Toetreding is `geen droom maar uitdaging'

De Europese Commissie is hoopvol gestemd over de kansen op uitbreiding van de Europese Unie in 2004 met tien landen. Maar twee heikele thema's – landbouw en regionale steun – moeten nog aan de orde komen.

De Europese Unie maakt zich op voor de moeilijkste fase van de onderhandelingen van de grootste uitbreiding uit haar geschiedenis. De Europese Commissie wil het liefst eind volgend jaar verdragen over toetreding afsluiten met tien kandidaat-lidstaten. Voor het zover is moeten er echter nog grote struikelblokken verwijderd worden.

De Commissie is als motor bij de onderhandelingen per definitie optimistisch. Europees commissaris Günter Verheugen (Uitbreiding) zei gisteren bij de presentatie van de jaarlijkse rapportage over de kandidaat-lidstaten in het Europees Parlement dat er nog veel moet gebeuren om te zorgen dat de EU in 2004 nieuwe leden kan opnemen. ,,Maar het is geen utopistische droom, het is een realistische en uitvoerbare uitdaging'', aldus Verheugen over het streven om op vreedzame wijze en langs democratische weg een eind te maken aan de deling van Europa.

Als onderhandelingen met een kandidaat eind volgend jaar tot een verdrag over toetreding leiden, duurt het nog ongeveer twee jaar eer het betreffende land werkelijk EU-lid is. Die tijd is nodig voor de ratificatie van het toetredingsverdrag door alle parlementen van de huidige EU-lidstaten.

Moeilijkheden liggen zowel bij de EU als bij de kandidaten. Om te kunnen toetreden moeten de kandidaten de hele EU-wetgeving overnemen en uitvoeren. Pas dan kan een land voldoen aan de toetredingsvoorwaarden: het garanderen van democratie en mensenrechten, het bestaan van een functionerende markteconomie en het kunnen voldoen aan verplichtingen van het EU-lidmaatschap, zoals de doelstellingen van de Economische en Monetaire Unie.

Een exacte meetlat waarmee bepaald wordt of een land aan alle voorwaarden voldoet bestaat er niet. Vandaar dat sommige EU-regeringen – zoals het huidige Belgische EU-voorzitterschap – binnenskamers zeggen dat toetreding van een nieuwe lidstaat uiteindelijk een politieke beslissing is. Landen als Frankrijk en Nederland reageren gebeten op zo'n suggestie. Ze willen de uiterste druk houden op de kandidaat-lidstaten om aan alle voorwaarden van het EU-lidmaatschap te voldoen. Ze leggen er daarbij de nadruk op dat kandidaten niet alleen de EU-wetgeving moeten overnemen, maar deze ook moeten kunnen uitvoeren. Daaraan ontbreekt het nogal eens, vooral wegens gebrek aan ambtenaren en rechters die ervaring hebben met de EU-regels.

Franse en Nederlandse diplomaten zijn uiterst kritisch over de Duitse Eurocommissaris Verheugen. Zij verdenken hem uiteindelijk wat minder streng met de regels te willen zijn om eind volgend jaar onderhandelingen met tien kandidaten te kunnen afsluiten. Landen als Groot-Brittannië en Zweden zitten de Eurocommissaris minder op zijn huid. Zij willen de EU-uitbreiding en daarmee de vergroting van de Europese interne markt vooral snel bereiken. Duitsland en Oostenrijk willen ook een snelle uitbreiding, maar proberen met overgangsregelingen om zich de concurrentie van de Oost-Europese economieën voorlopig van het lijf te houden. Uiteindelijk moeten alle vijftien EU-lidstaten beslissen of een kandidaat-land geschikt is voor toetreding.

Het moeilijkste deel van de onderhandelingen nog moet komen. Dit betreft de landbouw en de structuurfondsen (voor steun aan achtergebleven gebieden). Deze twee onderwerpen beslaan tachtig procent van de EU-begroting. Volgens de Commissie is er binnen de financiering van de EU, die tot 2006 vastligt, voldoende ruimte om ook nieuwe lidstaten aan het landbouw- en het structuurbeleid te laten deelnemen.

De Commissie wil niets weten van pogingen om over nieuwe regels voor dit beleid te onderhandelen om verhoging van de EU-uitgaven te voorkomen. Nederland heeft twee maanden geleden een voorstel in die richting gedaan, maar dit is van alle kanten afgeschoten. Over nieuwe regels kan volgens de Commissie pas na de uitbreiding worden onderhandeld, als besluiten over de EU-financiering voor na 2006 genomen moeten worden. De meeste EU-lidstaten vinden het nu nog te vroeg om over geld te praten.

Bij de landbouw is bovendien een probleem dat onduidelijk is over welk beleid precies moet worden onderhandeld. De Commissie zegt dat gesproken moet worden over toepassing en overgangstermijnen van het huidige landbouwbeleid. Maar veel EU-lidstaten menen dat volgend jaar eerst hervormingen van het landbouwbeleid afgewacht moeten worden.

Brusselse diplomaten gaan ervan uit dat een akkoord over zulke hervormingen pas bereikt kan worden nadat in Frankrijk en Duitsland verkiezingen achter de rug zijn, dat betekent volgend najaar. Dat zou de onderhandelingen met de kandidaten maanden kunnen vertragen. Maar dat maakt het doel van de Commissie – deelname van nieuwe lidstaten aan de Europese verkiezingen in juni 2004 – niet noodzakelijk onmogelijk.

    • Ben van der Velden