een adembenemende wespentaille

Het korset is altijd gezien als martelinstrument, veroorzaker van ziekte en vrouwenonderdrukker, maar ook als erotisch object en redder in uiterlijke nood. En korsetten bestaan tot op de dag van vandaag: de baleinen zijn inmiddels vervangen door spieren.

Modern dilemma uit de film Bridget Jones's Diary. Voorafgaand aan een feestje, waar Bridget er verleidelijk uit moet zien in haar strakke zwarte jurkje, bekijkt ze haar ondergoed. Wil ze dat strakke zwarte jurkje perfect verleidelijk om haar lichaam laten spannen, dan zal ze moeten kiezen voor een onappetijtelijke, grote, corrigerende onderbroek. Maar als ze er daardoor zo verleidelijk uitziet dat ze daarna door de man van haar dromen zal worden uitgepeld, dan zou die onderbroek eigenlijk als bij toverslag plaats moeten maken voor een sexy, miniscule panter-string.

Had Bridget in de 19de eeuw geleefd, dan was haar `verstandige' ondergoed ook nog wel opwindend geweest. Het korset (en is die corrigerende onderbroek niet een hedendaags equivalent van het korset?) leverde in elk geval niet dat dilemma op. Je was pas `netjes' gekleed als je een korset droeg, maar het zorgde tegelijk dat je seksueel aantrekkelijk was. Andere dilemma's waren er natuurlijk wel: moest het wit of gekleurd? Strak of losjes?

Het korset is waarschijnlijk het meest controversiële kledingstuk in de modegeschiedenis; het is gezien als martelinstrument, oorzaak van ziekte en dood, en vrouwenonderdrukker. Maar je kunt ook op een andere manier tegen het korset aankijken dan in termen van onderdrukking, zegt Valerie Steele, directeur van het museum van het Fashion Institute of Technology aan de State University in New York. Haar onlangs verschenen, weelderig geïllustreerde, boek The Corset; a Cultural History is het resultaat van een genuanceerd onderzoek naar de fysieke, sociale en culturele geschiedenis van het korset. Steele benadrukt daarin dat er geen sprake is van één verschijnsel, maar van verschillende betekenissen op verschillende plaatsen in verschillende tijden. Het omstreden kledingstuk is niet alleen een `aanval op het lichaam', maar heeft ook andere connotaties: sociale status, zelfdiscipline, artisticiteit, respectabiliteit, schoonheid, jeugd en erotiek.

In rap tempo wordt in dit boek het ene na het andere fabeltje over korsetten ontmythologiseerd. Erotische eigenschappen kreeg het korset bijvoorbeeld pas in de 19de eeuw, en dan nog werden bepaalde soorten erotisch gevonden en andere niet. Het hing altijd samen met de vrouw in het korset: haar sociale klasse, haar leeftijd, haar figuur. De beroemde scène uit Gone with the Wind waarin Scarlett O'Hara in haar korset wordt geregen en ze haar kamermeisje aanspoort om de veters nóg strakker te trekken, berust ook op een misverstand. Steele's onderzoek wijst uit dat ze nou ook weer niet zó strak zaten. Verhalen over het overdreven strak insnoeren van de taille onthult ze als een fabeltje, ontstaan doordat historici seksuele fantasieën uit 19de-eeuwse fetisjistische pornografie als een serieuze historische bron voor de modegeschiedenis hebben opgevat. Het idee van de letterlijk adembenemende wespentaille moeten we dus inmiddels maar eens herzien.

Het korset heeft bovendien de schuld gekregen van tientallen ziektes, van kanker tot ribbenvervorming en zelfs melancholie en lelijke kinderen. Maar hoe gevaarlijk waren ze nou echt? Met de huidige medische kennis kun je constateren dat het wel moet hebben meegevallen. Wat klein ongemak, iets minder bewegingsvrijheid, en inderdaad het gevaar van miskramen bij zwangerschap, dat is het wel zo'n beetje. `Medische feiten' over het chirurgisch verwijderen van de zwevende rib, hardnekkig tot in deze tijd (zou zangeres/actrice Cher dat niet ook hebben laten doen?), worden rigoureus naar het rijk der fabelen verwezen.

