Vrijmoedig en kleurrijk schaker

Maandagochtend werd de Engelse schaakgrootmeester Tony Miles dood aangetroffen. Hij was gestorven in zijn slaap, pas 46 jaar oud, waarschijnlijk door de ernstige vorm van diabetes waaraan hij leed.

Hij woonde weer in Birmingham, zijn geboortestad, kennelijk verzoend met Engeland en het Engelse schaakleven. Hij had in de Verenigde Staten gewoond, in Australië, Andorra en Duitsland. De ene keer was het om een huwelijk, soms wegens de belastingen, maar zijn ongedurigheid had ook te maken met de vele conflicten die hij had met Engelse collega's en schaakorganisatoren.

Miles was vrijmoedig, geestig en hij had een scherpe tong. Het maakte hem een van de populairste en kleurrijkste figuren in de schaakwereld, maar het zorgde ook voor veel ruzies.

Ongeveer tien jaar lang, tussen 1975 en 1985, hoorde Miles bij de besten van de wereld en zijn voorbeeld was een belangrijke oorzaak van de geweldige bloei die het Engelse schaak in die tijd kende en Engeland korte tijd het tweede schaakland van de wereld maakte, achter de Sovjet-Unie.

In 1974 was hij jeugdwereldkampioen geworden, met anderhalve punt voorsprong op de concurrenten. Hij gaf zijn studie wiskunde op om beroepsschaker te worden, wat in die tijd in Engeland als een zeer onberaden stap werd gezien, en werd een jaar later beloond door zijn universiteit van Sheffield met een eretitel als Master of Science voor zijn verdiensten als schaker.

De Engelse bankier Jim Slater, die eerder de match Spasski-Fischer had gered met een financiële bijdrage, had 5.000 pond uitgeloofd voor de eerste Britse grootmeester. Miles won die prijs in 1976, na een spannende race met Raymond Keene.

De grote successen kwamen snel. In Nederland won Miles in 1976 het Amsterdamse IBM-toernooi samen met Kortchnoi, en een jaar later in zijn eentje. In Tilburg, waar in die tijd ieder jaar het sterkste toernooi ter wereld werd gespeeld, werd hij in 1977 tweede achter Karpov.

Die toernooien in Tilburg zou hij later twee keer winnen, het meest spectaculair in 1985, toen hij zijn partijen op een ziekenhuisbed speelde. Zijn tegenstanders konden er slecht aan wennen een liggende Miles tegenover zich aan het bord te zien en protesteerden vergeefs.

Hoewel hij er sterk genoeg voor was, plaatste Miles zich nooit onder de wereldkampioenskandidaten. Zelf zei hij dat hij lui was en in zekere zin was dat misschien ook zo. Hij was altijd een rijke bron van originele ideeën, maar voor de studie van wat anderen hadden gedaan had hij weinig geduld.

Aan het eind van de jaren tachtig had Miles een zware terugval. Hij was in de war. Hij werd aangetroffen in Downing Street voor de ambtswoning van premier Thatcher, schreeuwend dat Raymond Keene hem wilde vermoorden, en later trad hij een keer op een toernooi in Andorra naakt aan.

In de jaren negentig ging het weer beter. Hij won weer toernooien, al waren ze niet zo sterk als vroeger, en hij bleef de meest onvermoeibaar rondreizende schaker ter wereld. Zijn laatste toernooi was het Brits kampioenschap van dit jaar, waaruit hij zich op het laatst wegens ziekte moest terugtrekken.

Niet alleen als schaker, maar ook als journalist was Miles, geestig en nooit een blad voor de mond nemend, heel populair geworden. Hij zal gemist worden in de schaakwereld.