de bouw van windturbineparken, het bevorderen van `short sea shipping' en het beleid om `kleine velden' olie en gas te ontwikkelen om de gasvoorraad van Slochteren te sparen. ,,Een kwaliteitsimpuls voor de bescherming van de karakteristieke Noordzee-natuur ontbreekt.''

De recente toestemming van het kabinet voor een energiepark met 109 windmolens bij de Afsluitdijk is voor de milieu-organisaties hèt bewijs dat de Nederlandse overheid zich niet houdt aan de eigen regels. Het nieuwe energiepark komt in het IJsselmeer, maar ook voor een deel in de Waddenzee. Anders dan voor de Noordzee zijn voor de Waddenzee zowel nationaal als internationaal al verstrekkende richtlijnen vastgesteld en afspraken gemaakt. Als het windmolenpark toch mag verrijzen in de Waddenzee (de milieu-organisaties hebben al jarenlange procedures aangekondigd), dan belooft dat voor de Noordzee niet veel goeds.