De ronde van Doha

Doorbraken zijn zeldzaam in de internationale handelsdiplomatie. Maar in Doha, de hoofdstad van de Golf-staat Qatar, is een akkoord bereikt over het begin van een nieuwe wereldwijde ronde van handelsliberalisatie. Het doel is om de invoerrechten op goederen te verlagen, markten te openen voor diensten, subsidies op landbouwproducten te verminderen, buitenlandse investeringen te bevorderen en het gebruik van antidumpingsclausules te beperken. Meer handel en meer investeringen komen de welvaart in de wereld ten goede. Voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarbij na de toetreding van China en Taiwan 142 landen zijn aangesloten, is dit een welkome rehabilitatie na de ministersconferentie in Seattle (december 1999), die door ruzie in de conferentiezaal en demonstraties op straat eindigde in een complete mislukking. De WTO hoopt de `Doha-ronde' op 1 januari 2005 af te sluiten.

De globalisering zet zich met het akkoord dat in Doha is bereikt, weer in beweging. Dat is een heugelijk signaal voor de wereldeconomie na de ontreddering in de nasleep van de aanslagen op 11 september. Het begin van de nieuwe handelsronde kwam moeizaam tot stand, maar dat is gebruikelijk in handelsoverleg. Het had, zoals een waarnemer opmerkte, veel weg van een kinderpartijtje, waarbij alle kinderen met een cadeautje naar huis gestuurd wensten te worden of anders dreigden het feestje te verzieken voor de overigen.

Toch zijn er opmerkelijke doorbraken bereikt, waarbij vooral de ontwikkelingslanden hebben geprofiteerd en de Verenigde Staten zich beter hebben geprofileerd dan de Europese Unie. De Amerikanen waren bereid de WTO-regels voor octrooirechten van farmaceutische industrieën te versoepelen ten gunste van ontwikkelingslanden die zelf goedkope geneesmiddelen tegen aids en tropische ziektes produceren. Maar de VS bleven zich verzetten tegen liberalisering van de handel in textiel en kleding, uit vrees voor banenverlies en verzet van de Amerikaanse vakbonden. Wegens de machtspositie van de boeren verzette Frankrijk zich als enige tegen afspraken om de exportsubsidies op landbouwproducten geleidelijk te elimineren. Zo bleef voortgang bij twee belangrijke onderwerpen voor de ontwikkelingslanden textiel en landbouwproducten steken in diplomatieke ruzies over de formulering in het slotdocument en kwam er pas overeenstemming nadat afzwakkende bewoordingen waren toegevoegd. India, een land dat zich traditioneel opwerpt als vertolker van de belangen van de ontwikkelingslanden en sceptisch staat tegenover handelsliberalisatie, stond op het laatste moment alleen in zijn verzet. De dag vertraging waarmee de nieuwe handelsronde werd gelanceerd, kon er nog wel bij.

Het signaal van de WTO-conferentie is dat de overgrote meerderheid van de landen de wenselijkheid van verdere handelsliberalisatie onderschrijft en dat tot nu toe gemeden onderwerpen landbouw, milieu, sociale aspecten, investeringsbescherming, octrooirechten in de Doha-ronde zullen worden meegenomen. De kritiek van de antiglobaliseerders is eigenlijk unaniem terzijde geschoven. Er zullen nog lange en moeizame onderhandelingen volgen, maar de wereldeconomie weet zich gesterkt door het vooruitzicht van verdergaande integratie.