Veroordeling drie Bosnische Serviërs

Het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië heeft gisteren drie Bosnische Serviërs veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid, gepleegd in het Bosnische gevangenenkamp waar ze in 1992 werkten.

De belangrijkste beklaagde, Duško Šikirica, indertijd commandant van het kamp Keraterm, kreeg vijftien jaar gevangenisstraf; zijn voormalige ondergeschikten Damir Došen en Dragan Kolundzija, die ploegen bewakers van het kamp leidden, kregen respectievelijk vijf en drie jaar.

De drie hadden zich schuldig verklaard aan één concrete misdaad tegen de menselijkheid. In ruil hadden de openbare aanklagers de beschuldiging van genocide tegen Šikirica en Došen laten vallen.

Het kamp Keraterm, gevestigd in een voormalige keramiekfabriek nabij Prijedor in het noordwesten van Bosnië, was een van de meest sinistere kampen ten tijde van de Bosnische oorlog. In Keraterm en de twee andere kampen bij Prijedor werden in totaal zesduizend moslims en Bosnische Kroaten onder mensonwaardige omstandigheden gevangen gehouden. Ze werden er gemarteld, vernederd, uitgehongerd en in veel gevallen vermoord.

Šikirica kreeg de zwaarste straf omdat hij zich – anders dan Došen en Kolundzija – nooit heeft ingespannen om gevangenen tegen de wreedheid van hun sadistische bewakers te beschermen of om hun leefomstandigheden te verbeteren en omdat hij als commandant een grotere verantwoordelijkheid droeg. Tegen het vonnis is geen beroep mogelijk: bij hun afspraak over de schuldigverklaring in ruil voor het schrappen van de aanklacht wegens genocide is afgesproken dat beide partijen van hoger beroep afzien.