De eerste echte korsetten dateren uit de eerste helft van de 16de eeuw, toen aristocratische vrouwen in Spanje en Italië lijfjes met baleinen gingen dragen. Een gedisciplineerde zelfpresentatie was belangrijk voor leden van de elite, en controle over het lichaam werd verworven door een scala aan sociale oefeningen, van dansen tot kleding. Men leerde hoe correct te staan, bewegen, een waaier of een zwaard te hanteren. Het aristocratische lichaam was een trots, imposant, theatraal kunstwerk. Dat van de lagere klassen was gekromd door het harde leven. Losse kleren wezen bovendien op losse zeden.

Pas in de tweede helft van de 18de eeuw begonnen ook arbeidersvrouwen zich in te snoeren, zeker in Parijs, waar de dienstmeisjes trendsetters waren omdat ze de manieren van hun bazen imiteerden. In die tijd kwam ook de eerste zwakke kritiek op het korset. De discussie was deel van de grotere polemiek over natuur en cultuur, en later, onder invloed van de Franse Revolutie, het algemene idee van `vrijheid' en het verwerpen van aristocratische vormen. Maar aan het eind van de napoleontische oorlogen in 1814 en 1815 was de lossere `empirestijl' alweer uit de gratie. De taille zakte, de rokken werden wijder en versterkte korsetten doken weer op, strakker dan ooit door nieuwe materialen. Het korset triomfeerde, niet omdat victoriaanse vrouwen meer onderdrukt of masochistisch waren dan hun voorgangsters, maar omdat de industriële revolutie en de democratisering van mode meer vrouwen toegang gaf tot het korset. Schoonheid was nu de plicht (of het recht) van elke vrouw. In 1861 werden er in Parijs 1,2 miljoen korsetten verkocht.

Maar er kwam wel meer tegenstand. In de tweede helft van de 19de eeuw werd het schoonheidsideaal vaker aan de kaak gesteld, en ook het vermeend `gezonde' van een korset. De hardcore tegenstanders waren vaak dokters en feministen. Maar bekende feministen waren soms niet tegen het korset en sommige gerenommeerde dokters ook niet. Lydia Becker, hoofdredactrice van Woman's Suffrage Journal, maande vrouwen publiekelijk om hun korset aan te houden.

Je zou zeggen dat het korset in de 20ste eeuw niet zoveel toekomst meer had, maar vergeet het maar. Aan het begin van de eeuw begon inderdaad de houding ten opzichte van het korset te veranderen: het was chiquer om te zeggen dat je het `niet nodig had', het werd een orthopedisch ding voor oudere en/of dikke dames. Er werd steeds meer gesproken over een `moderne' vorm van schoonheid, die van de vrouw wier mooie figuur werd gevormd door sporten. Uiteindelijk zou de vervanging van de ronde Venus door de atletische Diana het korset overbodig maken, was het idee van de voorstanders van reform-mode. Maar ondanks een grotere nadruk op eetgewoonten en lichamelijke oefening, en ondanks de ontwikkeling van flexibeler materiaal, was korsetachtig ondergoed heel gewoon tot ver in de jaren '60.

Oefeningen en sport werden in het begin van de 20ste eeuw steeds populairder, en verschillende aspecten van losse reform-mode drongen door tot de Franse couture-huizen. Het ideale vrouwenfiguur werd langzaamaan rechter, met minder boezem, minder heupen, meer taille en een lange, slanke soepelheid. De nieuwe schoonheid had een jeugdig silhouet. Maar de opkomst van deze nieuwe mode leidde niet tot de verdwijning van het korset alleen de vorm veranderde. Het nieuwe, `korsetloze' figuur moest bijvoorbeeld smalle heupen hebben en dus kwamen er heupverminderaars en dij-oplossers. Onder al die bevrijde kleding werd dus toch wel een vorm van korset gedragen; soms een deelvorm, zoals een strakke gordel om heupen en taille. Net als kappers zich aanpasten aan de korte boblijn, deden korsettenmakers dat aan het nieuwe ideale figuur van vrouwen. Zo verscheen in 1935 de gordel voor onder een pantalon.

