Bedreiging

Kans of bedreiging? Zuidoost-Azië is verdeeld over de toetreding van China tot de WTO. De ene groep economen zegt dat de tien Zuidoost-Aziatische landen uit de Asean (inclusief Indonesië) simpelweg zullen worden opgeslokt door 1,3 miljard Chinezen. Die zijn immers grosso modo in staat tot het produceren van dezelfde producten en eenzelfde kwaliteit, als de half miljard mensen in Zuidoost-Azië voortbrengen, maar voor een aanzienlijk lagere prijs. Bovendien heeft het ene China een voor buitenlandse investeerders aantrekkelijker thuismarkt dan tien verschillende Asean-landen bij elkaar. Geen wonder, zeggen de pessimisten dan ook, dat buitenlandse investeringen zich de afgelopen jaren op bijna dramatische wijze hebben verplaatst van Zuidoost-Azië naar China.

De meer positief gestemde groep economen wijst liever op de kansen die een tot WTO-regels gecommitteerd China de regio biedt. Dat biedt gelijke kansen. En waarom zouden bedrijven uit Zuidoost-Azië niet net zo goed in China kunnen investeren als andersom? Zeker nu China en Asean sinds deze maand van plan zijn de grootste vrijhandelszone ter wereld op te gaan zetten. Wat geproduceerd zal worden in China en wat in de Asean-landen gemaakt wordt, kan volgens de optimisten complementair zijn in plaats van concurrerend. Ze menen dat het welvaartspeil in China binnen drie à vijf jaar explosief zal toenemen waardoor de Volksrepubliek voor Zuidoost-Azië veel meer een formidabele afzetmarkt zal zijn, dan het land van 1,3 miljard goedkope arbeidskrachten.

Vooralsnog zijn Japan, Amerika en de Europese Unie belangrijkere handelspartners voor China dan Asean. Maar de onderlinge handel groeit sterk. Als die trend doorzet, krijgen de positieve economen gelijk en vormt China voor Zuidoost-Azië een kans in plaats van een bedreiging op de korte termijn.