Afghanistan heeft internationale vredesmacht nodig

In Afghanistan moet nu een sterke veiligheidsmacht worden gestationeerd, zoals dat eerder op Oost-Timor het geval was. Het moet een multinationaal leger worden met soldaten die vooral uit islamitische landen komen en met een leidende rol voor Turkije. De VS moeten zich beperken tot het vinden en elimineren van Bin Laden en zijn aanhang, meent Richard Holbrooke.

Nu de Talibaan zijn verdreven uit Kabul is het van het grootste belang te voorkomen dat het land terugvalt in de anarchie die daar in 1989 ontstond na het vertrek van de Sovjettroepen. Toen keerde het westen dit door oorlog verscheurde land de rug toe en vulden de Talibaan en Osama bin Laden het ontstane vacuüm op.

Het eerste dat moet gebeuren is de uitschakeling van Bin Laden en zijn oppercommando, alsmede de ontmanteling van het leger van de Talibaan. De nog steeds aanwezige Al-Qaeda vormt niet alleen een rechtstreeks en onmiddellijk gevaar voor de binnenlandse veiligheid van Amerika, maar zorgt er ook voor dat delen van Afghanistan een vrijplaats blijven voor terroristen. Dat is onaanvaardbaar en daarom moet op Bin Laden en de Talibaan op alle mogelijke manieren jacht worden gemaakt.

Ik heb er alle vertrouwen in dat dit zal lukken en dat dankzij een combinatie van luchtmacht, verbeterde spionage en gerichte commando-overvallen de vijand na verloop van tijd zal worden gevonden en geëlimineerd, waarschijnlijk zonder dat reguliere Amerikaanse gevechtseenheden hoeven te worden ingezet.

Vervolgens moet nu al worden begonnen met de vorming van een nieuwe regering voor Afghanistan, ook al duren de gevechten nog voort. Voor de Amerikaanse vitale nationale belangen doet het er niet toe hoe de balans tussen de verschillende facties en etnische groeperingen in Afghanistan wordt bereikt, als die balans maar vrede brengt. Veel zal afhangen van het optreden van de speciale VN-gezant voor Afghanistan, Lakhdar Brahimi. Hij moet er zeker van kunnen zijn dat zijn aanbevelingen worden gesteund – dat wil zeggen, aan Kabul zullen worden opgelegd – door alle betrokken mogendheden, waaronder de zeven buurlanden van Afghanistan, de Verenigde Staten, Rusland en India. Brahimi moet een volledig mandaat krijgen van de Veiligheidsraad, en vervolgens een `tijdelijke' of `voorlopige' regeringsautoriteit samenstellen. Met een dergelijk mandaat van de Veiligheidsraad hebben twee VN-gezanten niet lang geleden in enigszins vergelijkbare omstandigheden succes gehad: Bernard Kouchner in Kosovo en Sergio Viera de Mello in Oost-Timor. Zij bouwden onder moeilijke omstandigheden een weliswaar kwetsbaar, maar toch levensvatbaar politiek apparaat op.

Ten derde moeten de Verenigde Naties behalve humanitaire hulp ook een behoorlijk aantal internationale functionarissen naar Kabul sturen zodra de veiligheid gegarandeerd is. Zij moeten een overheidsapparaat opbouwen. Ruw geschat is voor die operatie ongeveer drieduizend man burgerpersoneel van de VN nodig zijn. Het zal zeker twee tot vier jaar duren voordat langzamerhand plaats kan worden gemaakt voor een overheid van plaatselijke ambtenaren. Voor deze operatie zijn internationale ambtenaren nodig, maar vergeleken met de kosten van de militaire acties, laat staan de kosten van een nieuw machtsvacuüm in Afghanistan, is deze operatie de moeite waard.

Tot slot is het van het allergrootste belang dat in Afghanistan een veiligheidsmacht wordt gestationeerd die erop toeziet dat het nieuwe politieke gezag en het overheidsapparaat naar behoren kunnen functioneren. Binnen de VN en in Washington gaan stemmen op die zeggen dat een dergelijke veiligheidsmachtmacht uit Afghanen zou kunnen worden samengesteld. Maar dat lijkt me een illusie: de Afghanen hebben te lang onderling gevochten om nu een geïntegreerde veiligheidsmacht te kunnen vormen. De enige reële mogelijkheden zijn een VN-vredesmacht of een internationaal leger dat degoedkeuring heeft van de Veiligheidsraad, maar los van de Verenigde Naties opereert.

Voor hen die de VN-taal niet beheersen is dit onderscheid wellicht verwarrend, maar het is wel essentieel. Het kost te veel tijd om een VN-vredesmacht samen te stellen. Bovendien is de bevelsstructuur binnen een dergelijke vredesmacht altijd zwak en te zeer bepaald door politieke overwegingen. Dat gold voor de vredesmachten van de jaren negentig in Rwanda, Somalië en Bosnië. Zij waren een mislukking en maakten bijna de hele VN tot een echec.

Een internationaal leger wordt daarentegen gelegitimeerd door de Veiligheidsraad, maar opereert zelfstandig. Dat was het geval in Oost-Timor, waar de Australiërs in 1999, binnen vier dagen nadat de desbetreffende VN-resolutie was aangenomen, troepen konden inzetten. Later zei VN-secretaris-generaal Kofi Annan dat het minstens vier maanden zou hebben gekost om een VN-leger op de been te brengen.

Een multinationaal leger dus, maar wie moet de rol spelen die Australië in Oost-Timor op zich nam? Het zou het beste zijn als Turkije dat deed, het enige islamitische NAVO-lid dat over een sterk en goed geleid leger beschikt. Daarna zouden andere voornamelijk, maar niet uitsluitend, islamitische landen kunnen komen. Bangladesh heeft aangegeven bereid te zijn mee te doen. Andere belangrijke islamitische landen zijn Marokko en Jordanië.

Het dient geen enkel belang wanneer Amerika meer levert dan een beperkte hoeveelheid hulptroepen voor logistiek en communicatie. Immers, Amerikaanse troepen op vaste locaties in Afghanistan zouden precies het soort doelwit vormen waar de volgende generatie zelfmoordterroristen op zit te wachten. De Amerikaanse rol moet beperkt blijven tot het vinden en elimineren van Bin Laden en zijn aanhang.

De VS zullen bereid moeten zijn een flink deel van de kosten voor een multinationaal leger te dragen. Daarmee zal veel geld gemoeid zijn maar het is uiteindelijk in Amerika's belang.

Nu het eerste doel van de Verenigde Staten en hun bondgenoten is bereikt, moeten we de gevolgen en de kosten van dit succes dragen en we moeten doorzetten opdat het succes niet weer verloren gaat.

Richard Holbrooke is oud-ambassadeur bij de Verenigde Naties.

© LAT-WP Newsservice

    • Richard Holbrooke