Sleutelwoord werd `controle'. Op het meest letterlijke niveau: controle over lillend vlees. Op een abstracter vlak: controle over lichaam, seksualiteit en lust. De New Look van Dior in 1947, met wespentaille, hoge boezem en brede heupen, moest gedragen worden over `waistpinchers'. In de jaren '50 droeg elke vrouw wel een gordel of corselet. Toen in 1960 Lycra in productie kwam, veroverde die elastische vezel meteen de ondergoedmarkt. Maar nog steeds was het niet de bedoeling dat je vrouwenvlees zag bewegen. Met de opkomst van de internationale jeugdcultuur kwam alleen maar meer nadruk te liggen op een jong, rank figuur, dat bovendien steeds zichtbaarder werd afgetekend in lichte, losse kleding. Zachtheid en vloeiendheid werden de sleutelwoorden in korsettenreclames: je kon een korset dragen dat je zelfs onder een dun jurkje niet zag. Rudi Gernreich ontwierp de No-bra bra en de All-in-none, maar `no bra' en `none' waren geen optie.

Pas eind jaren '60, begin jaren '70 lijdt de controle-ondergoed-handel een nederlaag. Door het feminisme en hippiedom, zegt Steele, omdat `mode' een vies woord was en `natuurlijkheid' vooropstond. Maar dat betekende niet dat het vrouwenvlees bevrijd werd. Korsetten werden vervangen door diëten, en eind jaren '70 door aerobics. In de jaren '80 was iedereen bezig met `fitness', in de jaren '90 kreeg iedereen z'n eigen hometrainer en plastische chirurgie werd gepopulariseerd. Als alles faalt, is er altijd liposuctie.

Over het algemeen wordt gedacht dat de modes van het verleden het lichaam inperkten en vervormden, terwijl in de 20ste eeuw het lichaam `vrij' en `natuurlijk' was. Het stijve korset wordt altijd vergeleken met de `vrije', losse mode van nu. Het korset lijkt een aanval op het lichaam, aldus Steele, terwijl bijvoorbeeld de sportbeha een meer functioneel en comfortabel kledingstuk is. Maar beha's zijn niet 'natuurlijk', anders zouden ze vrouwen wel aan het lijf groeien. De meeste mensen zouden vandaag de dag zeggen dat ze blij zijn dat vrouwen geen korset meer hoeven dragen. Maar in zekere zin is het korset alleen maar geïnternaliseerd. Het harde, gespierde lichaam heeft het harde korset met baleinen vervangen.

Het korset als kledingstuk is inmiddels teruggedrongen naar een fetisjistische context. In de punk en gothic scene werden en worden ze gedragen als symbool van rebellie en seksuele perversie. Geadopteerd door ontwerpers als Vivienne Westwood (zelf punk in de jaren '70), begon het korset een tweede leven in de mode. Op het moment dat vrouwen niet meer het gevoel hadden dat ze een korset moesten dragen dat het zelfs niet gewenst was kozen sommige vrouwen bewust om ze te dragen. Maar nu openlijk, als modieuze kleding. Terwijl het korset lange tijd vervloekt was als instrument van vrouwenonderdrukking, werd het ineens een symbool van feministische macht. Madonna populariseerde het korset, geholpen door Jean Paul Gaultier, die de korsetten maakte die haar imago benadrukten: machtig, in control, seksueel, ironisch. Het korset in zijn ouderwetse vorm is tot een leuk postmodernistisch speeltje geworden.

De Bridget Jones-en van nu fitnessen en lijnen zich intussen, in navolging van Madonna, een ongeluk voor een mooi `spierenkorset' en persen zich met dezelfde pijn en moeite in een strak jurkje als de vrouwen vroeger in een crinoline. En soms is een grote corrigerende onderbroek dan misschien zo gek nog niet.

Valerie Steele: The Corset - A Cultural History

Yale University Press, ISBN 0-300-09071-4, Imp. Academic Book Promotions, Bovenkarspel, prijs ± ƒ120.

    • Juliette Berkhout