Oprichter Tulip verdacht van voorkennis

Het openbaar ministerie verdenkt Tulip-oprichter F. Hetzenauer van handel met voorkennis. Hetzenauer verkocht een dag na de presentatie van de jaarcijfers in maart 1998 een groot deel van zijn belang in Tulip. Ruim anderhalve maand later moest de computerfabrikant uitstel van betaling aanvragen.

,,Wat ons betreft zijn er strafbare feiten gepleegd door Hetzenauer. De officier beslist binnenkort of hij kiest voor vervolging of een schikking'', zegt een woordvoerder van het parket in Amsterdam. De voormalig Tulip-directeur heeft recentelijk nog een kennisgeving van verdere vervolging (kvv) ontvangen van justitie. ,,De zaak is inmiddels ruim 3 jaar oud, maar via de kvv hebben we hem te kennen gegeven dat hij mogelijk vervolgd wordt.'' Hetzenauers advocaat, J. Wasser, heeft vertrouwen in een goede afloop. ,,Mijn cliënt heeft destijds niets onoorbaars gedaan.'' Volgens het OM had de verdachte via de raadkamer van de rechtbank van Amsterdam bezwaar aangetekend tegen het voornemen van het OM. ,,Maar dat is afgewezen.''

Op 17 maart 1998 maakte de computerfabrikant een recordverlies van 27,5 miljoen gulden bekend. Directeur Hetzenauer zei toen nog, in een toelichting, dat Tulip in 1998 wel winst moest gaan maken om te overleven. Want ook het eigen vermogen bleek te zijn gehalveerd. Een dag later bracht Hetzenauer zijn eigen aandelenbelang van acht procent in Tulip terug tot onder de vijf procent. Over zijn voornemen meldde hij niets tijdens de presentatie van de jaarcijfers. De zet van Hetzenauer kwam ruim een week later uit omdat de transactie, in het kader van de Wet melding zeggenschap, werd gepubliceerd in het Financieele Dagblad. Beleggers reageerden verontrust op het nieuws; alsof de kapitein zijn zinkende schip al aan het verlaten was.

Zo'n zes weken later moest het concern uitstel van betaling aanvragen. Bij het bedrijf werkten op dat moment ongeveer 600 mensen, van wie 250 bij verkoopkantoren in het buitenland. In augustus 1998 kocht Begemann Tulip.