Rapport WRR

In haar column van 2 november bespreekt Margo Trappenburg het rapport Nederland als immigratiesamenleving van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij heeft met dit rapport niet veel op. De oplossingen van de raad zouden geen zoden aan de dijk zetten. Zij geeft twee voorbeelden, zonder overigens de positie van de WRR juist weer te geven.

De WRR ziet een spreidingsbeleid niet als optie voor het probleem van de zwarte scholen. Allochtonen wonen veelal geconcentreerd in bepaalde wijken, waardoor een spreidingsbeleid een kleine dagelijkse volksverhuizing zou vereisen, met alle problemen van dien. Bovendien is nergens aangetoond dat zo'n beleid tot betere onderwijsresultaten zou leiden, terwijl onderzoeken wél laten zien dat er ook goed presterende zwarte scholen zijn.

De keuze van de WRR is dan ook een andere: investeren in de kwaliteit van onderwijs en leerkrachten, en meer speelruimte voor een beleid dat past bij de eigen situatie van scholen. Natuurlijk mag Trappenburg dit een matige oplossing vinden, maar negatief oordelen onder verwijzing naar een uit de context gehaald citaat, is wel erg makkelijk.

Het tweede voorbeeld betreft de gezinshereniging/-vorming. In zijn rapport wijst de WRR op de blijvend grote omvang van deze migratiestroom, en de problematische aspecten ervan. De raad ziet hier weinig oplossingen die deze stroom afremmen én passen binnen het kader van de rechtsstaat. Hij kiest daarom voor een versterkte inzet op verplichte inburgering, om zo de zelfstandige participatie van de nieuwkomers te bevorderen. Had de raad hier het opzienbarender advies moeten geven de rechten van immigranten te beperken? De WRR is er toch bovenal voor de inhoudelijke en wetenschappelijke analyse van maatschappelijke problemen. Soms is de uitkomst van zo'n analyse dat bepaalde verworvenheden de moeite van het behouden waard zijn. Niet opzienbarend misschien, maar wel van belang voor onze immigratiesamenleving.

Trappenburg neemt te ruime marges bij haar commentaar op een rapport waarbij zij overigens een jaar lang actief betrokken is geweest. Het zou haar niet misstaan de eisen van overtuigende empirische analyse en een dwingende redeneerlijn die zij aan een ander stelt, ook zelf bij haar column na te leven.

    • Pauline Meurs
    • Lid van de Wrr