Bouw op glad ijs

Een opmerkelijke samenloop van omstandigheden zorgde gisteren in de Tweede Kamer voor een stijging van de temperatuur. Deze was toch al verhit door onthullingen van het tv-programma Zembla over een mogelijk grootscheepse aannemingsfraude in de bouw. Een drietal bewindslieden was naar de Kamer geroepen om uitleg te geven over de daadkracht die de autoriteiten al dan niet aan de dag hebben gelegd. Als klap op de vuurpijl werd bekend dat het openbaar ministerie een schikking heeft getroffen met drie bedrijven wegens geknoei met de Schipholtunnel.

Kamerleden eisen een proces, ook al heeft volgens minister Korthals (Justitie) het OM het maximale bedrag uit de deal gehaald. Daar zou de bewindsman wel eens gelijk in kunnen hebben, maar de verontwaardigde Kamerleden hebben toch een punt. Een openbare berechting heeft een zelfstandige betekenis door het verschaffen van duidelijkheid die bij een transactie achter gesloten deuren onmogelijk is. Korthals erkende vorig jaar dat soms zeer hoge schikkingen worden getroffen in zaken die beter door de rechter hadden kunnen worden beoordeeld. Hij zou daar naar kijken, maar begin dit jaar concludeerde de bewindsman dat er geen gevaar voor klassenjustitie is. De Schipholtunnelzaak laat zien dat ook zonder direct dit grote woord te gebruiken transacties wel degelijk misplaatst kunnen zijn.

Wat de bredere vermoedens van bouwfraude betreft bevindt de Kamer zich op glad ijs. Er wordt veel ophef gemaakt over getreuzel bij Justitie, maar in augustus was al bekend dat het OM geen overeenstemming had kunnen bereiken met een `klokkenluider' uit de bouw over afgifte van zijn schaduwboekhouding. De vraagprijs was drie ton en het OM wilde niet meer dan een halve bieden. Historisch gezien zijn tipgelden van een ton en zelfs 275.000 gulden uitgekeerd, dus de vraag is op zijn plaats waarom het OM zo onverzettelijk was. Maar misschien was het gewoon een uitgekiende tactiek. De schaduwboekhouding is uiteindelijk om niet overgedragen. Dit resultaat komt de zaak ten goede want `gekocht bewijs' heeft ook zo zijn bezwaren.

Hoe sterk die zaak is, moet intussen nog blijken. Ernstig zijn de vermoedens zeker, maar de strafrechtelijke bewijsvoering van ondernemingscriminaliteit is geen zacht eitje. Nog niet zolang geleden liep een justitieel onderzoek naar kunstmatig hoge benzineprijzen op niets uit. De Kamer heeft volstrekt gelijk de bewindslieden aan te spreken op de bouwaffaire. De grote trekkers van het debat, Van Gijzel (PvdA) en Leers (CDA), hebben zich overigens wel in een gevoelige positie gemanoeuvreerd door geruime tijd achter de schermen als een soort intermediair op te treden. Dit neemt de noodzaak niet weg werk te maken van deze affaire. Maar graag met de nodige nuchterheid.